De Nederlandse documentaire is te braaf, schreef Dana Linssen vorig jaar. Filmmaker Marc Schmidt stelde dat er een taboe heerst op mislukking. Hoe moet het experiment bevorderd worden? Tien jonge makers beschrijven in deze serie hun visie – op film, op documentaire, op zichzelf en hun manier van werken. En op de vrijheid die daarvoor nodig is. In deel 5 Josefien Hendriks, die er achter kwam dat angst nodig is om een goede film te maken. 

Volgens mij worden mijn beste ideeën uit angst geboren. Hoe banger ik ben, hoe beter. Het is vooral zaak – en ik oefen mezelf erin – om die angst te leren gebruiken. Het trillende gevoel in mijn maag, de honderdduizenden ‘wat als…’-stemmetjes die opfladderen in mijn gedachten, mijn bonzend hart, het uitstelgedrag: het zijn allemaal tekenen. Het gaat ergens om.

Twijfels

Maar dan moet ik nog beginnen. Daar zit hem vaak het probleem. De angst jaagt me terug. Verlamt. Door die angst neig ik ernaar om die rigoureuze keuze, die ik ergens van binnen wel zachtjes voel porren, toch maar niet te maken.

Omdat zoiets vast al eens gedaan is.

Omdat er nooit zo wordt gefilmd.

Omdat het te duur is. Te veel tijd kost.

Omdat ‘ze’ het wel een slecht idee zullen vinden.

Omdat het nog maar de vraag is of het me lukt.

Het is veel makkelijker en dus veiliger en veel gewoner ook, om een geëffend paadje af te wandelen. Iedereen weet in de besprekingen waar ik het over heb. Ik hoef weinig uit te leggen. Ik ben minder kwetsbaar. Niemand kijkt gek op.

Gewoon durven

Toen ik mijn eerste kind net op de wereld had gezet, was ik voor even van die angst verlost. Ik vond mezelf zo ongelofelijk stoer, dat ik zomaar alles durfde. Ik schreef een mail naar een producent die ik niet kende en drukte gauw op de send-knop. Hij wilde met me in zee. Ik belde een editor die ik bewonderde met de vraag of hij aan een korte film van me wilde werken. Hij zei ja. Plannen die ik eerder niet durfde te delen omdat ze nog niet ‘af’ waren, bleken allang af genoeg om er de wereld mee in te gaan.

Helaas, de bravoure van toen is weer een beetje afgenomen. Hoewel ik nog steeds meer durf dan eerst. Snel op de send-knop drukken bij spannende mailtjes helpt nog altijd. Werkt ook goed bij prille ideeën. ook in gesprekken: gewoon over beginnen. Hoe vaker je het doet, hoe vaker je durft. ook met inhoudelijke en stilistische keuzes. Gewoon uitproberen.

Want er kan zoveel! Eigenlijk kan bijna alles.

De kunst om te durven

Bovendien leerde ik dat angst en de daaruit voortkomende stressreacties juist heel handig kunnen zijn bij het maken.

Een stel sociaalwetenschappers aan Harvard onderzocht hun studenten: voorafgaand aan een test lieten ze de eerste groep een video zien waarbij angstreacties als hartkloppingen en sneller ademen als schadelijk voor je gezondheid en prestaties werden gepresenteerd.

De tweede groep zag een tegengestelde stelling: stress is juist positief, want je lichaam krijgt energie om zich voor te bereiden op iets moeilijks. Je krijgt meer zuurstof in je hersenen, je hart bereidt zich voor op actie. Je productiviteit en creativiteit worden vergroot, net als je intelligentie en je geheugen.

De studenten die leerden dat stress zinvol en positief was, bleken tijdens de daadwerkelijke test veel minder stressreacties te ervaren. Ze presteerden beter. Hun fysieke reactie leek erg op de processen zoals ze waarneembaar zijn tijdens momenten van vreugde of moed. Sinds ik dat weet ben ik minder bang om bang te worden. Het is dus vooral de kunst om te durven, ondanks dat het eng is.

De angst verbergen

Wat ik jammer vind is dat er onder ons filmmakers weinig openheid is over die angst bij het maken. Vaak verstoppen we hem onder praatjes over ‘wel of niet subsidie gekregen’, drukke agenda’s, volgende feestjes of afspraken en ‘wat ben jij eigenlijk allemaal aan het doen’?

We zouden elkaar zo goed kunnen aansteken in de ontwikkeling van gedurfde plannen of bijzondere processen. Door elkaar echt te bevragen en vooral goed te luisteren. Door iets minder aardig voor elkaar te zijn. En eerlijker. En daardoor juist misschien aardiger. Daarvoor zijn momenten nodig en plekken. En tijd. En wat altijd heel goed helpt: zelf genadeloos eerlijk inzetten. Dan durft die ander vaak ook. Voor je het weet heb je een echt gesprek. Over film.

Filmmaken op intuïtie

Filmmaken, echt filmmaken zoals ik het zou willen, is heel bloot. Schaamteloos, zonder dat het persoonlijk hoeft te zijn. Ongegeneerd en eigengereid, omdat je je laat leiden door je intuïtie in plaats van door de mening van anderen. Het is enger, want het glijdt en beweegt maar voort en soms weet ik niet meer wie de leiding heeft, maar tegelijk is het heel heerlijk en spannend en verrassend, onderweg naar de uiteindelijke film. Zoals het leven zelf, in zijn beste vorm: het gebeurt zomaar.

Ik probeer dus heel goed te luisteren naar de zachte maar doordringende stem die zegt hoe ik het eigenlijk zou willen, ondanks de zelfcensuur die zegt dat mijn idee te cliché, te braaf of te afwijkend zou zijn.

En steeds als me dat lukt, dan durf ik. Het is een beetje zoals naakt zwemmen op een strand waar dat eigenlijk niet hoort. Het stukje naar de zee is lastig, maar eenmaal in het water voelt het heel goed.

Als je dus goeie films wil maken, of goeie mislukte films, wees dan blij als je bang wordt.
En daarna: gauw beginnen.

Lees ook andere afleveringen van deze serie over jonge filmmakers.


Dit artikel is afkomstig uit 609, het blad van het Mediafonds.

Wie alle artikelen van de nieuwste editie van het blad wil lezen: een pdf van 609 is te vinden op de website van het Mediafonds.nl.

Nog geen reactie — begin de discussie!