De Nederlandse documentaire is te braaf, schreef Dana Linssen vorig jaar. Filmmaker Marc Schmidt stelde dat er een taboe heerst op mislukking. Hoe moet het experiment bevorderd worden? Tien jonge makers beschrijven in deze serie hun visie – op film, op documentaire, op zichzelf en hun manier van werken. En op de vrijheid die daarvoor nodig is. In deel 2 Marleine van der Werf, die meent dat film vooral een intense ervaring moet zijn.

ledere ochtend word ik wakker met beelden in mijn hoofd van de films waaraan ik werk. Afgelopen week werden ze eindelijk tastbaar, in de montage.

Ik herkende de sfeer waar ik naar had gezocht en realiseerde me waarom het filmmaken de moeite waard is. Ik kan me nog goed de eerste bioscoopfilm herinneren waar ik heen ging, Antonia van Marleen Gorris.

Ik vergat wat ik voelde, wie ik was of zou willen zijn. De sfeer van de film en de perceptie van de personages die alles zo anders zagen dan ik, zogen me op in hun wereld. Ik beleefde voor het eerst hoe het was om iemand anders te zijn.

Fragment uit de speelfilm Antonia
Fragment uit de speelfilm Antonia

Deze intense ervaring heeft me nooit meer losgelaten. Nu staat deze beleving in mijn films en installaties centraal.

Het belang van experimenteren

Tijdens mijn filmstudie op de kunstacademie St. Joost stond de ervaring en het onderzoeken centraal. Het begin van de studie staat ver weg van wat een documentaire is, of hoort te zijn.Door de experimenten die we deden ontdekte ik gaandeweg mijn auteurschap. Door de vrijheid om enkel vanuit een thema en zonder vooropgezet plan te werken, ontdekte ik hoe iets werkt, in plaats van vooraf te bepalen welk nut het heeft.

Na de academie was ik constant bezig om de vrijheid en autonomie binnen mijn eigen werk te behouden. De coachingstrajecten met ervaren filmmakers waren daarin erg waardevol. Voor de opdrachten die ik aannam had ik een duidelijk standpunt: grotendeels artistieke vrijheid om iets te ontwikkelen Wat ik nog niet eerder had gedaan. Zo niet, dan liever geen geld.

In het realiseren van eigen films na de academie staat het schrijfproces centraal, niet het maken. Hierdoor kan ik mijn visie verder ontwikkelen, maar het blijft een rationele bezigheid. Nu heb ik enigszins een balans gevonden tussen
te veel invullen en open staan. Maar zeker in het begin verlamde het schrijven mij om de artistieke grenzen op te zoeken.

Behoefte om te creëren

De behoefte om te creëren is sterk. De beeldexperimenten die ik creëer tijdens het schrijven maken de film voor mij tastbaar. Hierdoor kan ik de grenzen van documentaire opzoeken, zowel binnen de kaders van het scherm als ook daarbuiten.
Bijvoorbeeld met holografische filmprojecties, of door te onderzoeken hoe de filmische wereld de werkelijkheid kan beïnvloeden. Dit spelenderwijs ontdekken is voor mij essentieel, zonder directe uitleg, verantwoording of nut te
zoeken. Zoals berggeiten die springen, omdat ze het leuk vinden en zo gaandeweg hogerop de berg komen.

Als jonge maker wil ik van alles ontdekken, maar ik heb ook gemerkt dat er een grens aan Zit. Je moet jezelf ook de kans geven om te kunnen verdiepen. Sommige ervaren filmmakers vertelden me dat ze filmmaken als werk zien. Er worden drie, vier films tegelijk gemaakt om brood op de plank te krijgen. Ik heb bewondering voor mensen die dat kunnen, maar ik realiseer me welke concessies je doet door zo ‘realistisch’ te blijven. Bijvoorbeeld omdat er gewoon geen tijd is om je volledig in een film te storten. ‘Je hoeft niet altijd een meesterwerk te maken’, is meerdere malen tegen me gezegd.

Geen concessies

Misschien is het naïef, maar om iets te creëren wil ik zeker weten dat ik alles kan geven. Waarom zou ik de lat niet hoog leggen en mezelf uitdagen? Het was misschien niet per se nodig dat ik voor mijn documentaire De Markt een halfjaar met marktkooplui heb gewerkt om hun wereld te ervaren. Maar ik denk dat het goed is om die ruimte te nemen. Zodat ik als filmmaker de mensen kan doorgronden en een filmische wereld kan creëren. of het uiteindelijk lukt om de film te maken die ik voor ogen had is een tweede. Maar als ik vooraf al concessies ga doen, komen er zeker geen meesterwerken.

Bij veel films krijg ik het gevoel dat het informeren en verklaren de boventoon voeren. Dat doet voor mij de magie die film en kunst kunnen oproepen juist teniet, en daardoor haak ik af. Het is logisch dat we willen analyseren en dingen begrijpen, maar soms is een gevoel, de ervaring van iets binnenin jezelf al ‘nuttig’ genoeg.

‘De angst voor het niet begrijpen’ zie ik niet alleen in documentaires maar ook om mij heen. Zoals bij mijn schoonzus, die niet naar het museum durft omdat ze bang is dat ze de kunst niet begrijpt. Een ander voorbeeld zag ik in de laatste aflevering van Zomergasten met de schrijver David van Reybrouck. Hij liet Marion Hansels Nuages zien, een film die grotendeels bestaat uit langstrekkende wolken.

Na het fragment is de eerste reactie van de presentator: ‘Maar wat zie je er dan in?’ Waarop van Reybrouck antwoordt dat je er helemaal geen vraag over moet stellen, maar gewoon kunt kijken. Je hoeft er niets ‘in’ te zien. Gewoon zien, ervaren.

Lees ook andere afleveringen van deze serie over jonge filmmakers.


Dit artikel is afkomstig uit 609, het blad van het Mediafonds.

Wie alle artikelen van de nieuwste editie van het blad wil lezen: een pdf van 609 is te vinden op de website van het Mediafonds.nl.

Al één reactie — discussieer mee!