De Nederlandse documentaire is te braaf, schreef Dana Linssen vorig jaar. Filmmaker Marc Schmidt stelde dat er een taboe heerst op mislukking. Hoe moet het experiment bevorderd worden? Tien jonge makers beschrijven in deze serie hun visie – op film, op documentaire, op zichzelf en hun manier van werken. En op de vrijheid die daarvoor nodig is. In deel 3 Morgan Knibbe, die meent dat er dringend behoefte is aan prikkelende audiovisuele vertellingen die conventies doorbreken om mensen te laten reflecteren op het eigen gedrag en dat van anderen. Zijn film Those Who Feel the Fire Burning werd geselecteerd voor de Internationale competitie van IDFA 2014. 

Momenteel ben ik bezig met de afwerking van mijn eerste lange film: Those Who Feel the Fire Burning. De film is gefinancierd met een Wildcard van het Nederlands Filmfonds, een subsidie die de ruimte geeft om een film te maken zonder restricties of bemoeienis van buitenaf. Ongeveer 40.000 euro, dus relatief gezien geen vetpot, maar deze financiële hulp was mijn redding.

Aan de bak komen

Na de Filmacademie is het voor veel filmmakers niet makkelijk om aan de bak te komen. In mijn geval was dat misschien nog net iets lastiger. Mijn eindexamenfilm was onorthodox en eclectisch van vorm, dus in zekere zin een vreemde eend in de bijt. Na de Filmacademie heb ik twee maanden in de thuiszorg en bij restaurant La Place moeten werken om rond te kunnen komen. Maar toen was daar het Filmfonds!

Binnen het kader van de Wildcard heb ik mij samen met mijn crew volledig kunnen richten op het creëren van een ‘eigen stem’, een audio-visuele taal zoals wij die voor ogen hadden.

Als ik naar collega-filmmakers kijk zie ik vaak hoe ze moeten leren omgaan met concessies vanwege belangen van investerende partijen. Het is bijvoorbeeld niet vreemd dat het creatieve proces heel anders verloopt wanneer een film is bedoeld voor de televisie. Het televisiepubliek heeft een andere concentratiespanne dan het bioscooppubliek. Over dat soort dingen heb ik mij niet druk hoeven maken.

Beter leren begrijpen

Mijn film gaat over vluchtelingenproblematiek aan de rand van Europa, een verschrikkelijk divers en breed onderwerp dat ontzettend veel aandacht heeft gekregen. Nog steeds worden er wekelijks lange krantenartikelen gewijd aan ontheemde mensen die vanuit Afrika en het Midden-Oosten Europa proberen binnen te komen.

Toch denk ik dat de meeste Europeanen zich niet tot in de kern van hun wezen geraakt voelen door deze problematiek. De eentonige berichtgeving maakt het een ‘ver-van-ons-bed-show’. Daarbij is het nieuws een hoogst selectieve waarheid. Keuzes worden gemaakt in de manier waarop informatie wordt vastgelegd en hoe deze informatie wordt gepresenteerd. Zoals bij alle media. Men denkt te weten wat er gaande is, maar in feite heeft men een vervormd beeld van de werkelijkheid.

Nu pretendeer ik niet te weten hoe vluchtelingen zich voelen. Het is juist mijn ambitie om dat door het maken van een film beter te leren begrijpen. Door van dichtbij te ervaren hoe het leven van deze mensen eruit ziet, laat ik mij onderdompelen in hun wereld. Deze ervaring wil ik delen met anderen en naar mijn idee kan dat alleen door een hoogst subjectieve audiovisuele vorm te creëren.

‘Fly through the air’

De film begint op zee. Het is nacht, het stormt hevig. Een groepje vluchtelingen probeert illegaal de oversteek te maken naar Europa, maar een oude man valt overboord en sterft. Vanaf dat punt verschuift zijn waarneming naar een andere dimensie, een duistere en grimmige plek waar zijn ziel vast komt te zitten. Gedreven door een mysterieuze kracht en wanhopig op zoek naar zijn geliefden dwaalt zijn ziel langs de dagelijkse realiteit van vluchtelingen die zich de onderste laag van de Europese samenleving bevinden.

Dit klinkt als de synopsis van een fictiefilm, maar vrijwel al het beeldmateriaal is documentair.

Om het perspectief van de geest vorm te geven is vooral gefilmd met een steadicam, waarmee vloeiende camerabewegingen gemaakt kunnen worden. Voor deze vorm bedachten wij gekscherend de term ‘fly through the air’, een variatie op ‘fly on the wall’. Waarom zou je jezelf beperken tot de muur als je kunt vliegen?

Als men mij vraagt wat voor films ik nu eigenlijk maak, dan vind ik het moeilijk om daar snel een antwoord op te geven. Ik kan ontzettend lang uitweiden over de vormtechnische aspecten van de film, maar eigenlijk vermeld ik er liever niet bij dat ik een documentaire aan het maken ben. Liever zeg ik dat ik gewoon films maak.

Subjectieve werkelijkheid

Persoonlijk associeer ik het woord ‘documentaire’ met een quasi-objectieve beeldtaal waarin voornamelijk de ‘realiteit’ aan bod komt. Maar wat is dat precies, de realiteit? De lens van een camera legt slechts een fractie van de werkelijkheid vast. Elke cameraman of (amateur)filmer kiest bewust of onbewust voor een bepaald perspectief, waardoor elke vorm van objectiviteit wegvalt. Soms noemt men een lens een ‘objectief’, maar naar mijn idee kan men het beter een ‘subjectief’ noemen.

Film maken is een kunst van manipulatie. Als filmmaker wil ik mijn publiek graag zodanig manipuleren met audiovisuele kunstgrepen dat ik een actief denkproces over vorm en inhoud in gang kan zetten. Het is belangrijk om te experimenteren met filmische taal, zodat een publiek verrast wordt. Door mensen uit hun comfort zone te halen, worden ze geprikkeld om op een andere manier te kijken naar bestaande normen en waarden.

Ik denk dat er dringend behoefte is aan prikkelende audiovisuele vertellingen die conventies doorbreken om een publiek te laten reflecteren op het eigen gedrag en dat van anderen. Volgens mij zijn er te veel films, documentaires en televisieprogramma’s die opgaan in een oneindige massa aan informatie omdat ze urgentie missen in zowel inhoud als vorm.

Omdat ik een lange film maak voor een klein budget, moet ik wat van mijn persoonlijke financiële vrijheid inleveren. Ik werk nog steeds twee avonden per week in een restaurant om mijn broek op te kunnen houden en veel van de andere crewleden hebben hard gewerkt voor een klein honorarium. Daarentegen was er geen sprake van concessies op creatief gebied. Dankzij de Wildcard heb ik samen met mijn crew de vrijheid kunnen nemen om flink te experimenteren. We hebben een filmische taal kunnen ontwikkelen die voordien grotendeels in onze fantasie bestond. Behalve de beperkingen van het budget is ons geen enkele restrictie opgelegd. Daarvoor ben ik het Filmfonds erg dankbaar en ik wens meer filmmakers deze vrijheid toe.

Lees ook andere afleveringen van deze serie over jonge filmmakers.


Dit artikel is afkomstig uit 609, het blad van het Mediafonds.

Wie alle artikelen van de nieuwste editie van het blad wil lezen: een pdf van 609 is te vinden op de website van het Mediafonds.nl.

Al één reactie — discussieer mee!