Volgende week begint Luuk Sengers als docent onderzoeksjournalistiek bij de Fontys Hogeschool voor Journalistiek in Tilburg. Maar wat is ‘onderzoeksjournalistiek’ eigenlijk? En waarom is daar een aparte docent voor nodig? Sengers zet zijn visie uiteen.

Een definitie is niks als hij nergens toe leidt. De definitie van een vaardigheid moet inspireren tot praktisch handelen. Daarom heb ik me laten uitdagen om ‘onderzoeksjournalistiek’ opnieuw te definiëren. Niet omdat er nog geen definities waren. Maar omdat de bestaande omschrijvingen, zo heb ik ontdekt, onnodig verlammend werken. Voor de jonge generatie journalisten zijn ze te wollig of te vaag.

Naar een concretere omschrijving

Wij, veteranen op redacties en faculteiten, hebben de neiging om de kool en de geit te sparen als we ons vak omschrijven. Misschien omdat we oude vrienden niet willen buitensluiten en nieuwkomers niet zomaar willen binnenlaten. Maar voor aanstormend talent, dat hunkert naar een vingerwijzing, is het allemaal nogal verwarrend.

Tegelijkertijd besef ik dat niemand zomaar ongestraft met het tafelzilver mag jongleren. Wie het niet met mijn definitie eens is, nodig ik welgemeend uit om met me in discussie te gaan. Taalfouten opsporen, dát kunnen wij docenten journalistiek wel, maar denkfouten, dat is andere koek. Dus help. Mijn doel is om samen tot een concretere omschrijving te komen die studenten en collega’s motiveert.

Mijn definitie

Wat is onderzoeksjournalistiek? Mijn antwoord zou zijn:

Het openbaar maken van moeilijk toegankelijke informatie over gebeurtenissen die het leven, de vrijheid of de veiligheid van mensen bedreigen.

Wacht! Wacht! Ik snap de aandrang om deze definitie naast je eigen werk te leggen en dan meteen te besluiten of je het er mee eens bent of niet. Maar wees gewaarschuwd: alles in deze definitie is ‘geleend’, en niet van de eersten de besten! Je zult misschien nog verbaasd zijn. Míjn bijdrage is dat ik bij elkaar heb gezocht wat me concreet genoeg leek:

1. Openbaar maken

Volgens de ‘moeder’ van alle onderzoeksjournalistieke verenigingen, de Amerikaanse IRE (Investigative Reporters and Editors), is onderzoeksjournalistiek:

The reporting, through one’s own initiative and work product, of matters of importance to readers, viewers or listeners.

Ire stelt het eigen initiatief van de journalist dus voorop.

Hetzelfde doet haar Nederlands-Vlaamse zusje, de VVOJ:

Kritisch wil zeggen dat de journalistiek niet slechts fungeert als doorgeefluik van ‘nieuws’ dat er al was, maar dat nieuws wordt gemaakt dat er zonder dat journalistiek ingrijpen niet zou zijn geweest.

Of in straattaal (aldus opnieuw de IRE):

Investigative journalists rarely follow somebody else’s agenda. They decide what is worthy of coverage, rather than attend a meeting merely because somebody in authority convened it.

Het moment waarop de journalist uit de startblokken komt, bepaalt of hij of zij zich onderzoeksjournalist mag noemen, stelt ook Mark Lee Hunter. In Story-Based Inquiry, het meest verspreide handboek over onderzoeksjournalistiek, schrijft hij:

Conventional news reporting depends largely and sometimes entirely on materials provided by others […]; it is fundamentally reactive, if not passive. Investigative reporting, in contrast, depends on material gathered or generated through the reporter’s own initiative.

Volgens Hunter noemt men deze tak van journalistiek daarom ook wel ‘enterprise reporting’.

2. Moeilijk toegankelijk

Geheimen, is dat waar het om draait in de onderzoeksjournalistiek? Volgens de ‘bijbel’ voor IRE-leden, het onvolprezen The Investigative Reporter’s Handbook, is er geen onderwerp dat onderzoeksjournalisten sterker verdeelt dan “[…] whether secrecy and evasion must be present.”

De IRE drukt zich in haar eigen definitie voorzichtig uit:

In many cases the subjects of the reporting wish the matters under scrutiny to remain undisclosed.

Dus: ‘In many cases’.

Ik ben het er mee eens dat het focussen op geheimen het werkveld onnodig zou verengen. Er vallen ook veel belangrijke dingen te onthullen die niet geheim zijn. Het ‘gewoon’ toetsen van beleid kan al tot schokkende inzichten leiden, zoals de VVOJ terecht stelt. Net als het signaleren van verborgen trends in de samenleving.

Hunter zegt het zo:

Investigative journalism involves exposing to the public matters that are concealed – either deliberately by someone in a position of power, or accidentally, behind a chaotic mass of facts and circumstances that obscure understanding.

Behalve materiële obstakels (obscure bronnen), kunnen er ook cognitieve zijn die het zicht op de werkelijkheid belemmeren. Bijvoorbeeld als we door (tegenstrijdige) informatie worden overspoeld, of als de beschikbare informatie niet een-twee-drie te ontcijferen valt. Nog maar te zwijgen over het oogletsel dat spindoctors en sommige voorlichters kunnen aanrichten.

3. Informatie over gebeurtenissen

Waarom gebruik ik in mijn definitie het woord ‘informatie’ en niet ‘feiten’ of ‘zaken’, zoals anderen doen? Omdat het in journalistiek volgens mij nooit om losstaande feiten gaat en al helemáál niet om vage ‘zaken’. Het gaat om samenhangende concrete gebeurtenissen. Pas in deze contekst krijgen feiten hun werkelijke waarde.

Of zoals Jack Fuller het in zijn boek News Values verwoordt:

Coherence must be the ultimate test of journalistic truth.

Bovendien voel ik me gesterkt door een definitie van het American Press Institute, dat journalistiek omschrijft als “het verzamelen, selecteren, creëren en presenteren van nieuws en informatie”. Daarmee stelt het expliciet dat journalisten niet alleen de taak hebben om het nieuws te observeren, maar ook om er iets mee te dóen. ‘Informeren’ komt uit het latijn en betekent: kennis delen om te vormen of te instrueren.

4. Leven, vrijheid en veiligheid

Dit is het onderdeel, tot slot, dat je misschien het meeste verbaast. Dat komt doordat er op dit punt meestal om de pot wordt heengedraaid. Neem de IRE, die zóveel heeft bijgedragen aan ons begrip van de moderne onderzoeksjournalistiek, maar op de allerbelangrijkste vraag die onderzoeksjournalististen en hoofdredacteuren kwelt – waar zal ik mijn (laatste) tijd, energie en geld in steken? – in haar definitie geen concreter antwoord biedt dan: “matters of importance to readers”.

Dat kan beter. Hunter is bijvoorbeeld stelliger:

Investigative reporting uses objectively true material – that is, facts that any reasonable observer would agree are true – toward the subjective goal of reforming the world.

Daarmee sluit hij aan bij een lange traditie van journalisten die met hun verhalen expliciet de bedoeling hadden iets voor hun lezers, kijkers of luisteraars te verbeteren. ‘Journalism of outrage’ is deze werkwijze gedoopt (door David Protess en anderen in hun baanbrekende studie Journalism of Outrage). Zelfs de IRE heeft zijn acroniem niet toevallig gekozen: ‘ire’ betekent immers ‘woede’.

Maar waar zou die verontwaardiging zich dan op moeten richten? Niet op de diepte van het decolleté van Jennifer Aniston, dat staat wel vast. Maar waarop dan wél? Veel doelen zijn immers bijzonder vaag (“de wereld veranderen”) en naarmate ze concreter worden, verliezen ze meer aanhangers. Zo kunnen mensen die “het marktliberalisme bestrijden” op mijn aandacht rekenen, totdat ze me proberen mee te sleuren in een ideologisch moeras. En zo denken veel mensen erover.

Zijn er dan geen doelen waarop we elkaar kunnen vinden?

Jawel! Ik stel voor om de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens uit 1948 tot verplichte leerstof te maken op alle scholen voor journalistiek. Wat de waardigheid van álle mensen op deze planeet bedreigt, volgens het handvest, zijn (ongeveer in deze volgorde): geweld, onderdrukking, discriminatie, deportatie, gevangenschap, rechtelijke willekeur, censuur, uitsluiting van openbare sociale en culturele voorzieningen, uitsluiting van sociale zekerheid, onderwijs of gezondheidszorg, uitsluiting van deelname aan het openbaar bestuur, diefstal, onteigening, dakloosheid, werkloosheid, honger en armoede. Wie onderzoeksjournalist wil worden, vindt hier inspiratie voor járen!

Natuurlijk zijn de Verenigde Naties bekritiseerd, maar vooral omdat ze dingen niet hadden meegerekend. Een schone leefomgeving, zonder gif in de lucht en op je bord, bijvoorbeeld. De Club van Rome werd pas twintig jaar later opgericht. Ook zou het manifest zich blindstaren op misdragingen van de overheid, terwijl andere organisaties en bovenal bedrijven er toch óók wat van kunnen! Maar los van deze omissies, die we er zelf in de kantlijn wel zullen bijschrijven, wordt de verklaring alleen nog bestreden door mensen die haar niet naleven.

De Encyclopaedia Britannica zegt over de Verklaring van de Rechten van de Mens:

[…] it enunciates general moral principles applicable to everyone, thus universalizing the notion of a fundamental baseline of human well-being.

Zoek niet verder! zou ik willen zeggen tegen journalisten en hoofdredacteuren die twijfelen over hun volgende project.

Eigenlijk is het al genoeg om artikel 3 te onthouden:

“Everyone has the right to life, liberty and security of person.”

En kijk eens hoe dicht het Amerikaanse Committee of Concerned Journalists hierbij in de buurt komt in haar Elements of journalism:

The primary purpose of journalism is to provide citizens with the information they need to be free and self-governing.

Nog niet overtuigd? Dan spreekt dit bedrijfseconomisch argument je misschien aan: serieuze kranten en programma’s verliezen hun inkomsten. Hoeveel van de weggelopen lezers, kijkers en luisteraars komen misschien terug als ze merken dat journalisten erin slagen iets aan hun leefomstandigheden te verbeteren?

Drie voorwaarden voor onderzoeksjournalistiek

Terug naar mijn definitie. Volgens mij is er dus sprake van onderzoeksjournalistiek als aan deze drie voorwaarden is voldaan:

  1. De initiatiefnemer van het nieuws is een journalist.
  2. De informatie ligt niet voor het oprapen.
  3. Het onderwerp betreft bedreiging van de vrijheid of de veiligheid.

Waarom zijn concrete kenmerken zo belangrijk? Omdat we (aanstormende) journalisten er dan op kunnen voorbereiden. De kernelementen – ondernemerschap, onderzoek en zingeving – vergen middelen die niet in de gereedschapskist van elke journalist zitten.

“Veteran trainers note that the best investigative journalism employs a careful methodology, with heavy reliance on primary sources, forming and testing a hypothesis, and rigorous fact-checking.

aldus het Global Investigative Journalism Network, dat alle organisaties op het gebied van onderzoeksjournalistiek in de wereld vertegenwoordigd. Na tien jaren trainen op redacties kan ik dat beamen.

Vroeger hoorde je nog wel eens een hoofdredacteur schamperen dat toch eigenlijk alle journalisten onderzoeksjournalisten zijn. Nu hoor je dat alleen nog maar van managers die niet in de gaten hebben dat eigenlijk niet alle journalisten op hun redacties nog journalisten zijn. Niet als je waarheidsvinding nog tot hun taken rekent.

In de opleidingen is journalistiek echter geen ideaal, maar nog steeds een vak. En voor journalisten die zich willen onderscheiden, ligt de lat hoger dan ooit. De school waar ik mag gaan werken, reageert daarop met een logisch maar tegenwoordig gedurfd antwoord: (nog) langere polsstokken!

Op basis van de reacties die Luuk Sengers kreeg op dit artikel, heeft hij zijn definitie van onderzoeksjournalistiek aangescherpt in een nieuw artikel op DNR.

Al 22 reacties — discussieer mee!