De Nederlandse documentaire is te braaf, schreef Dana Linssen vorig jaar. Filmmaker Marc Schmidt stelde dat er een taboe heerst op mislukking. Hoe moet het experiment bevorderd worden? Tien jonge makers beschrijven in deze serie hun visie – op film, op documentaire, op zichzelf en hun manier van werken. En op de vrijheid die daarvoor nodig is. In deel 6 Mea Dols de Jong, die vindt dat de persoonlijke visie van een documentairemaker meer waarheid herbergt dan de wetenschap ooit kan hebben.

Bij mijn toelatingsgesprek van de Filmacademie werd mij gevraagd of ik in plaats van fictie niet liever de richting ‘regie documentaire’ wilde volgen. Ik antwoordde stellig dat het mij verschrikkelijk leek om een verhaal te vertellen over een werkelijkheid die ik niet onder controle had en bovendien dat ik werelden wilde creëren die ver afstonden van mijn persoonlijke belevingswereld.

Vier jaar later studeerde ik af met een egodocument.

Clichématige zoektocht

Hoe is dit zo gekomen? Misschien is een betere vraag: waar kwam ik vandaan? Net van school zat ik in een clichématige maar hardnekkige zoektocht om de wereld om mij heen te begrijpen. Ik dacht mijn antwoorden te kunnen vinden op de universiteit, het walhalla van de waarheid. Filosofie en natuurkunde. Ik kwam bedrogen uit de strijd.

Dus deed ik zoals elke ongeduldige jong-volwassene betaamt: dan maar het roer radicaal om, weg met de footnotes en het correct citeren. Vanaf nu zou ik mij wenden tot de fictieve wereld, omdat de wereld van de waarheid me te weinig bood.

Misschien is het omdat ik ooit dacht dat documentaires slechts een weergave van de werkelijkheid zijn, en dat je als documentairemaker moest streven naar de waarheid.

Scheiding tussen fictie en documentaire

Eenmaal op de Filmacademie ontdekte ik dat niets minder waar is en besefte ik ook hoe oninteressant die manier van kijken is.

‘Ik ben niet geïnteresseerd in een film die mij vertelt hoe de wereld in elkaar zit. Dat kan ik zelf wel zien. Ik ben geïnteresseerd in een film die mij laat zien hoe jij de wereld ziet.’

Dat zei een leraar ooit tegen me. Met die uitspraak was voor mij de scheiding tussen fictie en documentaire verdwenen. Wat restte was alleen een visie op een bepaald verhaal.

Terwijl ik aan het schrijven was voor mijn derdejaars-film liep ik tegen de muur. Zat ik daar in mijn kamertje, drie hoog achter, een beetje te bedenken hoe de wereld in elkaar zit.

Mijn eigen werelden creëren? Laat ik maar eerst eens goed naar de wereld gaan kijken en mijn observaties, verwondering, afschuw oftewel visie op die wereld zien te verwoorden.

Ik wilde geen fictiefilm maar een documentaire maken en besprak dit met de school. Het mocht, maar alleen onder voorwaarde dat ik ook helemaal zou overstappen en dus af zou afstuderen als documentairemaker. Oké, goed, die zagen jullie al aankomen. Maar die belevingswereld bleef alsnog ver van mij vandaan.

Mijn eerste documentaire werd een essayistische film en mislukte compleet. Eigenlijk was ik te verlegen om mijn visie, mijn echte visie te laten zien en verstopte ik deze door het geheel als waarheid te presenteren. Ik wilde dat iedereen zich aangesproken zou voelen door de film, en het gevolg daarvan was dat niemand dat werd.

Een klein verhaal

Toen mijn eindexamenjaar aanbrak wist ik dat ik het anders moest aanpakken. Ik wilde een film over feminisme in deze tijd maken en om niet weer dezelfde fout te maken wilde ik in plaats van een grootse en meeslepende beschouwing over de maatschappij op zoek gaan naar een klein verhaal. Om nog iets van waarde toe te voegen aan de discussie stelde ik mezelf de volgende uitdaging: goed verwoorden wat mijn fascinatie met het onderwerp is en van daaruit, hopelijk, herkenbaarheid te creëren voor andere mensen.

Tijdens mijn zoektocht schoot zoals altijd mijn moeder me te hulp. Zij wist wel wat voor film ik moest maken. Het was zelfs vrij makkelijk volgens haar.

‘Als je een film over zelfstandige vrouwen wil maken, moet je dan niet een film over onze familie maken?’

‘Hoezo?’

‘Nou, er zijn zo’n vier generaties vrouwen voor jou die het allemaal zonder man hebben gedaan. Dat is toch een leuke film?’

Beledigd stoof ik het huis uit. Wat een ondermijning van mijn professionaliteit als filmmaker om met zo’n kutidee te komen en wat waren moeders überhaupt dom,
dat ze het altijd maar beter dachten te weten.

Maar terwijl ik verder probeerde te schrijven aan mijn baanbrekende invalshoek op emancipatie bleef het kutidee van mijn moeder door mijn hoofd spoken. Langzaam daagde me een parallel tussen de vrouwen die de barricades bestormden en de strijd die elk meisje moet leveren in het loskomen van haar moeder.

Emancipatie op macroniveau versus emancipatie op microniveau. Was dat het kleine verhaal waar ik naar op zoek was?

Jezelf als proefpersoon

Socrates zei ooit dat de mens nooit in staat zal zijn zinnige uitspraken over de mensheid te doen. Wij kunnen immers ‘de ander’ nooit kennen. Gelukkig is er één uitzondering, één proefpersoon die we van binnen naar buiten kunnen onderzoeken: jezelf. En als je die proefpersoon goed onderzoekt dan kun je misschien, heel misschien antwoorden vinden die meer algemeenheid met zich meedragen dan je in eerste instantie zou denken.

Voor mij gaat de film allang niet meer over feminisme. Het gaat over het proces van loslaten tussen een moeder en een dochter (en de humor, schuldgevoel, verdriet, en alle andere facetten die erbij komen kijken.) Ik ben nooit bezig geweest met algemeenheden, ik hield me niet eens bezig met wat de waarheid was. Het ging om mijn visie en mening, ten opzichte van andere visies en meningen, de waarheid was niet interessant. Maar toen het NRC Handelsblad kopte met ‘Mea de Jong laat zien dat het persoonlijke nog steeds politiek is’, werd ik gelukkig bevestigd dat de uitdaging die ik met mijzelf was aangegaan, gelukt was.

Ik had één voorbeeld gevonden, één klein verhaal dat ik van binnen naar buiten kende en kon laten zien. En uiteindelijk was dat wat mensen herkenden, niet alleen meisjes van mijn leeftijd, maar ik zag zelfs grote oude behaarde mannen zachtjes snikkend de zaal uitlopen.

Waarheid prediken

Voor de research van mijn volgende film ging ik naar een lezing van Rutger Bregman. Anderhalf uur heb ik moeten aanhoren dat alle Nederlanders een verkeerd wereldbeeld hebben. Hoe jij, ik en iedereen ons leven verkeerd invullen, bewezen door de unieke combinatie van onderzoeken van gerenommeerde universiteiten die hij had gevonden. Hij predikte de waarheid.

Eenmaal buiten voelde ik voor het eerst een opluchting dat ik een kunstopleiding had gedaan. Dit was geen waarheid. Het waren persoonlijke fascinaties, door middel van generalisaties, hypotheses en random onderzoek beargumenteerd als waarheid. Ik voelde me niet aangesproken en werd er zelf agressief van dat het van mij gevraagd werd om dat wel te zijn. Als dit waarheid is dan heeft deze waarheid geen waarde voor mij.

Geef mij maar de naakte persoonlijke visie van een kunstenaar. Want voor mij zit daar uiteindelijk meer waarheid in dan de wetenschap ooit kan hebben.

Lees ook andere afleveringen van deze serie over jonge filmmakers.


Dit artikel is afkomstig uit 609, het blad van het Mediafonds.

Wie alle artikelen van de nieuwste editie van het blad wil lezen: een pdf van 609 is te vinden op de website van het Mediafonds.nl.

Nog geen reactie — begin de discussie!