Wat gebeurt er met al die persberichten die bedrijven naar media sturen? Welke worden geselecteerd? En hoe worden ze gebruikt door redacties? Uit onderzoek van Pytrik Schafraad blijkt dat journalisten persberichten van bedrijven in elk geval zelden letterlijk overnemen; ze worden op zijn minst herschreven.

Is het echt zo dat journalisten, vanwege tijdgebrek, regelmatig persberichten van bedrijven en andere belanghebbenden overtikken, ten einde de krant, of de site te vullen? En wanneer zij dan gebruik maken van die persberichten, is dat willekeurig, of zitten daar toch (nog) journalistieke overwegingen achter? Deze vragen komen sinds een aantal jaren regelmatig terug in het debat over de kwaliteit van nieuws.

De vraag of journalisten vaak persberichten overnemen, werd in 2009 al onderzocht, waarover onder meer werd gerapporteerd in het boekje ‘Nieuws in Diskrediet’. Uit dat onderzoek bleek dat ongeveer 32% van het binnenlands nieuws in regionale en landelijke kranten gedeeltelijk of helemaal leunde op zogenoemd voorverpakt nieuws, ofwel persberichten.

Ook onderzoekers van de UvA onderzochten, vanuit een iets ander perspectief, de relatie journalistiek – public relations, waarover het boek ‘Gevaarlijk Spel’ in 2011 verscheen.

Nieuwsfactoren

Die eerdere onderzoeken beantwoordden niet de vraag wanneer journalisten er voor kiezen om een persbericht te gebruiken en hoe ze dat persbericht dan gebruiken. Wij vermoedden, dat journalisten daarbij welbewuste keuzes maken, net als wanneer zij onderwerpen selecteren voor de krant.

Volgens de wetenschappelijke literatuur, zijn zulke selectiekeuzes te verklaren aan de hand van kenmerken van gebeurtenissen, of in dit geval persberichten, waar journalisten vervolgens nieuwswaarde aan toekennen. Die kenmerken noemen we nieuwsfactoren. Hoe sterker de aanwezigheid van nieuwsfactoren in een persbericht:

  1. des te groter is de nieuwswaarde, dus des te groter is |]e kans dat het persbericht media-aandacht genereert,
  2. maar ook des te groter de kans de journalist er na die selectie daadwerkelijk schaarse journalistieke tijd en kunde aan besteedt om er zo een eigen unieke journalistieke productie van te maken.

Dat laatste noemen we investeren van journalistiek kapitaal.

Nieuwsfactoren die we onderzochten zijn o.a. verrassing, controverse, bereik, negatieve/positieve gevolgen, elite-personen en dynamiek.

Het doel van dit onderzoek was om de twee genoemde aannames te toetsen aan de hand  van een inhoudsanalyse van persberichten en nieuwsberichten. Bovendien deden we een kleine interviewstudie om er achter te komen welke factoren op nieuwsredacties een rol zouden kunnen spelen bij deze selectieprocessen.

Bedrijfsleven in het nieuws

Ten behoeve van de helderheid besloten we het onderzoek te richten op een beperkt veld en kozen daarbij voor persberichten van grote Nederlandse bedrijven, omdat deze een belangrijke rol in de samenleving spelen, vaak een professionele  PR-afdeling hebben en desondanks in nieuwsonderzoek vaak buiten beschouwing blijven. We selecteerden 30 willekeurige bedrijven uit de Elsevier top 500.

Het onderzoek is gebaseerd op een systematisch-kwantitatieve inhoudsanalyse van ruim 830 pers- en evenzoveel nieuwsberichten in acht verschillende media:

  1. De Volkskrant
  2. De Telegraaf
  3. Financieel Dagblad
  4. Volkskrant.nl
  5. Telegraaf.nl
  6. FD.nl
  7. NOS.nl
  8. NU.nl

De gemeten kenmerken van persberichten bestaan uit nieuwsfactoren (bij voorbeeld de mate van verrassing, mate van positieve/negatieve gevolgen, of de aanwezigheid van machtige personen), toegevoegde prikkels zoals citaten van woordvoerders en de onderwerpen van de persberichten.

Nieuwsfactoren en selectie

27% van de – in 2012 door de 30 bedrijven verstuurde – persberichten haalde het nieuws. Sommige persberichten werden bedeeld met een kort berichtje op een enkele nieuwssite, andere veroorzaakten een reeks van nieuwsberichten, zoals het persbericht van Bol.com over de overname van Bol.com door Ahold.

Persberichten die controverse bevatten, waarvan de inhoud ten minste enige invloed zou hebben op een significante groep mensen (bereik) en persberichten met (mogelijk) negatieve gevolgen, hebben een grotere kans om geselecteerd te worden door journalisten dan andere persberichten. Dat geldt ook voor persberichten over financiële prestaties van het bedrijf en in mindere mate ook  die over werknemers of management van het bedrijf.

Nieuwsfactoren en journalistieke investering

Geen enkel persbericht haalde onbewerkt de krant, van letterlijke ‘copy-paste-journalistiek’ is dus geen sprake. Wel bleek ruim 15% van de nieuwsberichten  inhoudelijk geen enkele aanvullende informatie te bevatten. Zulke berichten troffen we veel vaker aan op nieuwssites dan in de krant. Bij de kranten waren de persberichten in 60% van de gevallen verwerkt in een geheel eigen productie, waarin de informatie uit het persbericht wel herkenbaar was, maar ook veel andere informatie is verwerkt en/of analyse en duiding plaats vinden.

En ook hier vonden we een significant effect van de nieuwsfactoren controverse en bereik op de kans op intensievere journalistieke bewerking en het gebruik van meerdere bronnen (samen journalistieke investering). Persberichten met die kenmerken worden kennelijk eerder door journalisten geselecteerd voor grotere berichten waar zij meer van hun kennis en kunde in investeren dan bij voorbeeld persberichten met goed (bij voorbeeld financieel) nieuws.

Verwerkende en verhalende journalisten

In de interviewstudie vonden we een grote tegenstelling tussen journalisten die vooral aangeboden stukjes informatie (ANP, persberichten, andere media, etc.) verwerken tot eenduidige nieuwsberichten, en journalisten die stukjes informatie verzamelen om daar een verhaal uit te maken (reportages, achtergrondstukken e.d.).

De eerste groep zijn we verwerkende journalisten gaan noemen, de tweede verhalende journalisten.

De verhalende journalisten maken minzaam gebruiken van persberichten en wanneer zij dat doen, nemen ze persberichten vooral als aanleiding voor een verhaal met een eigen invalshoek en vaak uitgebreid bronnenonderzoek. Zij hechten sterk aan de journalistieke waarden betrouwbaarheid en feitelijkheid.

De verwerkende journalisten nemen persberichten juist vaak als basis en zoeken daar eventueel aanvulling, commentaar of duiding bij. Voor hen is snelheid vooral een belangrijke journalistieke waarde.

Implicaties voor journalistiek

De bevindingen bevestigen ons vermoeden. En dat mag je geruststellend, of goed nieuws noemen voor de journalistiek. Journalisten maken eigen afwegingen bij de selectie en verwerking van persberichten op basis van journalistieke waarden. Men hecht relatief weinig waarde aan promotionele persberichten, maar focust op de performance en strategie van de bedrijven en hun rol in de samenleving.

Persberichten die sterke of meerdere nieuwsfactoren bevatten hebben meer kans op selectie voor de nieuwsagenda en maken bovendien meer kans te leiden tot grotere investering van journalistiek kapitaal. Dat laatste wordt dus niet ‘verspild’ aan leuke maar irrelevante evenementjes van bedrijven, of mededelingen over de opening van een nieuwe ijswinkel in de hoofdstad.

Dat wil niet zeggen dat zulke persberichten altijd in de papiermand belanden en juist wanneer deze toch ‘de krant halen’ is dat dus vaak in relatief onbewerkte vorm. Enerzijds is er dus gelukkig geen journalistiek kapitaal aan verspild, anderzijds betekent dit ook dat het dan zonder context, weerwoord of duiding in de nieuwsmedia terecht komt. Zulks komt flink meer voor bij nieuwssites dan bij kranten. Nieuwssites lijken dus een stuk gevoeliger te zijn voor beïnvloeding van het nieuws via persberichten dan de kranten.

Het volledige onderzoeksrapport is te downloaden op de website van het Stimuleringsfonds voor de Journalistiek.

Al 2 reacties — discussieer mee!