Of de westerse publieke opinie zich druk maakt over een oorlog hangt vaak af van de aanwezigheid van journalisten. Het einde van de Vietnamoorlog was te danken aan die ene foto van oorlogsfotograaf Huỳnh Công Út.

Huỳnh Công Út begon te werken als fotograaf toen hij 16 was. Hij moest wel: zijn oudere broer, ook fotograaf, was omgekomen in de oorlog in Vietnam en er moest brood op de plank komen. Hij was een van de vele fotografen die de steeds bloederigere oorlog in beeld bracht. Maar op de meeste foto’s die het westen, en vooral Amerika, bereikten stonden heldhaftige soldaten die moedig de strijd streden tegen het communisme.

En toen kwam de foto van Ut. Hij fotografeerde een stoet doodsbange Vietnamezen die op de loop gingen uit hun brandende huizen, getroffen door Amerikaanse bommen. Op de foto ook de 12-jarige Kim Phúc, die naakt en bang naar de veiligheid probeert te vluchten. De fotograaf bracht het meisje eerst naar een ziekenhuis en probeerde toen zijn foto te slijten aan AP, zijn vaste afnemer.

Kim Phuc vlucht naakt na een napalmaanval van de Zuid-Vietnamese luchtmacht in de buurt van Trang Bang.  Foto van Huỳnh Công Út voor AP, 8 juni 1972.
Kim Phúc vlucht naakt na een napalmaanval van de Zuid-Vietnamese luchtmacht in de buurt van Trang Bang. Foto van Nick Ut voor AP, 8 juni 1972.

Daar werd de foto niet zomaar geaccepteerd. Niet omdat hij te indringend was, maar omdat Kim Phúc naakt was, en in 1973 stonden in kranten in de VS en Europa geen naakte meisjes van 12. Uiteindelijk werd de foto geplaatst en hij zorgde er voor dat de oorlog korter duurde. De foto ging viraal, zouden we nu zeggen. Hij maakte duidelijk dat er in Vietnam mogelijk een strijd woedde tussen ideologieën, zoals de Amerikaanse regering-Nixon, betoogde. Maar dat bij die strijd echte mensen dood gingen. Ook kleine meisjes.

Publieke opinie

Toen dat eenmaal tot de Amerikaanse bevolking was doorgedrongen was het een kwestie van tijd voor de Amerikaanse publieke opinie de regering zou dwingen met de oorlog te stoppen.Dat duurde overigens nog drie jaar en in die drie jaar raakte fotograaf Huỳnh Công Út nog driemaal gewond.

Toen en nu werd de vraag of de westerse publieke opinie zich druk maakt om een oorlog beslist door journalisten. In Soedan sterven tienduizenden mensen, maar journalisten zijn daar amper, dus de kans dat de wereld zich verantwoordelijk gaat voelen voor die oorlog is heel klein.In het vroegere Joegoslavië zaten veel verslaggevers, dus na verloop van enige jaren kwamen er westerse bombardementen, kwam het Dayton-akkoord en kwam er een soort vrede.

Oorlogs-pr

Irak/Syrië laat zien wat er gebeurt als er een oorlog is waar amper journalisten verslag van doen, maar waar een van de strijdende partijen verstand heeft van PR. Hoe het precies staat in Syrië en Irak weet eigenlijk niemand, maar IS zorgt dat we hun visie op de zaak helder op het netvlies hebben.

Huỳnh Công Út was nodig en heeft de wereld en Vietnam een dienst bewezen. In de huidige oorlogen zijn objectieve waarnemers meer dan ooit nodig, vanwege de toenemende rol van rechtstreekse PR door de strijdende partijen.Het is te hopen dat er journalisten, fotografen en cameramensen blijven die bereid zijn veel te wagen voor verhalen en beelden over wat er werkelijk gebeurd in oorlogen. En dat er media zijn die hen willen betalen en hen durven sturen.

__________

Debat: correspondenten in oorlogsgebied
Donderdag 9 oktober debatteren journalisten en publiek in De Nieuwe Liefde in Amsterdam over de vraag of het nog verantwoord is om correspondenten naar conflictgebieden als Syrië en Irak te sturen. Staat het risico dat zij lopen in verhouding tot het belang van hun werk?
Het antwoord van Minka Nijhuis, al 23 jaar oorlogscorrespondent, luidt volmondig ja. Zij is overtuigd van de noodzaak om verre brandhaarden van dichtbij te verslaan. Niet als een smokejumper, die voor enkele dagen invliegt met een glansrol voor zichzelf, maar als een bescheiden getuige die langdurig investeert in zijn verhaal, ook als de grond onder de voeten heet wordt. Nijhuis neemt de stand van zaken in de buitenlandverslaggeving onder de loep en pleit voor een werkwijze die volgens haar zowel de kwaliteit van de berichtgeving ten goede komt, als de veiligheid van de correspondent.
Na de lezing gaat Nijhuis, onder leiding van Kaya Bouma, verslaggeefster bij onder andere De Volkskrant, in gesprek met Fleur Launspach (1989) en met de zaal. Launspach behoort tot de nieuwe generatie buitenlandcorrespondenten.
Meer informatie op de website van De Nieuwe Liefde.

Lees ook eerdere artikelen op DNR over oorlogsjournalistiek.

Al 3 reacties — discussieer mee!