De Nederlandse documentaire is te braaf, schreef Dana Linssen vorig jaar. Filmmaker Marc Schmidt stelde dat er een taboe heerst op mislukking. Hoe moet het experiment bevorderd worden? Tien jonge makers beschrijven in deze serie hun visie – op film, op documentaire, op zichzelf en hun manier van werken. En op de vrijheid die daarvoor nodig is. In deel 1 Kaweh Modiri die een documentaire maakte over de inbreker die zijn laptop stal.

Een uitdagende documentaire is voor mij een documentaire die niet louter toont, bespiegelt of bespreekbaar maakt, maar een die ook iets aanricht, een documentaire waarin de maker zijn eigen morele onderzoek voorrang geeft en buiten de veilige haven van goed en kwaad treedt.

Het ‘uitdagen van de moraal’ beschouw ik als een belangrijk aspect van mijn werk. In een samenleving waarin de ethiek van de wet en de politiek niet altijd in staat zijn om oplossingen te bieden voor de vraagstukken van onze tijd, kan kunst, in het bijzonder in de documentairevorm, op microniveau meer toereikende oplossingen bieden. Juist omdat documentaire veel meer dan fictie een ingreep is in de realiteit.

Mijn inbreker en ik

In mijn documentaire Mijn inbreker en ik besloot ik mijn inbreker een jaar lang te achtervolgen met de camera en hem uit te roepen tot hoofdpersoon Van mijn film. Ik had de jongen leren kennen nadat hij Was betrapt.

Ik kreeg mijn laptop terug en zag dat hij al mijn documenten had gewist en de laptop opnieuw had geformatteerd. Al mijn verhalen, films, ideeën en research: alles Was verdwenen. Maar de inbreker (in het dagelijks leven overigens geen inbreker, maar door een samenloop van omstandigheden wel m’n inbreker) had vier
uur home footage van zichzelf achtergelaten.

Hij stelde zich voor aan de camera, filmde zichzelf in zijn slaapkamer en gaf kusjes aan de camera. Plotseling Was ik in zijn priveruimte en werd ik geconfronteerd met zijn gelaat. Deze aanvaring wekte een intense nieuwsgierigheid. Temeer toen ik op het internet las dat hij een theatervoorstelling had geschreven en columns publiceerde.

Aangezien hij al mijn werk had gewist, besloot ik een nieuw werk te maken Waar de inbreker een aandeel in had.

Samenwerken met mijn inbreker

Aanvankelijk was het mijn intentie met hem samen te werken, maar hij had daar geen interesse in. Hij wilde mij het liefst niet onder ogen komen, laat staan met me samenwerken.

Ik stuurde hem e-mails, sms’jes en videoboodschappen om hem te overtuigen, maar tevergeefs. Mijn wens om hem onderdeel te laten zijn van mijn werk verdween echter niet. Hij was mijn leven binnengedrongen en had een onuitwisbare indruk achtergelaten. Ik vond dat ik daar gevolg aan moest geven, zodat ik ook op hem een onuitwisbare indruk zou maken.

Toen hij bleek niet te willen meewerken, besloot ik hem op een andere manier in mijn film te lokken. Ik bedacht een fictief agentschap dat hem de opdracht gaf om literaire teksten te schrijven, die ik wilde bundelen met mijn eigen verhalen. Toen hij na enkele weken ophield met schrijven organiseerde ik een blind date voor hem, en filmde die vanuit verschillende hoeken van het Leidseplein.

Om over mijn gevoel van machteloosheid en slachtofferschap heen te komen zette ik kunst in. En op momenten lukte het mij om mijn inbreker te overmeesteren, hem te vangen in een wereld waar ik de controle over had. Home footage van de inbreker, evenals zijn artiestennaam, echte naam, achternaam en mobiele telefoonnummer heb ik in de film vertoond.

Ethische kritiek

Gedurende het maakproces maar ook daarna kreeg ik regelmatig te maken met ethische kritiek. Ging het niet te ver? Was het geen ‘oog om oog tand om tand’? Was het ethisch verantwoord om iemand zo tegen zijn weten te filmen, 00k al had hij bij me ingebroken? Maakte ik me niet schuldig aan negatieve beeldvorming over een onderwerp dat toch al zo problematisch was? Het feit dat de moraal werd betwistjuichte ikvan harte toe, juist omdat de situatie geen eenduidige opvatting toeliet.

De moraal die verdedigd werd verwonderde mij echter vaak. Achter alle ethische en juridische aannames ging een vrees schuil. Een vrees om een ongewenste ander, in dit geval een inbreker, toe te laten tot het eigen domein – althans een poging daartoe te ondernemen. Hem uit te nodigen tot een duurzame, en betekenisvolle relatie in plaats van een vluchtige inbreuk.

Moraal

Wat mij aanspreekt aan de werkwijze die ik hanteerde voor het maken van deze film is niet het feit dat ik de privacy van mijn inbreker heb geschonden of dat ik op kunstzinnige wijze wraak heb genomen, maar dat ik mij ontvankelijk toonde voor iets dat aanvankelijk de gedaante had van een nachtmerrie. Ik omarmde de inbreker zo intens en beantwoordde zijn inbreuk op mijn privédomein met zoveel liefde, interesse en verlangen tot een broederlijk samenzijn, dat hij er de kriebels van kreeg.

Ik wilde de inbreker niet aangeven bij de politie en hem nooit meer zien. Nee, integendeel. Ik wilde dat wij voor altijd met elkaar verbonden zouden blijven.

Als slachtoffer, kunstenaar en filmmaker dichtte ik me de vrijheid toe om in te grijpen in de realiteit en de morele waarden op subjectieve wijze te evalueren. Het uitdagen van de moraal betekent immers niet immoreel handelen. Ik maakte deze film met de stellige overtuiging dat mijn aanpak in deze niet alleen gerechtvaardigd was maar ook noodzakelijk, en tevens dat die benadering uit sociaal maatschappelijk opzicht de best denkbare benadering was van dit specifieke probleem.

Of de inbreker daar zelf blij mee was is overigens ernstig te betwijfelen. De laatste keer dat ik hem tegen het lijf liep, twee jaar nadat de film was verschenen, vertelde hij me dat hij me nog steeds elke keer in elkaar wilde slaan wanneer hij de film Zag. Hij voelde zich voor gek gezet. Ik vroeg hem of hij er ook de humor van inzag. Die zag hij niet. Binnenkort verschijnt zijn debuutroman, evenals zijn eerste album. Ik kijk ernaar uit.

Trailer van Mijn inbreker en ik

Lees ook andere afleveringen van deze serie over jonge filmmakers.


Dit artikel is afkomstig uit 609, het blad van het Mediafonds.

Wie alle artikelen van de nieuwste editie van het blad wil lezen: een pdf van 609 is te vinden op de website van het Mediafonds.nl.

Nog geen reactie — begin de discussie!