De scheidslijn tussen feiten en fictie is tegenwoordig niet altijd goed te onderscheiden in documentaires. In de IDFA-masterclass van Ineke Smits, maker van onder andere Stand by Your President,  ging het over de grenzen tussen fictie en documentaire. Hybride filmmaken heet dat tegenwoordig. Evelien Vehof doet verslag.

Je zou het ook nep kunnen noemen; mensen die zichzelf spelen ten dienste van de documentairemaker. Of hebben we hiermee de waarheid van de documentairemaker gezien en is dit een werkelijkheid die ook verteld moet worden? En dus ook een waarheid?

De meest recente film van Ulrich Seidl, In the Basement, die op IDFA draaide dit jaar, is zo’n film die de vraag oproept: Doen die mensen dit allemaal echt?

Wat mensen doen in kelders

Bijna iedere Oostenrijker heeft een kelder onder zijn huis. Seidl is geïnteresseerd in wat die mensen allemaal doen in de kelders. Met het besef dat je nooit kan laten zien wat verborgen is, filmt hij statisch en waanzinnig gestileerd wat gewone doorsnee Oostenrijkers doen in de kelder: Een man en zijn modeltrein, een man in zijn schietkelder, een nazi speelt kaartspelletjes met zijn vrienden in de kelder die omringd is met schilderijen en foto’s van Hitler, een vrouw van middelbare leeftijd behandelt een pop alsof het een levende baby is en veel, heel veel SM-scenes waarin mensen absurde dingen laten zien.

Waarom laten die mensen dit allemaal zien? Dit kan toch bijna niet echt zijn?

Hoe de filmmaker werkt

Gelukkig draaide op IDFA ook de film: Ulrich Seidl  – a Director at Work, waarin we de werkwijze van Seidl van dichtbij kunnen zien. En gelukkig is deze gemaakt door filmmaker Constantin Wulff die er van houdt om observerend films te maken, en kunnen we dus zien hoe Seidl ‘echt’ werkt.

Seidl daagt mensen uit om net iets meer te doen dan ze normaal zelf zouden doen. Allemaal om er een mooi plaatje van te maken. Seidl stileert als het ware de scène. Twee dames met pensioengerechtigde leeftijd  spelen in hun badjas een potje tafeltennis. Seidl kijkt door de lens van de camera en vindt de scene niet interessant. Hij vraagt zijn assistent rustig doch dwingend om hen een bikini aan te laten trekken.  De dames doen het. De uitsnede wordt mooier. Hij positioneert de vrouwen precies in zijn shot. “Recht de camera inkijken.” Een supergestileerde scène is geboren en zo zien we deze in de film In the Basement  terug.

Seidl vraagt een stel die SM bedrijven, waarvan de vrouw met haar mollige uiterlijk ongeveer twee keer zo veel weegt als haar kleine man, om een kinky pakje aan te trekken en hem op haar te laten gaan zitten alsof hij paard gaat rijden. “Sla haar. Kijk in de camera. Sla sneller. Nee langzamer.” Seidl geeft rustig aanwijzingen. Het SM-stel voert alles gewillig uit. De mensen spelen zichzelf en doen net iets meer dan ze normaal zouden doen. Zij willen immers ook hun podium.

Is dit een grap?

Een andere film die dit jaar op IDFA draaide en binnen ‘het hybride thema’ past is die over kunstenaar Thierry Guetta: Exit trough the giftshop uit 2010. De film zou zijn gemaakt door straatkunstenaar Banksy.  In deze grappige maar verwarrende documentaire, stel je je als kijker continu de vraag of dit echt is, of dat deze documentaire een grap, een mockumentary is.

Maar ook de beroemde film Salaam Cinema van de Iraniër Mohsen Makhmalbaf uit 1995 draaide dit jaar op IDFA. Hij laat wannabe acteurs een rol spelen in een documentaire terwijl ze denken gecast te worden voor een speelfilm.  Allemaal films die aantonen dat je door dingen in scene te zetten toch een documentaire maakt. Het staat allemaal niet meer zo vast.

https://www.youtube.com/watch?v=UgFlRY0GuR4

Haar waarheid

In de zaal van Tuschinski vertelt Ineke Smits aan de vele studenten en filmmakers die in de zaal zitten dat ze eigenlijk eerst fictiefilms maakte. “Verbeelding en fantasie was voor mij een belangrijk stijlmiddel.”  Op school leerde ze dat documentairemakers als een fly on the wall moeten observeren. “Dat vond ik helemaal niet interessant. En ik richtte mij dus op fictie”

Totdat ze op een gegeven moment in Georgië was en ze in aanraking kwam met een vrouw, Vera, die beweerde de moeder van Vladimir Poetin te zijn. ”Ik had niet de intentie om hier een film over te maken. Maar het verhaal bleef mij bij. De vrouw kon zo goed vertellen dat ik mij realiseerde dat het zonde zou zijn om een actrice haar te laten spelen.”   Het werd een documentaireplan. Smits is niet, zoals journalisten, op zoek is naar dé waarheid. “Ik wilde háár waarheid vertellen.”  Vera krijgt ruim podium in de film, zonder dat ze wordt tegengesproken of haar verhaal in twijfel wordt getrokken. “Haar verbeelding en fantasie vond ik belangrijker.’

Sindsdien maakt Smits documentaires, maar het is meestal een mengelmoesje van die hybride vorm van documentaire en fictie. Ze vindt het zonde als filmmakers zich laten beperken tot een enkel genre. “Een hybride film kan met verschillende filmische stijlmiddelen gedraaid en gemaakt worden.” Haar nieuwste film Stand by Your President draaide dit jaar op IDFA.


Dit artikel is tot stand gekomen in samenwerking met 609, het blad van het Mediafonds.

Nog geen reactie — begin de discussie!