De Nederlandse documentaire is te braaf, schreef Dana Linssen vorig jaar. Filmmaker Marc Schmidt stelde dat er een taboe heerst op mislukking. Hoe moet het experiment bevorderd worden? Tien jonge makers beschrijven in deze serie hun visie – op film, op documentaire, op zichzelf en hun manier van werken. En op de vrijheid die daarvoor nodig is. In deel 10 Nathalie Crum, die denkt dat er nog een hoop te vernieuwen valt, vooral door te experimenteren.

George Hendrik Breitner (1857-1925) was een begenadigd schilder, die streefde naar ‘de kale werkelijkheid’. Hij schilderde de stad en de mensen. Jurken, pakken, hoeden, naakt, maar ook paarden. Hij kon het goed. Mooi? Ja.

Het is goed mogelijk dat hij niet schilderde omdat hij per se schilderen wilde, maar vanuit een dringende behoefte om door te geven wat hij zag en wat hem interesseerde. Zo werd hij, of hij dat nou wist of niet, verslaggever van zijn tijd.

Iets nieuws doen

Noodzaak, de verf. Er was niks anders. Maar toen er iets anders kwam, was Breitner er als eerste bij. Hij kocht een fotocamera. In tegenstelling tot zijn tijdgenoten ging hij ermee de straat op en koos voor nieuwe perspectieven, mensen in beweging en fotografeerde hij zo nu en dan bewust tegen het licht in. Mooi? Niet alles. Maar daarmee had hij wel iets gedaan dat anderen nog niet probeerden.

Zijn fotografie beïnvloedde zijn schilderwerk, misschien gebeurde het zelfs ook andersom. En wat een feest, weer een stapje verder. De beperking van één materiaal verdween. Schilderen is niet meer dringend nodig als je fotograferen kunt.

Had Breitner ook de film mogen beleven, dan hadden we de stad en de mensen kunnen zien bewegen. Hij zou gefilmd hebben wat Jan Vrijman flikte met Op de bodem van de hemel. Hij had met bewondering gekeken naar Beppie van Johan van der Keuken en zich verwant gevoeld met Ed van der Elsken, die nota bene zelf filmcamera’s verbouwde om er mee onder de mensen te kunnen komen.

De tijd van zwart-wit. Een kleine beperking die Breitners ‘kale werkelijkheid’ nog in de weg zou zitten. Of zoals ik als kind eens aan mijn vader vroeg of hij het niet jammer vond dat zijn jeugd niet in kleur was geweest, afgaande op de foto’s die ik er van zag. Wat vandaag het summum van techniek wordt genoemd is morgen alweer overtroffen. Zwart-wit is inmiddels een filter die je met je telefoon over een foto heen legt.

Eindeloze mogelijkheden

Dan nu oud nieuws: de techniek is eindeloos geworden in haar mogelijkheden. Misschien wel onoverzichtelijk groot. Het is niet noodzakelijk om een film te maken met een telefoon, maar als ik een film wil maken houdt niets me tegen, desnoods maak ik ‘m met die telefoon. Met een scala aan vrijheden voel ik me als een vis in het water.

Voor alle beelden in mijn kop kan ik op zoek gaan naar de beste vertaalslag naar het doek. Het biedt me de rijkdom om niet alleen de begrenzing van mijn verbeelding op te zoeken, maar ook de begrenzing van wat werkelijkheid voor mij is.

Toch (even kuchen) is me niet zelden gezegd dat het niet meer documentaire is wat ik onderzoeken wil. En dat het, als ik afdrijf van hoe kaal de werkelijkheid soms is, ‘vaag’ dreigt te worden. Maar zoals in de nacht een droom deel uitmaakt van mijn realiteit, waarom zou dat dan niet documentair kunnen zijn?

Grenzen van de werkelijkheid

Breitners wereld is de onze niet meer. Onze werkelijkheid wordt wereldwijd steeds kaler, keihard en in al zijn onvermoede facetten vertoond. Goed interpreteren lijkt de kunst. Tot hoever de grenzen van onze werkelijkheid reiken is waard onderzocht te worden. Zonder daarmee ware verhalen uit het oog te verliezen, en zonder kwaad te willen doen aan het genre dat documentair filmen heet.

In verhouding tot de kunstgeschiedenis is film nog zo jong dat ik me niet kan voorstellen dat we alles al hebben geprobeerd. Om meer te weten te komen moeten we het idee durven loslaten dat de werkelijkheid alleen bestaat door hem op concrete wijze te vatten.

Nog meer oud nieuws, maar belangrijk om te herhalen: mislukken. Het zal mogelijk vaker moeten gebeuren dan ons lief is – kijk in de vuilnisbak van Breitner. We kunnen alle middelen die we tot onze beschikking hebben inzetten. Eindeloos veel meer dan de fotocamera, die voor de mooie pionier die Breitner een fantastisch middel was om te ontsnappen aan het oude bekende.

Zijn revolutie is voorbij, maar de onze is nog maar nauwelijks begonnen. Ik popel, misschien nog wel het meest om op mijn gezicht te mogen gaan.

En lukt het niet? Schilderslinnen kopen en verf.

Lees ook andere afleveringen van deze serie over jonge filmmakers.


Dit artikel is afkomstig uit 609, het blad van het Mediafonds.

Wie alle artikelen van de nieuwste editie van het blad wil lezen: een pdf van 609 is te vinden op de website van het Mediafonds.nl.

Nog geen reactie — begin de discussie!