Trouw schrapt 126 artikelen die Perdiep Ramesar schreef sinds mei 2007, omdat zijn bronnen niet te verifiëren waren. Voordien werkte Ramesar voor het AD en de Haagsche Courant. Zijn artikelen uit die tijd vertonen hetzelfde verdachte patroon, constateert mediaonderzoeker Peter Burger.

Vanaf 2003 werkte Perdiep Ramesar voor de Haagsche Courant, die na een fusie in 2005 AD/Haagsche Courant werd. Hij startte met de portefeuille gezondheidszorg, maar berichtte ook over Hindoestanen in de Haagse regio. Al snel zou dat zijn specialiteit worden: de veelkleurige samenleving, met zijn feestelijke (Chinees nieuwjaar, het Holi-feest) en minder feestelijke kanten (vrouwenhandel, radicalisering). De krantendatabase LexisNexis bevat voor de periode 2003-2006 honderden artikelen van zijn hand. Voor een klein deel staan ze ook op AD.nl, niet altijd met zijn byline.

Net als de commissie die Ramesars Trouw-artikelen onderzocht (hier de pdf van het rapport), heb ik namen teruggezocht in een aantal databestanden. De resultaten geven reden tot wantrouwen: veel namen zijn niet te traceren of komen überhaupt niet voor in Nederland. De quotes en verhalen zijn vaak te mooi om waar te zijn.

Niet-bestaande namen

Ik heb namen gecheckt met Google, de telefoongids, Facebook en de Familienamenbank van het Meertens Instituut. De laatste is bijgewerkt met gegevens uit de Gemeentelijke Basisadministratie (GBA) van september 2007. De achternamen van mensen die voor die tijd in Nederland woonden, zouden er dus in moeten zitten.

Ramesars werk was als dat van veel verslaggevers: eerst bericht je over hard nieuws zoals een maatregel, publicatie van een onderzoeksrapport of nieuwe politiecijfers, en in een follow-up geef je dat nieuws een gezicht, hetzij met snelle vox pop, hetzij met een reportage of een interview met betrokkenen. Ramesar excelleerde in die follow-ups: quotes zoeken bij nieuws over toenemende aantallen allochtone studenten kan iedereen wel, maar waar haal je binnen een dag een besneden Somalische vandaan die ook nog met haar volledige naam on the record wil?

Met beide soorten bronnen, de snelle vox pop en de knap geproduceerde interviews, is in Ramesars artikelen iets raars aan de hand. Wanneer geïnterviewden een bestuursfunctie hebben of een met name genoemd bedrijf, zijn ze, ook tien jaar na dato, nog terug te vinden, bijvoorbeeld in Google. Murat Ersoy, student van het jaar 2005, en Wiereen Parag, voorzitter van een Hindoestaanse studentenvereniging, allebei geïnterviewd door Ramesar in 2005, hebben LinkedIn-accounts en zijn ook door anderen dan Ramesar geïnterviewd. Hun namen staan in de Familienamenbank, die bevestigt dat ze uit migrantenfamilies stammen: in 1947 woonden er nog geen Ersoys en Parags in Nederland.

Dit geldt allemaal niet voor namen van personen die zo’n officiële functie missen. Autochtonen dragen bij Ramesar Nederlands aandoende namen – die volgens de Familienamenbank echter niet bestaan. Ramen, Ronder, Sidders, Siegfrieds, Korenwijk, Hanzeman, Vriesenveen en Muyssen – de informanten van Ramesar heetten nooit gewoon De Vries of Janssen. De namen van deze personen waren ook niet te traceren met Google, Facebook of de telefoongids.

Bij geen van de artikelen met niet-bestaande namen staat vermeld dat de naam gewijzigd is: Ramesar heeft ze dus verzonnen zonder dit aan te geven.

Heeft hij in de periode 2003-2006 ook quotes en misschien zelfs hele verhalen verzonnen? In internetjargon spreek je van ‘sokpoppen’ als één persoon verschillende accounts aanmaakt op Twitter of andere sociale media om te doen alsof hij meer personen is. Het lijkt er inderdaad op dat vox pop bij Ramesar vaak een sokpop was: uitspraken van de journalist zelf, maar onder een andere naam.

‘Jan des Bouvrie kan er een puntje aan zuigen’, zegt de Turk

Op 11 augustus 2005 brengt Ramesar voor de Haagsche Courant het nieuws dat er een protocol komt voor kinderartsen en verpleegkundigen om meisjesbesnijdenis te signaleren. Twee dagen later publiceert hij een interview met de ideale informante: de 22-jarige sociaal werkster Ainaa Zhira uit Den Haag, die op haar twaalfde werd besneden. Bijzonder, iemand die met haar naam en dit verhaal in de krant wil. Er staat niet bij dat de naam gefingeerd is, maar Zihra is niet te traceren met Google, de Familienamenbank en LexisNexis. En hoewel zij een gewilde nieuwsbron moet zijn geweest, heeft volgens LexisNexis geen enkele andere journalist haar daarvoor of daarna geïnterviewd.

In 2005 spreekt Ramesar bij een herdenking de 16-jarige Evani Gokic, wier vader in Srebrenica werd vermoord. Ook zij is niet te traceren en de naam Gokic komt niet voor in de lijst van Srebrenica-slachtoffers.

Dit zijn natuurlijk gevoelige onderwerpen, waarbij je je kunt voorstellen dat geïnterviewden willen dat hun naam wordt veranderd. Hoewel: Gokic snakt juist naar gerechtighei voor haar vader, dus die naam moet kloppen – toch?

Maar zoals de onderzoekscommissie van Trouw al constateerde: ook als het gaat om alledaagse verhalen, bijvoorbeeld over kijkers bij een aangespoelde walvis, zijn de bronnen niet te verifiëren. Op 12 september 2003 schreef Ramesar in de Haagsche Courant over ‘de vele jonge goed verdienende allochtone gezinnen die zich ontworstelen aan de drukke ‘zwarte’ volksbuurten in Den Haag’ en verhuizen naar buitenwijk Wateringse veld. Beide gezinnen zijn niet te traceren. Waar is waterbouwkundig ingenieur Okan Gyomur (31), die zo goed geïntegreerd is dat hij trots spreekt over zijn trendy interieur “waar Jan des Bouvrie een puntje aan kan zuigen’’.

In een reportage over de eerstejaarsdagen op de Haagse Hogeschool zegt aankomend rechtenstudent Erik Muyssen (18):

Mijn vader heeft vroeger bij de roeivereniging van de universiteit gezeten en ik zie dat ik hier ook op de hogeschool kan roeien. Ik wil graag in de voetsporen van mijn vader treden, de traditie voortzetten.” Op de vraag of roeien niet voor kakkers is, lacht hij smalend. “Wat zijn kakkers nou weer? Ik kan er toch niets aan doen dat mijn ouders het gemaakt hebben en dat ik wil studeren, zoals mijn vader dat deed?

Dat zijn toepasselijke, snappy quotes waar elke redacteur blij mee is. Maar als Ramesar de naam van Muyssen verzon, terwijl daar geen enkele legitieme reden voor is, zou hij dan ook niet in een moeite door de quote hebben verzonnen?

Onwaarschijnlijk welbespraakt

Behalve de verdachte bronnen die met voor- en achternaam genoemd worden, komen in Ramesars stukken regelmatig geheel en half anonieme bronnen voor. Er zijn ook redenen om die te wantrouwen, omdat hun verhaal vaak onwaarschijnlijk literair is. Bijvoorbeeld het interview met de 26-jarige Marokkaanse prostituee en loverboyslachtoffer Fouzia K. in het AD (2 maart 2006), nadat burgemeester Deetman een tippelzone heeft gesloten.

Fouzia luistert op haar oude Sony walkman naar ‘The man who sold the world’ in de uitvoering van Nirvana. Het nummer blijkt symbool te staan voor haar leven. Zij is aan klanten verkocht door een loverboy toen ze zestien was, en ze is een jaar jonger dan Cobain toen die zich door zijn hoofd schoot. Ze stak haar pooier neer, zat twee jaar in de gevangenis en besluit:

Ik had niets. Dat dwong me om weer te tippelen, in Den Haag waar ik nu ook woon. Dat is nu ten einde. Cobain had gelijk. Ik sta face to face met hem die m’n wereld verkocht: Deetman.

Het is een literaire monoloog, het resultaat van research en schrijfkunst, of, naar we nu moeten vrezen, verzonnen. De welbespraaktheid van Ramesars bronnen, die ook bij zijn Trouw-collega’s verbazing wekte, is ook al aanwezig in de periode daarvoor.

Zo meldde hij op 28 februari 2006 de toename van Zuid-Amerikaanse prostituees (‘Grootste groep illegale Haagse tippelaarsters Zuid-Amerikaans’). De tweede grootste groep kwam volgens de nieuwe cijfers uit Oost-Europa. Ramesar is meteen ter plekke en kan in een reportage de blonde Poolse Stacy van 29 en de 18-jarige Braziliaanse Debbie citeren. De laatste is een echt talenwonder:

Pijn lijden is een dagelijks terugkerend ritueel in dit werk,’’ vertelt de Braziliaanse Debbie (18) die goed Nederlands spreekt, hoewel ze nog maar drie jaar in Nederland verblijft. „Dat hoort erbij en daar moet ik me telkens weer overheen zetten.’’ Haar boze bruine ogen in haar poppengezichtje zetten haar verhaal kracht bij.

In februari 2004 wordt Al Hoceima in Marokko getroffen door een aardbeving. In een theehuis bij station Hollands Spoor treft Ramesar familieleden van slachtoffers: Mohamed El Idriz (69) en zijn zoon Nourdin (20), Fardin Nousi (44) en Ali Al-Ibn (58), allen ontraceerbaar. Mohamed vreest dat een andere zoon en zijn vrouw zijn omgekomen en zegt, in het gebeeldhouwde Nederlands dat je 69-jarige Marokkanen zo vaak hoort spreken:

Ik wil naar de moskee om mijn gedachten op een rijtje te zetten en om Allah te verzoeken genadig te zijn voor mijn zoon en schoondochter in het hiernamaals.

Gedrogeerd en verkracht in LLoret

Het vreemdste verhaal uit Ramesars AD-periode komt voort uit een vakantiereis van Haagse Hindoestanen naar Lloret de Mar, waarvan Ramesar in een aantal stukken verslag deed. Hij reisde mee en kwam terug met een schokkend verhaal: een meisje van 13 was met drugs in haar drankje bedwelmd en verkracht door een groep daders. Een week daarna had ze zelfmoord gepleegd omdat haar ouders haar niet geloofden. Alle bronnen voor dit verhaal zijn anoniem: de hindoepriester van de familie, een familielid van het slachtoffer, en een reisleider. Ramesar tekent aan dat de ouders in Spanje en in Nederland geen aangifte hebben gedaan en dat ook de Nederlandse politie en justitie daardoor van niets weten.

Dit schokkende verhaal is vreemd genoeg niet door andere media opgepikt, wat ook reageerders op het Hindoestaanse forum Indianfeelings destijds al verwonderde. Was er op de AD-redactie destijds niemand die nattigheid voelde?

Meer verhalen waar niemand om vraagt, graag

Nu het schandaal waarschijnlijk groter is dan de 126 artikelen die de commissie van Trouw als onbetrouwbaar brandmerkt, rijst de vraag wat de huidige AD-redactie gaat doen. Een onderzoek lijkt me op zijn plaats. Als dat de verdenkingen bevestigt, zouden Ramesars artikelen van AD.nl kunnen worden verwijderd en in LexisNexis van een aantekening worden voorzien.

En verder? Het oeuvre van Ramesar doorwerkend, viel mij op dat hij zo weinig verrassende en onthullende stukken schreef, en zo vaak niet meer deed dan inkleuren wat anderen al geschetst hadden. Waren meisjes die naar Syrië gingen in het nieuws, dan vond hij de vader van zo’n meisje. Deze affaire vraagt niet alleen om scherpere (hoofd)redactionele controle op bronnengebruik, maar ook om hoofdredacties die verslaggevers de vrijheid geven om de straat op te gaan en terug te komen met verhalen waar niemand om gevraagd heeft, maar die iedereen moet lezen.

Dit artikel verscheen eerder op het weblog van de opleiding Journalistiek en Nieuwe Media aan de Universiteit Leiden.

Update
Het AD gaat ‘uit voorzorg’ alle artikelen van Perdiep Ramesar verwijderen, zo laat hoofdredacteur Christiaan Ruesink aan nrc.nl weten. Ze worden van de website gehaald en uit andere archieven gewist. AD gaat verder geen onderzoek doen naar onjuistheden in Ramesars artikelen.

Al 11 reacties — discussieer mee!