Als medisch onderzoek vertekend in de media belandt, zijn journalisten niet de enige verantwoordelijke: de fouten zitten vaak al in het persbericht van de universitaire voorlichters. Dat blijkt uit een Engels onderzoek waarvoor meer dan 460 persberichten van 20 Britse universiteiten tegen het licht werden gehouden, samen met de wetenschappelijke studies waar ze over gingen en de nieuwsberichten waarin ze resulteerden.

Veel persberichten bevatten overdreven gezondheidsadviezen, deden beweringen over mensen terwijl het onderzoek alleen op dieren, cellen of computermodellen was verricht, en trokken conclusies over oorzaak en gevolg, terwijl de studie alleen correlaties beschreef. Deze drie vormen van overdrijving kwamen voor in 33 tot 40 procent van de onderzochte persberichten. Het onderzoek verscheen op 10 december in het gerenommeerde British Medical Journal.

Als het ze om aandacht gaat, hoeven voorlichters niet te schreeuwen: overdrijving in de persberichten correspondeerde niet met meer aandacht van de media. Wél ging overdrijving door voorlichters samen met overdrijving door journalisten. De onderzoekers merken heel wetenschappelijk op dat we daaruit niet mogen concluderen dat overdreven persberichten leiden tot overdreven nieuws, maar een overtuigende alternatieve verklaring hebben ze niet.

Spermasensatie

Op de redactie van Nieuwscheckers, het project waarvoor JNM-studenten de feiten in het nieuws controleren, hadden we al langer de ervaring dat fouten in medisch en ander wetenschappelijk nieuws kunnen ontstaan in elk deel van de keten tussen onderzoeker en nieuwsbericht. Inclusief de voorlichter. Een sterk aangezette kop als ‘Koffie helpt tegen baarmoederkanker’ bleek het resultaat van overleg tusssen een journaliste en een voorlichter van een kankeronderzoekfonds.

Een van de idiootste verhalen die we ooit checkten is het bericht dat onder de kop ‘Sperma doorslikken houdt vrouwen jong’ in 2009 verscheen op NU.nl. het bleek onzin, en die onzin begon bij de voorlichters van de Oostenrijkse universiteit waar dit nieuws vandaan kwam. Hun persbericht ging de wereld in onder de kop: ‘Onderzoekssensatie: onderzoekersduo uit Graz ontdekt ‘Bron van de Jeugd’ in zaadvloeistof.’ Dat het onderzoek uiterst voorlopig was, en dat er tot dan toe alleen fruitvliegjes en muizen aan te pas waren gekomen, verdween uit beeld.

Dergelijke ‘anecdata’ worden bevestigd door eerder onderzoek naar persberichten, zoals een studie uit 2012 (eveneens gepubliceerd in het British Medical Journal), die persberichten van medische tijdschriften onder de loep nam. Daaruit bleek dat nieuwsmedia zwaar leunden op de persberichten en dat de berichtgeving beter was naarmate de persberichten beter waren.

Persbericht: wiens verantwoordelijkheid?

Het goede nieuws van dit onderzoek is dat de voorlichters, die betere toegang hebben tot medische expertise dan de gemiddelde journalist, invloed kunnen uitoefenen op de kwaliteit van het nieuws. Waarom doen ze dat dan vaak niet? De onderzoekers geven zelf het antwoord: als er sprake is van schuld, ligt die vooral bij de universitaire cultuur van competitie en zelfpromotie, die in combinatie met een journalistiek die steeds meer moet leveren met steed minder menskracht onbetrouwbaar nieuws produceert.

Hoe is dat te verbeteren? In een redactioneel commentaar bij het onderzoeksartikel doet onderzoeker en journalist Ben Goldacre (bekend van het boek Wetenschap of kwakzalverij?) een paar behartigenswaardige aanbevelingen. Maak persberichten onderdeel van de publicatie, zegt hij, en stel ze bloot aan dezelfde post-publicatiekritiek als het originele artikel. Tijdschriften zouden niet alleen commentaar op tekortkomingen van het onderzoek moeten publiceren, maar ook op overdrijving in het persbericht.

Wetenschapsjournalist Lawrence McGinty voegt daaraan toe dat medische tijdschriften auteurs kunnen verplichten om standaardinformatie uit het artikel, zoals de implicaties voor de medische praktijk, altijd op te nemen in het persbericht of er op zijn minst naar te linken.

Dergelijke maatregelen maken controle door buitenstaanders natuurlijk niet overbodig. Behalve door individuele journalisten kan die controle worden uitgeoefend door instanties die in Nederland helaas ontbreken, zoals de Britse nieuwscheckers van de National Health Service (Behind the Headlines)en de AmerikaanseHealthNewsReview. De laatste maakte deze week bekend dat ze zich vanaf komend jaar niet alleen zal richten op nieuws, maar ook op het checken van persberichten over medisch onderzoek.

Bombrief

Dat fouten in medisch nieuws ook kunnen ontstaan vóór er een voorlichter aan te pas komt, bewees het British Medical Journal al één dag na deze kritische publicatie over persberichten. De studie ging over sekseverschillen bij levensgevaarlijk idioot gedragen concludeerde dat mannen daardoor vaker het leven verliezen dan vrouwen. Het onderzoek was gebaseerd op stupide sterfgevallen die worden bijgehouden op de website van de Darwin Awards. Het onderzoek werd gepubliceerd in de Kersteditie van de BMJ, die traditioneel ruimte biedt aan frivole onderwerpen. Tongue in cheek, maar wel degelijk.

Het sterkste voorbeeld van mannelijke stommiteit dat werd opgepikt door nieuwsmedia, was dat van de Irakese terrorist die een bombrief verstuurde maar die onvoldoende frankeerde. Toen hij de brief retour kreeg, was hij vergeten wat erin zat en maakte hij hem zelf open. Een mooi verhaal, maar helaas fake.

De artikel verscheen eerder op het weblog van de masteropleiding Journalistiek en Nieuwe Media aan de Universiteit Leiden.

Peter Burger

Peter Burger is docent journalistiek aan de Universiteit Leiden en mede-oprichter en coördinator van Nieuwscheckers.
Profiel-pagina
Al 2 reacties — discussieer mee!