Journalist Perdiep Ramesar kreeg de wacht aangezegd bij Trouw omdat hij zou hebben gesjoemeld met bronnen in zijn artikelen. Onderzoeker Gerard Smit van de Hogeschool Utrecht analyseert Ramesars verhaal over de “zogeheten Vergeten Driehoek in de Haagse Schilderswijk”.

Trouw heeft Perdiep Ramesar ontslagen, omdat hij bronnen zou hebben verzonnen. Zelf zeggen ze bij Trouw nog niet wie het is, maar de Volkskrant  wist vanmorgen te melden dat het om Perdiep Ramesar gaat. NRC Handelsblad liet eerder al weten dat het gaat om een journalist die in 2012 was genomineerd voor de Loep. Even kijken op de site van de VVOJ en het is niet moeilijk te raden om wie het gaat.

Ramesar heef een illustere voorganger in de persoon van Jayson Blair die in 2003 werd ontslagen bij de New York Times vanwege verzonnen bronnen. Hij werd gezien als een briljante journalist. Alom geprezen voor zijn prachtige en schokkende verhalen. Om aan de hooggespannen verwachtingen te voldoen, ging Blair steeds meer zelf verzinnen, om steeds meer opzien te baren met zijn verhalen. Eenmaal op grote hoogte, viel hij diep.

Geloofwaardigheid

Maar laten we de persoonlijke tragiek, de verklaring voor dit gedrag, en de schuldvraag even achterwege, en kijken naar de manier waarop je als lezer de geloofwaardigheid van een tekst beoordeelt.

Er zijn natuurlijke de bekende regels als bronvermelding, hoor- en wederhoor, en check en dubbelcheck. Als de journalist anonieme bronnen gebruikt, heeft de lezer geen houvast in haar oordeel over de geloofwaardigheid van wat er wordt verteld. Toch maken journalisten in het soort verhalen dat Ramesar schrijft vaker gebruik van anonieme bronnen zonder dat lezers, of redacteuren, daar bezwaar tegen maken. Dat komt niet alleen doordat die verhalen zo lekker lezen, maar ook doordat de journalist in kwestie een zeker vertrouwen geniet en geloofwaardigheid heeft opgebouwd.

Maar eenmaal geloofwaardig betekent niet: altijd geloofwaardig.

Geloofwaardigheidstest

Hoe test je als lezer de geloofwaardigheid van een tekst waarvan je zelf de bronnen niet kunt controleren?

In het onderzoek dat ik heb gedaan naar geloofwaardigheid van verhalende journalistieke teksten heb ik een aantal attenderende criteria onderscheiden die een indicatie kunnen geven van de geloofwaardigheid van de verteller: afstand, toon en reflectie.

1. Afstand

Afstand gaat over de morele en emotionele afstand van de verteller tot zijn onderwerp. Bij veel afstand (de traditionele opvatting van betrouwbare journalistiek) past een goede verantwoording in de vorm van bronvermelding en eventueel hoor- en wederhoor. Bij weinig afstand (grote betrokkenheid van de verteller bij zijn of haar onderwerp) past duidelijkheid van de verteller over de eigen betrokkenheid waardoor er geen twijfel is over de mogelijke vertekening.

2. Toon

In de gebruikte toon (woordgebruik, zinsconstructie, gebruik van stijlmiddelen) komt naar voren wat voor een soort persoon de verteller is. Voor de geloofwaardigheid is het van belang dat de verteller blijk geeft van intellectuele autonomie (‘ik denk zelf na over wat ik zie’), nauwkeurigheid (‘hoe specifiek ben ik in mijn verwoording van wat er speelt’) en een zekere mate van emotionele stabiliteit (‘in hoeverre beheers ik emoties als verontwaardiging, boosheid, enthousiasme, of ben ik juist duidelijk over de emoties die ik onderga?’).

3. Reflectie

Bij reflectie gaat het om de mate waarin de verteller duidelijk is over zijn of haar werkwijze en blijk geeft te reflecteren op de eigen rol. Dat kan op een formele manier door duidelijk te zijn over wie je bronnen zijn en waarom ze als geloofwaardig beschouwd kunnen worden, maar het kan ook informeel door op je eigen rol te reflecteren.

Proef op de som

Nu is natuurlijk de vraag: had je als kritische lezer kunnen weten dat er iets niet klopte aan de verhalen van Ramesar? Als kleine proef op de som neem ik het het verhaal van Ramesar dat op 18 mei 2013 in Trouw staat: Als je wijk verandert in een ‘klein kalifaat’.

Ik nodig de lezer graag uit een uitgebreide analyse te maken op grond van de genoemde criteria. Ik kijk nu alleen naar het laatste criterium: reflectie.

Wat opvalt is dat Ramesar in het stuk zijn eigen waarneming op geen enkele manier in twijfel trekt. In tegendeel, hij onderstreept telkens de stelligheid van zijn beweringen.

Hieronder het begin van het verhaal. In cursief staan de zinsdelen die stelligheid van het geboden perspectief onderstrepen. Geen twijfel mogelijk, lijkt de journalist te willen zeggen: zoals ik het zie, zo is het.

Een deel van de zogeheten Vergeten Driehoek in de Haagse Schilderswijk ontwikkelt zich tot een heuse enclave van orthodoxe moslims. De vrees bestaat dat jonge moslims zich in die buurt tot djihadisten ontpoppen.

‘De Vergeten Driehoek’, de naam zegt het al, is een buurt in Den Haag waar zich een ontwikkeling voltrekt waar niemand daarbuiten iets van lijkt mee te krijgen. Een deel van de driehoek, die ooit die naam kreeg omdat die buurt was ‘vergeten’ bij de stadsvernieuwing, wordt ook wel een ‘moslimenclave’ genoemd.

Geringe zelfreflectie

In termen van de genoemde criteria mag je dan vaststellen dat er sprake is van een geringe mate van zelfreflectie in het verhaal. Dat ondermijnt de geloofwaardigheid. Want bij onbekendheid van de bronnen geldt: hoe meer de journalist zijn eigen waarneming in twijfel trekt, hoe geloofwaardiger het overkomt. Hier geldt het omgekeerde.

De volgende alinea doet er alleen nog maar een schepje bovenop.

Het is niet zomaar een buurtje waar alleen veel mensen met een islamitische achtergrond wonen, maar het is een gebied dat bewoond wordt door een relatief grote groep zeer orthodoxe moslims. Bewoners en anderen in de wijk zeggen dat al jaren. De laatste tijd heeft de buurt, waar enkele honderden gezinnen wonen, zelfs nieuwe bijnamen gekregen: De Sharia Driehoek, of ook wel de Punt van het Zwaard.

En zo gaat het door.

Heel subtiel, langzaam maar zeker, beginnen de regels in de buurt te veranderen. …

Hoe de normen in de buurt veranderen, is met een paar eenvoudige voorbeelden te duiden. …

Het stuk eindigt met de volgende verantwoording. Ook hier geen enkele reserve tegenover het eigen gelijk

Trouw was twee maanden lang minstens twee dagen per week in ‘de Vergeten Driehoek’ in de Haagse Schilderswijk om daar te spreken met tientallen bewoners, oud-bewoners, jongeren, vrijwilligers en professionals van overheidsdiensten en maatschappelijke organisaties. Veel mensen wilden of mochten niet bij hun (volledige) naam worden genoemd, omdat ze bang waren voor represailles van buurtgenoten, of omdat ze anders problemen zouden krijgen op hun werk.

Wie weet, dat als  geloofwaardigheidscriteria als ‘afstand’, ‘toon’ en ‘zelfreflectie’ gemeengoed worden, fantaseerlust in de journalistiek eerder wordt onderkend.

Of is dit een goedkope manier om achteraf als onderzoeker je gelijk te halen?

Dit artikel verscheen eerder op JournalismLab.

Al 8 reacties — discussieer mee!