Draait journalistieke innovatie om het omarmen van nieuwe technologie? Huub Wijfjes trekt uit de ontstaansgeschiedenis van VARA’s Achter het Nieuws een andere les. “Zoek het ook eens in een goed journalistiek idee dat je tegen gevestigde vanzelfsprekendheden naar voren brengt.”

Wat bepaalt succesvolle journalistieke innovatie? Met die vraag loopt iedereen rond, want het is crisis. Althans crisis in de meer traditionele media, die lezers, kijkers en luisteraars verliezen. Journalisten die actief zijn in een online omgeving, lijken meer succes te hebben. Lijken, want het is moeilijk geld verdienen in die omgeving, net zozeer het daar moeilijk is om onafhankelijk en kritisch te blijven.

Het is wel opvallend dat in het hedendaagse debat over journalistieke innovatie vooral wordt gewezen naar de technologie: wie als journalist de nieuwe mediatechnologie beheerst wordt een winnaar, de rest is gedoemd treurend achter te blijven. Dat technologisch-determistische trekje in het debat gaat vaak samen met een ander deterministische aanname: creatieve individuen hebben een ontwrichtende en innovatieve kracht.

Logisch dat we aan het creatieve individu dat de technologie beheerst de meeste waarde toekennen als het gaat om de toekomst van de journalistiek. Kijk maar naar zoiets als The Challenge van het Stimuleringsfonds voor de Journalistiek.

Grensverleggende rubriek

Kunnen we in dit debat iets leren van de geschiedenis? Op 7 november promoveerde Mirjam Prenger, als docent verbonden aan de masteropleiding Journalistiek van de UVA, op een proefschrift over een van de belangrijkste journalistieke vernieuwingen uit de jaren zestig van de vorige eeuw: de televisieactualiteitenrubriek.

Aan de hand van VARA’s Achter het Nieuws – tegenwoordig Nieuwsuur – analyseert ze daarin de wording van een grensverleggende rubriek. Van een tamelijk braaf, aan de politiek van de sociaaldemocratie gebonden programma groeide Achter het Nieuws uit tot een icoon van de nieuwe, kritische journalistiek. Onder leiding van de onvervaarde krantenman Herman Wigbold vond een jonge generatie journalisten het vak compleet opnieuw uit.

Nieuwe werkelijkheden

Jonge honden zoals Koos Postema, Hans Jacobs, Bas Roodnat, Ben Elkerbout en Wil van der Smagt keken ineens geheel anders tegen de wereld aan dan hun voorgangers. Hun nieuwsagenda ging lang weggedrukte problematiek omvatten, zoals homoseksualiteit, geboortebeperking en abortus, maar ook de armoe in de wereld, de vervuiling van het milieu en de verkrotting van binnensteden.

Bij de behandeling van deze problematiek lieten ze ook gewone mensen aan het woord. Sterker nog, ze confronteerden autoriteiten ineens met die nieuwe werkelijkheden, waardoor de politiek zich ineens geconfronteerd zag met de noodzaak op de nationale televisie verantwoording af te leggen.

Het meest geruchtmakende voorbeeld daarvan was het vertonen in 1969 van een getuigenis van de psycholoog Joop Hueting over de oorlogsmisdaden gepleegd door het Nederlandse leger in de onafhankelijkheidsstrijd van Indonesië eind jaren veertig. De commotie die daardoor ontstond leidde tot een officieel parlementair onderzoek dat ‘excessen’ aan het licht bracht.

Heksenjacht

Het deed de omroepbestuurders van de VARA de wenkbrauwen fronsen, misschien nog erger dan bij het openlijk door Achter het Nieuws vertonen van scherpe verdeeldheid in de Partij van de Arbeid eind jaren zestig. In de traditionele, verzuilde journalistiek was zoiets ongekend, maar blijkbaar hadden de jonge televisiemakers daar maling aan. Zij haalden hun inspiratie uit de nieuwe, ongebonden en kritische aanpak van een aantal buitenlandse voorbeelden.

Zo had in de VS begin jaren vijftig de eigengereide en door de oorlogservaring losgeslagen journalist Edward Murrow de anticommunistische heksenjacht van senator Joseph McCarthy aan de kaak gesteld met een felheid die nog zelden was vertoond. Zijn programma See It Now betekende eigenlijk meer een vernieuwing in de commentariërende journalistiek dan in de sfeer van reportages en achtergronden.

Op dat vlak zorgden het nieuwe BBC-programma Panorama en het Franse Cinq Colonnes a la Une voor het openbreken van vastgeroeste patronen en opvattingen. Bij de VARA gaf Achter het Nieuws aan die vernieuwing het meest geprononceerd gestalte. Samen met de rubriek Brandpunt van de KRO sloeg men bressen in de macht en openden journalisten de ogen voor andere werelden.

Bemoeizuchtige omroepen

Het is natuurlijk een belangrijke vraag waarom juist daar de vernieuwing opbloeide en niet bij de grootste nieuwsorganisatie binnen de Nederlandse omroep, de NOS. Ad van Liempt komt in zijn boek over de geschiedenis van het NOS-Journaal niet veel verder dan te wijzen op de bemoeizuchtigheid van behoudzuchtige omroepverenigingen en de lijdzaam-conservatieve inslag van de journaalhoofdredacteuren uit de jaren zestig.

Nu was de VARA een van die bemoeizuchtige omroepen die het de journaalredactie moeilijk maakte om een alert en kritisch dagelijks nieuwsprogramma te maken, dus waarom liet men duizend bloemen bloeien bij de eigen rubriek Achter het Nieuws? Want de VARA-leiding was ook nog eens behept met een enorme weerzin tegen ‘het spook van de commercie’ en ‘Amerikaanse toestanden’ die alleen maar ongewenste brutaliteiten opleverden. Zelfs hoofdredacteur Herman Wigbold was niet de meest vooruitstrevende figuur denkbaar.

Repressieve tolerantie

Maar in tegenstelling tot de NOS (die pas halverwege de jaren zeventig aan fundamentele vernieuwing ging doen) was de leiding van de VARA pragmatisch en had men veel oog voor het onvermijdelijke van professionele vernieuwing. Dat kwam wellicht het beste tot uiting in zo’n typisch rekkelijke regent als Wim Rengelink op wie het motto ‘vastberaden, maar soepel en met mate’ op het lijf geschreven lijkt. Hij lijkt prima te passen in de repressieve tolerantie van de regenten die de jongere generaties hun vernieuwing lieten uitvoeren. Maar wel op condities die deze regenten in staat stelde zelf redelijk overeind te blijven.

Zo laat de journalistieke innovatie bij de televisie in de jaren zestig zich nog het best verklaren uit een samenloop van factoren. De televisietechnologie is daarin bepaald niet de meest dominante factor; dat geldt in veel sterkere mate voor de creativiteit van assertieve jonge journalisten.

Maar met alleen die creativiteit en dadendrang was het nooit zover gekomen dat een nieuwe stijl kon worden gebouwd die van verstrekkende invloed bleek op de moderne actualiteitenrubrieken die we gewoon zijn gaan vinden. Innovatie lijkt het moeilijk te hebben zonder een institutionele inbedding in een traditionele, niet op strikt commerciële basis werkende journalistieke organisatie.

Vrijplaats

Traditie is nodig om zichzelf tegen te verzetten en te profileren. Die traditie moet dan wel een open oog hebben voor het onvermijdelijke van vernieuwing, omdat men dat vindt passen bij de eigenheid of de oorspronkelijke opdracht. Zeker binnen de VARA, met zijn lange traditie van maatschappijkritische betrokkenheid raakte de nieuwe journalistiek een gevoelige snaar en daardoor kon de rubriek tegen de stroom in opbloeien tot een nieuwe parel in de kroon.

Achter het Nieuws toonde in de praktijk hoezeer de VARA versteend was geraakt in het zelf opgetrokken bolwerk van de macht, waaraan de moderne televisiekijker geen boodschap meer leek te hebben. Die moderne kijker had een andere agenda die door jonge, professionele journalisten werd gezien. In de publieke omroep vonden ze een vrijplaats waar geduld werd getoond om een rubriek te laten groeien.

Plaats in de geschiedenis

Het zijn zaken om even bij stil te staan vooral voor al die mensen die proberen in de huidige journalistiek het vak te vernieuwen of opnieuw uit te vinden, maar die denken dat als je in je creatieve eentje de nieuwste technologie maar beheerst je halverwege of zelfs al aan de finish bent.

Zoek het ook eens in een goed journalistiek idee dat je tegen gevestigde vanzelfsprekendheden naar voren brengt. Met geduld, met vasthoudendheid, kritisch en vooral in het publieke belang. Het levert niet alleen nuttige journalistiek op, maar ook een plaats in de geschiedenis.

Mirjam Prenger (2014). Televisiejournalistiek in de jaren vijftig en zestig: Achter het Nieuws en de geboorte van een actualiteitenrubriek. AMB Uitgeverij. ISBN 9789079700738.

Nog geen reactie — begin de discussie!