De aanslag op de redactie van Charlie Hebdo zet aan tot denken. Over persvrijheid. Over vrijheid van meningsuiting. Over journalistiek. Remko van Broekhoven meent dat het tijd wordt dat Westerse journalisten niet alleen wat sterker gaan voelen wat vrijheid en veiligheid betekenen, maar ook wat verantwoordelijkheid is.

Even de clichés, dan zijn we daarvan af.

Verschrikkelijke terreurdaad.

Onbeschrijflijk, maar kijkt u toch maar even – en nog eens, en nog eens – naar ons filmpje van agent Ahmed Merabet die wordt afgeknald. In naam van de islam. Herstel: de islam heeft hier niets maar dan ook niets mee van doen!

Nu maar hopen dat het Wilders niet in de kaart speelt, hè? Dat zou pas erg zijn, nietwaar?

Tja, eigenlijk kon je dit verwachten, met zoveel (a) moslims of (b) moslimfobie… Doorstrepen wat niet van toepassing is.

Het Vrije Woord, daar zijn we allemaal heel erg voor. Wij waren al Charlie voordat wij Charlie werden.

En o ja, laten we vooral doorgaan met wat we al deden, en de terroristen niet in de kaart spelen.

Miserabele moord

Nu eerst de feiten, dan wat interpretaties en conclusies die hopelijk verder reiken dan de keukentegeltjes.

Er zijn woensdag geen twaalf mensen vermoord, maar er is – om Abel Herzberg te parafraseren – twaalf keer Een Mens vermoord. En wat voor mensen. Acht journalisten en tekenaars van Charlie Hebdo; twee agenten die hen probeerden te beschermen; een man die te gast was, en een medewerker van de facilitaire dienst ter plekke. Geen gangsters, geen militaire bezetters, zelfs geen oproerpolitie.

Als een strijder zo groot is als de vijand die hij aanvalt, toont dit eens te meer hoe laag moslimterroristen zijn gezonken en hoe miserabel ze in wezen zijn. Vermoordden ze eerder al de geëngageerde journalisten Daniel Pearl, James Foley en Steven Sotloff; buitenlandse hulpverleners; en niet te vergeten gewone burgers: met het binnendringen van een redactielokaal middenin Parijs om daar mensen te vermoorden heeft het door god geïnspireerde gangsterdom een nieuwe grens overschreden.

Verantwoordelijkheid van journalisten

Ja, dat zet je aan het denken. Ook over journalistiek. Zo heeft mijn collega Pauline Weseman er al een aantal redelijke dingen over gemeld op JLab. Bijvoorbeeld dit:

Ik bedoel niet dat media een opvoedkundige taak op zich moeten nemen, bijvoorbeeld om polarisatie en extremistische groeperingen niet verder in de kaart te spelen. Media behoren onafhankelijk te zijn en zeker geen dominees te worden. Maar media kunnen zich ook niet verschuilen achter de uitspraak dat zij ‘slechts the messenger’ zijn, doorgeefluik van het nieuws.’

Graag ga ik verder waar Pauline ophoudt. Ik denk dat het tijd wordt dat Westerse journalisten niet alleen wat sterker gaan voelen wat vrijheid en veiligheid betekenen, maar ook wat verantwoordelijkheid is.

We hebben alles en we doen alsof het niets is. Kunnen zeggen wat je wil en dan diezelfde democratie die je dit garandeert, aangapen als een vanzelfsprekendheid. Kunnen leven zonder de angst dat agenten of militairen je middenin de nacht van je bed lichten, en die doorgaans alleszins terughoudende ordehandhavers afzeiken alsof zij de vijand zijn.

Vrijheid

Charlie’s hoofdredacteur Stéphane Charbonnier, die gisteren vermoord werd, is door sommigen een onverantwoorde provocateur genoemd. Maar juist hij was zich maar al te goed bewust waar de vrijheid zich bevond, wie zijn veiligheid beschermde, en wie beide basisbehoeften bedreigden. In een interview met de Volkskrant zei hij twee jaar terug:

‘Wij gaan ons niet aanpassen aan de regels van het land waar zij leven, of dat nu Libanon, Tunesië of Afghanistan is. Dat zeg ik niet om te provoceren, maar omdat het grotesk zou zijn. We leven in Frankrijk, ik respecteer de Franse wet. En wij zijn het niet die het geweld veroorzaken of aan de wieg van de aanslagen staan.’

Hij voegde eraan toe:

‘Toen de redactie afbrandde, hadden we een rechtse regering. Die deed haar werk en zorgde voor politiebescherming. De linkse regering doet dat nu ook. Terwijl we met beide niet zachtzinnig omspringen.’

Ook van zijn verantwoordelijkheid bleek ‘Charb‘ zich uitstekend bewust:

‘De enige grenzen zijn die van de wet. En we volgen onze eigen overtuigingen. Ik zou in het blad nooit racistische opvattingen verdedigen, zelfs als dat binnen de wet kan.’

Verantwoordelijke journalistiek

Een dergelijk moreel kompas mag een voorbeeld zijn voor heel veel andere journalisten in het Westen. Niet omdat Charbonnier dood is. Maar omdat hij gelijk had, en omdat hij bereid was voor dat gelijk te betalen, in plaats van anderen de rekening te presenteren. Vijf voorzetten voor een verantwoordelijke journalistiek die z’n consequenties trekt uit de moord op ‘Charlie‘.

1. Als dit inderdaad een aanslag was op ‘de democratie’, zoals de Volkskrant donderdagochtend kopte, besef dan als journalist wat je aan deze democratie te danken heb en wat je haar als burger en journalist ook verschuldigd bent. Draag bij aan de democratie, door informatie en inzicht te bieden en zo nodig als waakhond op te treden.

2. Als je dit laatste doet, richt dan je energie niet alleen op falende ministers, sneue parlementariërs en snode inlichtingendiensten. Wees alert op alle mogelijke bedreigingen van onze samenleving, ook als die helaas van alles met de islam te maken hebben, en ietsjes minder met onze eigen way of life.

3. Tegelijkertijd, het mag tegenstrijdig lijken maar is het niet, blijf ook het falen signaleren van onze samenleving, inclusief politiek en journalistiek. Niet omdat ze een excuus vormen voor politieke psychopaten – dat vormen ze nooit – maar omdat ze bijvoorbeeld redelijke moslims kunnen drijven tot apathie, angst of zelfs steun versus hun terroristische geloofsgenoten.

4. Houd je verre van het soort gruwelpropaganda – ofwel journalistiek en publiek voyeurisme – dat eindeloos de beelden herhaalt van de terreur, waarmee de terreur zijn doel van ‘geterroriseerd zijn‘ realiseert. ‘Omdat het nieuws is’. ‘Omdat we anders niet weten hoe erg het is’. You’re fooling yourself. Mensen met gevoel in hun donder, en dat zijn de meesten, weten ook door een fatsoenlijke foto of een goed geschreven verhaal wel wat er is gebeurd en hoe erg dat is, en hoeven echt geen executiefilmpje te zien.

5. Tot slot: houd moed. Tientallen jaren was het zo dat alleen oorlogsjournalisten risico liepen, de rest van het journaille kon een held zijn zonder ooit de kantoortuin uit te hoeven wandelen. Die tijd is voorbij. Tegenwoordig is het een mogelijkheid dat je als journalist tijdens de wekelijkse redactievergadering wordt afgeknald. Dat is naar. Maar des te meer reden om je democratie overeind te helpen houden. Was dat vroeger alleen maar hobby of naastenliefde, nu is het eigenbelang. Anders dooft immers het licht.

Al 6 reacties — discussieer mee!