Het is er. Een Handboek Verhalende Journalistiek. Het heeft maar één nadeel: straks kan iedereen het. Ontboezeming van een ijdele liefhebster.

Ik las Capote en de wereld maakte slagzij. Ik weet het nog, het was een frisse maartse dag aan het einde van de vorige eeuw, ik las de laatste woorden van The Muses are Heard, ik keek op en de kamer was gekanteld. Heel gek. Niet onprettig.

Dus zo kun je reportages schrijven, dacht ik. Kijken, luisteren. Je onderdompelen in het onderwerp, en dan bovenkomen. En dan schrijven. Niks lead. Niks oprolbaar gedoe. Lezers binnenhalen met een hookline. Verhalen maken met beeld en geluid.

Vervolgens las ik de rest van Capote, alles van Tom Wolfe, Jon Franklin, Gay Talese, al die lui die er een Pulitzerprijs voor hadden gekregen, ik las, ik proefde hun verhalen en ze smaakten verrukkelijk. Wat ook prettig was: mijn eigen verhalen voor Dagblad van het Noorden werden daar niet slechter van. Gewoon net zo lang nadoen tot je het ook kunt, hield ik mezelf voor, en jatte schaamteloos hun trucs: onopvallend observeren als een vlieg op een muur, de mooiste zin voor het laatst bewaren, nou ja, de hele rimram.

Ik vereerde mijn helden en ik haatte ze ook een beetje omdat ze zo goed waren. Maar ach, wat voelde ik me een femme du monde als ik collega’s vertelde over het principe van de fly on the wall en de interior monologue en het verschoven vertelperspectief. Dat zij dat allemaal niet wisten, dat had wel wat.

Carels Hoofd

Toen kwam Henk Blanken op de redactie. Toen schreef hij een verhaal dat Carels Hoofd heette en dat verpletterend goed was. Toen kreeg hij er allemaal prijzen voor. Toen bleek dat hij ook Jon Franklin had gelezen en Capote en Wolfe en al die lui die er een Pulitzerprijs voor hadden gekregen. En toen was ik niet meer de enige die wist wat een fly on the wall was.

Hij heeft er een nu handboek over gemaakt, het Handboek Verhalende Journalistiek. Het staat vol tips over hoe je kunt schrijven als Talese en Capote. Hij deed dat samen met zijn oude schrijfvriend Wim de Jong, die natuurlijk ook Jon Franklin heeft gelezen, en waarschijnlijk ook hun Nederlandse evenknieën Joris van Casteren, Gerard van Westerloo, Martin Schouten, John Schoorl, Karin en Sheila Sitalsing, en al die andere geweldenaren die ik bewonder en haat en daarnaast de lui met de Pulitzerprijzen.

Goed boek

Ik heb het in een adem uitgelezen.

Het is een… eh… verdomd goed boek.

Het legt namelijk al mijn jarenlang gekoesterde vakgeheimen op tafel, het zal de wereld van zijn lezers doen kantelen, nog meer nieuwe journalisten zullen nieuwe, prachtige, ontroerende, opwindende verhalen maken, af en toe zal eentje mij proberen uit te leggen wat een fly on the wall is, ik zal hem dan niet slaan, de kranten en tijdschriften zullen nieuwe oplagehoogtes bereiken. Print wordt het helemaal.

Ik zal nooit meer alleen zijn.

En dat werd eens tijd.

Wim de Jong & Henk Blanken (2014). Handboek verhalende journalistiek. Uitgeverij Atlas  Contact.

Lees ook eerder gepubliceerde recensies op De Nieuwe Reporter.

Al 5 reacties — discussieer mee!