Journalisten die een onderzoek doen naar de gemeente, met subsidie van de gemeente. Kan dat wat opleveren? Miro Lucassen probeerde het in Amersfoort met als resultaat een boek dat lokaal stof deed opwaaien: Twee keer valse start, vijf jaar rommelen met kunsthal KAdE. De stichting Regionaal Spitwerk wil meer van dit soort initiatieven faciliteren.

Amersfoort gaf zonder het te willen 10,5 miljoen euro uit door een nog maar enkele jaren oude kunsthal te verplaatsen en daar viel in 2012 een wethouder over. Er kwam een onderzoeksbureau en veel politiek rumoer van, maar wat tijdens die periode in de krant stond en op de lokale omroep werd uitgezonden, was niet het hele verhaal.

Waar kwam die expositieruimte zonder collectie maar met museale ambities eigenlijk vandaan, de enige in zijn soort in Nederland? Wie verzint het om er eerst een gedeelte van een nieuw gebouw voor in te richten en enkele jaren later het boeltje op te pakken voor een ander nieuw pand dat al in aanbouw is? En hoe kon de gemeente denken dat zo’n verhuizing inclusief bouwkundige aanpassingen niets extra’s zou gaan kosten? Was er dan niemand die tussentijds een noodsignaal gaf?

Raadsels genoeg voor een journalistiek onderzoek, typisch zo’n onderwerp dat je als dagbladverslaggever af en toe voorbij ziet komen en waarvan je dan verzucht: had ik de tijd maar om daar eens dieper in te duiken…

Onafhankelijk werken

Die tijd hebben de meeste dagbladcollega’s niet, zeker in de regio. En als freelancer nam ik die tijd ook niet, totdat Arjeh Kalmann het beslissende zetje gaf. Hij had het potje voor journalistieke productie en media-innovatie ontdekt dat de gemeente Amersfoort begin 2014 instelde. Daarmee zouden we het onderzoek kunnen financieren en een deel van de productiekosten.

Een interessant experiment dat ook duidelijk kon maken of er voldoende markt is voor lokale onderzoeksjournalistiek: zijn 800 inwoners van Amersfoort bereid om de winkelprijs voor zo’n boek neer te tellen als dat zaken onthult die eerder verborgen bleven?

De andere vraag die we onszelf stelden was natuurlijk: zou de gemeente Amersfoort het aandurven een boek over dit onderwerp financieel te steunen? De eerstverantwoordelijke wethouder en de gemeentesecretaris zijn dan wel vertrokken, maar anderen zitten er nog, terwijl zij in dit dossier net zo goed steken hebben laten vallen. En als we het geld zouden krijgen, konden we dan onafhankelijk werken?

Zonder pottenkijkers

De subsidieregeling heeft daar enkele waarborgen voor. Aanvragen worden getoetst door een commissie van deskundigen en op papier gebeurt dat zonder directe politieke bemoeienis. De ontvanger van subsidie moet aantonen dat het geld voor het beoogde doel is gebruikt en dient dat doel ook te realiseren: komt er geen boek, dan wil de gemeente het geld terug.

Inhoudelijke bemoeienis is uitgesloten. We zouden ons werk zonder pottenkijkers kunnen doen, concludeerden we. Aanvragen dus, en dan afwachten. Waarbij we tegen elkaar zeiden: ‘Als ze dit afwijzen, dan gaan ze echt af als een gieter.’

Met de toegekende subsidie op zak, kon het werk in de zomer van 2014 beginnen. Juli lijkt geen prettig moment voor journalistiek, maar dat viel reuze mee. Documenten nemen geen vakantie, archieven blijven gewoon open en slechts één interviewkandidaat bleek op een langdurige wereldreis.

Gevoelig dossier

Met ruim 150.000 inwoners is Amersfoort nog steeds een dorp, dus al snel ging als een lopend vuurtje rond dat een voormalige politiek verslaggever in oude dossiers zat te wroeten. Interviewkandidaten wilden keer op keer het naadje van de kous weten over de subsidie.

Betaalde de gemeente ons echt voor dit onderzoek? En wie hield er dan toezicht op het boek? Niemand, kon ik elke keer zeggen. Daar begrepen sommigen echt helemaal niets van. Minstens één Amersfoorter wendde zich zelfs verontwaardigd tot de huidige wethouder van cultuur: wat was dat voor gekkigheid, een boek subsidiëren over zo’n gevoelig dossier? Moest dat nou?

Als krantenverslaggever heb ik politiek en bestuurlijk Amersfoort van 1996 tot 2002 gevolgd en tot april 2014 heb ik in de stad gewoond. Ik dacht het dossier kunsthal aardig te kennen. Dat viel tegen, er was voor deze Kuifje nog heel wat te ontdekken. Zaken die ik had willen weten toen ik voor de krant werkte, zoals de gespannen verhouding tussen de gemeente en de Rijksgebouwendienst over het project waar de kunsthal in zou komen.

Procederen tegen subsidieverstrekker

Maar ook de constatering dat bij de gemeente nog geen geordend archief bestaat over de totstandkoming van dit project. Opgevraagde documenten moesten uit alle hoeken en gaten komen. Dikwijls arriveerden ze als scan van een geprint exemplaar, zelfs als ik het documentnummer wist doordat het in een ander document vermeld was.

Sommige vragen bleven langdurig onbeantwoord, maar daar was altijd nog een mooi breekijzer voorhanden: de gemeente die met de ene hand zo’n boek subsidieert, kan toch niet met de andere hand de schrijver tegenwerken? Hier met die stukken! Wob-procedures bleken niet nodig, maar de verleiding was groot: procederen tegen je subsidieverstrekker…

Het boek reconstrueert de totstandkoming van kunsthal KAdE en de manoeuvres die leidden tot de verhuizing. Het maakt ook de balans op: wat heeft dit nu echt allemaal gekost? Meer dan de gemeenteraad verteld is. Is dat zijn geld waard? Daar valt over te twisten, maar de stad kan er nu niet meer vanaf zonder nog meer kosten of nog meer leegstand te creëren. Hoe moet het verder, bijvoorbeeld met de nog lege ruimte van de oude kunsthal waar de gemeente contractueel nog tot het jaar 2039 huur voor moet betalen? Dat kost meer dan 3 ton per jaar, nooit terug te verdienen via verhuur als kantoorruimte.

Boze burgers

Er komen in Twee keer valse start nog meer onaangename waarheden naar boven: per bezoeker kost deze kunsthal de gemeente zeker 60 euro en alleen onverbeterlijke optimisten blijven rekenen op meer dan 30.000 bezoekers per jaar. Dit maakt kunsthal KAdE minder duur dan opera, maar de lokale politiek wist niet dat het hierop uit zou draaien toen het besluit viel om de expositieruimte te verhuizen.

Op Twitter en in de reacties op websites van de lokale media rommelt het dan ook sinds de presentatie. De conservator van de kunsthal verdedigt zich, boze burgers eisen dat er koppen rollen. De journalistiek maakt duidelijk iets los. En de verkoop van het boek? De eerste dagen zijn bemoedigend verlopen, maar de oplage van 800 is zeker nog niet uitverkocht. En dat moet wel gebeuren, ondanks de overheidsbijdrage.

Er zitten aan de Amersfoortse subsidie namelijk wel wat financiële eisen vast. Zo mag de subsidie niet meer dan 50 procent zijn van de begroting en ligt het maximum toe te kennen bedrag op 7500 euro per project. Die andere 50 procent in de boekbegroting moet dus komen uit verkoop en dat geld is hard nodig om voor drukwerk, vormgeving, website, correctie, marketing en alles wat erbij komt kijken om papier in de winkel te krijgen. In onze begroting kwam het honorarium voor de auteur uit op 5000 euro bruto, inclusief onkosten dus en voordat de Belastingdienst haar deel eist.

Zonder winstoogmerk

Twee keer valse start is daarmee geschreven voor een honorarium van minder dan 10 euro bruto per uur. Te weinig, en voorspelbaar dat het hierop uit zou draaien, maar ik kon het me veroorloven om een keer zo’n proef te doen. Je weet het immers pas echt als je de uitvoering ter hand neemt.

Als Twee keer valse start voldoende verkoopt en als fondsen er geld voor blijven geven, komen er meer van dit soort boeken. Met dat doel heeft Arjeh Kalmann de stichting Regionaal Spitwerk opgericht, die zonder winstoogmerk ijvert voor lokale en regionale onderzoeksjournalistiek.

Spitwerk met subsidie dus, op voorwaarde dat de subsidiegever afstand durft te houden van de uitvoering en voldoende bijdraagt om de onderzoeksjournalist te verleiden tot actie. Ben je er eenmaal aan begonnen, dan is er geen weg meer terug.

Al één reactie — discussieer mee!