“Ten onrechte juicht de journalistenvakbond NVJ over het verschoningsrecht dat het kabinet de beroepsgroep wil geven”, schreef Arendo Joustra, hoofdredacteur van Elsevier. Thomas Bruning, algemeen secretaris van de NVJ roept op om het voorstel niet met onjuiste argumenten te frustreren.

Elsevier-hoofdredacteur Arendo Joustra maakt zich zorgen over het wetsvoorstel Bronbescherming, dat na lang wachten deze maand het licht heeft gezien. Zou dat niet juist de beroepsgroep gaan beperken, in plaats van helpen, zo is zijn vrees. Hij vond de positieve reactie van de NVJ op dit voorstel misplaatst. Als de wetgever het journalistieke vak gaat definiëren, zijn beknottende persmaatregelen nabij, aldus Joustra.

Dat vraagt om een reactie, want een beknotting van de pers is het laatste wat de NVJ wil.

Journalistiek blijft een vrij beroep

Juist daarom heeft de NVJ de afgelopen periode ook zoveel moeite getroost om de wetgever ervan te overtuigen dat het journalistieke vak een vrij beroep vormt en dat behoort te blijven, ook als het om het recht op bescherming van bronnen gaat. In het wetsvoorstel heeft de minister ons in deze aanbeveling gevolgd, waardoor juist voorkomen wordt dat de journalistiek een beschermd en beperkt toegankelijk beroep zou kunnen gaan vormen, dat zwaardere beroepsnormen in acht zou moeten nemen dan een gewone burger, wanneer deze zijn mening zou willen uiten.

Vervolgens stelt Joustra dat we toch al uitspraken hebben van het Europese Hof, die de bronbescherming voor journalisten garandeert. Daarbij gaat hij eraan voorbij dat nota bene datzelfde Europese Hof in haar uitspraken constateert dat de Nederlandse wet tekort schiet omdat voorafgaande rechterlijke toetsing bij toepassing van dwangmiddelen tegen journalisten ontbreekt.

Bovendien zijn in de ons omringende landen al lang wettelijke bepalingen, die bronbescherming voor journalisten regelt, zonder dat dit tot beperkingen op de uitoefening van het beroep heeft geleid. Betekent dit dat in die landen de wet op de bescherming van bronnen nooit overtreden wordt? Natuurlijk niet, wetten die nooit overtreden worden, bestaan niet. Maar het betekent wel dat de overheid en burger geacht worden deze wet te kennen en zich conform deze wet te gedragen.

Bronnen beschermen of journalisten?

Zijn laatste argument: het zijn toch de bronnen, die beschermd moeten worden en niet de journalisten? Die laatste groep kan er toch wel tegen om een nachtje in gijzeling gehouden te worden, dat hoort toch bij de ongemakken van het vak?

Hier is Joustra ronduit kortzichtig. Hij gaat eraan voorbij dat het bij bronbescherming allang niet meer gaat om de in het oog springende gijzelingskwesties, waarbij dappere journalisten vooral laten zien dat ze niet hun mond zullen open doen over hun bronnen. Het gaat natuurlijk om telefoontaps, het opvragen van datagegevens en het in beslag nemen van journalistiek materiaal, waarvoor deze wet noodzakelijk is. Daar is de journalistiek kwetsbaar en dat weten Justitie en Veiligheidsdiensten maar al te goed.

Daarom is de introductie van een rechterlijke toets, voorafgaand aan de toepassing van dwangmiddelen van groot belang. Dat zorgt ervoor dat niet Justitie, maar een rechter na zorgvuldige afweging van belangen bepaalt of een inbreuk op de bronbescherming aan de orde kan zijn.

Bronnen moeten niet afgeschrikt worden door de zekerheid dat Justitie en veiligheidsdiensten zonder voorafgaande toets informatie kunnen vergaren bij journalisten.

Bijzondere positie van journalisten

De Nederlandse wet geeft tot op heden geen erkenning voor de bijzondere positie van journalisten ten opzichte van hun bronnen. Bronnen, die redelijkerwijs kunnen vermoeden dat journalisten afgeluisterd worden, denken wel twee keer na, voordat ze journalisten benaderen om misstanden te melden.

Uiteindelijk gaat het erom dat misstanden het publiek kunnen bereiken. Journalisten zijn daarbij de zichtbare boodschapper, die vaak door justitie en veiligheidsdiensten benut worden om de achterliggende bron op te sporen. Aan die praktijk probeert deze wet grenzen te stellen. Daar is zelfs de door Joustra aangehaalde mediaprofessor Gerard Schuijt inmiddels van overtuigd. Zie daarvoor zijn meest recente bundel: Het vrije woord als melodie, pagina 324 en verder. Voortschrijdend inzicht, heet dat.

Wetsvoorstel is niet perfect

Dat het wetsvoorstel zoals nu ingediend, verre van perfect is, lees daarvoor mijn eerste commentaar in een eerder artikel op De Nieuwe Reporter en op de site van de NVJ.

De NVJ staat nog niet te juichen, maar is positief over de stap, die nu is gezet. De komende periode zullen we benutten om onze kritiek op het wetsvoorstel verder uit te werken en met de Kamerleden te delen.

Daarbij zou het goed zijn als de beroepsgroep deze noodzakelijke en voor de journalistiek en haar bronnen belangrijke aanpassingen in de wet zou omarmen in plaats van tegenhouden met de verkeerde argumenten.

Lees ook op DNR: 9 vragen over het wetsvoorstel recht op bronbescherming

Lees ook eerder verschenen artikelen op De Nieuwe Reporter over bronbescherming voor journalisten.

Al één reactie — discussieer mee!