Nieuwsmedia beschouwen zichzelf graag als waakhond, maar in de aanloop naar complexe drama’s als de kredietcrisis is daar te weinig van te merken. Journalisten moet beter worden getraind in omgang met complexiteit, onzekerheid en scenario’s, stelt Paul van der Cingel.

Dick van Eijk berispt in zijn bespreking van het boek van Dean Starkman de journalistieke waakhond, maar geeft ‘m daarna ook weer een aai over de kop (NRC Weekend Boeken, 13/14 september). Starkman komt in The watchdog that didn’t bark tot de slotsom dat de journalistieke waakhond niet overtuigend aansloeg in de aanloop naar de kredietcrisis.

Dat had wel gemoeten, zegt Van Eijk: als je naderend onheil ziet, moet je burgers informeren. Om vervolgens in de tweede helft van zijn bespreking de indruk te wekken dat het bij de kredietcrisis eigenlijk onbegonnen werk was: ‘De ernst, de reikwijdte en de complexiteit van de crisis zijn door vrijwel iedereen onderschat. […] Structuur en mechanismen van de crisis waren voor iedereen onduidelijk, ook voor de waakhonden.’

Hoe nu verder? Zouden we de waakhond kunnen trainen, in plaats van hem te berispen dan wel een aai over de kop te geven? Ik denk dat de sleutel voor het antwoord ligt in het beter omgaan met de complexiteit die Van Eijk noemt.

Eeuw van complexiteit

Complex is niet hetzelfde als moeilijk (gecompliceerd). Het Latijnse plexus staat voor ‘vlecht- of netwerk’ en daarom gaat complexiteit wel altijd over verwevenheid. Wie ontwikkelingen gaat bekijken vanuit netwerken van verwevenheid, ziet al snel overal netwerken: Facebook, elektriciteitsnetwerken, de interbancaire geldmarkt. Individualisering, digitalisering en globalisering maken dat de complexiteit steeds verder toeneemt. Stephen Hawking zei niet voor niets begin 2000: ‘I think the next century will be the century of complexity’.

Bovenop deze min of meer spontane complexe processen introduceren bestuurders en beleidsmakers nog meer complexiteit in de samenleving: de decentralisatie van de jeugdzorg; de invoering van passend onderwijs; de lijst is makkelijk langer te maken. Het griezelige van deze complexiteit is dat de makers zelf vaak niet in de gaten hebben dat zij eraan meebouwen.

Onwetendheid

Hoogleraar Roel ’t Veld is in een interview met Jan Dirven helder over deze onwetendheid: “Er zijn maar zeven mensen in Nederland die het bekostigingssysteem van het onderwijs goed kennen. […] En dan heb ik het nog maar over één van die interacties in dit beleidsveld. Daarbij komt dat de politiek vaak tot meerdere maatregelen besluit. Groot probleem is de interactie tussen al die interventies. Daarom is ook de commotie steeds zo groot over de vraag wat nu het verzamelde effect van al die beleidsinterventies op de samenleving is. Dat weet geen hond.”

Wat betekent de complexe wereld en de onwetendheid van beleidsmakers voor de training van onze journalistieke waakhond? Er zijn genoeg handvatten te bieden, want in de wetenschap wordt gelukkig al enkele decennia gestudeerd op complexe netwerken. Meteorologen, epidemiologen, natuurkundigen, verkeerskundigen en anderen ontdekten kenmerken van systemen van netwerken waarmee de journalist zijn voordeel kan doen. Ik noem er twee, die beiden onderdeel uitmaken van een nieuwe trainingsmethodiek: Systemic journalism.

Alternatieve scenario’s

Het eerste kenmerk betreft het bestaan van onzekerheid: de uitkomsten van complexe systemen zijn niet goed voorspelbaar. Zo kan het gebeuren dat heel kleine veranderingen (het verkeerd aanvinken van een keuze in je Facebookaccount) grote gevolgen hebben (rellen in Haren).

Voor de journalistieke waakhond heeft dit –naast een gezond wantrouwen tegen allerhande voorspellingen en ramingen- allerlei consequenties, bijvoorbeeld het besef dat het verhaal van de beleidsmaker niet meer of minder is dan een mogelijk scenario. En daarmee zou het maken van alternatieve scenario’s een vast onderdeel moeten worden van de training van de waakhond.

Interacties

In essentie is een netwerk een verzameling van knooppunten en hun onderlinge verbindingen. Een tweede kenmerk van netwerken waarmee de journalist zijn voordeel kan doen, is de notie dat de verbindingen minstens zo belangrijk zijn als de knooppunten. Concreet betekent dit bijvoorbeeld dat een studie van de knooppunten niet leidt tot begrip van het totale netwerk.

Wie zich louter toelegt op bestuderen van individuele banken op de interbancaire markt, gaat voorbij aan de interactie tussen banken in het netwerk (hun verbindingen) en zal geen beter inzicht krijgen in de manier en het tempo van verspreiding van de bancaire problemen. In de complexiteitswetenschap heet de spontane dynamiek tussen de knooppunten in netwerken emergence.

Waakhondtraining

De journalistieke waakhond kan getraind worden om hier zijn voordeel mee te doen, bijvoorbeeld in het nadenken over alternatieve scenario’s om beleidsmakers aan de tand te voelen. Welke spontane (en onbedoelde) dynamiek kun je verwachten bij scholen die onder Passend Onderwijs zorgleerlingen goed willen helpen, terwijl ze zich ook verplicht voelen hoge Cito-scores te leveren?

Vanuit het perspectief van complexiteit moet de journalistieke waakhondfunctie algemener verwoord worden: niet alleen berichten over naderend onheil, maar ook behoeden voor schijnzekerheid bij vraagstukken en ontwikkelingen. Anders gezegd: niet alleen aandacht voor de rampscenario’s, maar ook het ontmaskeren van de droomscenario’s.

Laten we verder gaan dan berispen of belonen door te werken aan een goede training voor de journalistieke waakhond. Want, zoals wijlen Leon de Wolff het jaren geleden prachtig verwoordde: ‘Diepgang bieden is recht doen aan de complexiteit van een onderwerp.’

Paul van der Cingel zal tijdens de conferentie van de VVOJ op 8 en 9 november een proefsessie Systemic journalism verzorgen.

Al 2 reacties — discussieer mee!