Betaalde relaties van journalisten met nieuwsbronnen zijn niet verboden, maar kunnen wel op steeds meer kritiek rekenen. Waar media anderen scherp afrekenen op de schijn van belangenverstrengeling, vormt dat fenomeen in eigen kring soms een bijzondere blinde vlek.

Media berichten wekelijks over de schijn van belangenverstrengeling in het publieke leven. Kamerleden en toezichthouders weten er alles van: relaties of werkzaamheden die raakvlakken hebben met een publieke functie, kunnen op warme belangstelling rekenen. En zelfs het niet tijdig melden van in principe toelaatbare nevenfunctie kan je de kop kosten.

“Hij had een jaar lang een betaalde nevenfunctie bij een organisatie die actief is op gebieden die zijn portefeuille raken”, klonk het bijvoorbeeld bij het vertrekt van VVD-Tweede Kamerlid René Leegte.

Soms brengen media het onderwerp als open vraag: “Hoe integer zijn onze politici? We zoomen deze week in op een concreet geval waarbij we de vraag stellen: is bij deze bewindspersoon sprake van de schijn van belangenverstrengeling?”

Andere keren is het een expliciete aanklacht: “Driekwart van de dienstreizen van NZa-voorzitter Langejan wordt betaald door bedrijven waarvoor de NZa controleur of opdrachtgever is.”

Morele barometer

De maatschappelijke mores is veranderd: ook in de accountancy en de rechterlijke macht is het combineren van nevenfuncties inmiddels aan regels gebonden, en wordt er tegelijkertijd meer transparantie gevraagd. Er kan minder en er moet meer worden uitgelegd. De journalistiek doet er vanzelfsprekend verslag van alsof ze de morele barometer van de samenleving helemaal snapt.

Maar dat is toch niet echt vanzelfsprekend, getuige de terugkerende discussie over bijklussen in de journalistiek. In 2004 bracht Reporter het onderwerp al uitgebreid onder de aandacht, en nog maar drie maanden voordat ‘snotneus’ het beeld ging domineren, legde NRC Fons de Poel langs de meetlat. Inmiddels kijken sommige sites met een breder zoeklicht naar journalistieke nevenwerkzaamheden.

Geen mediatraining

De reactie van de hoofdredactie van KRO-NRCV op De Poels nevenwerkzaamheden was begin dit jaar mild en relativerend: geen probleem, er is nog nooit een klus afgewezen. Betaling van journalisten door nieuwsbronnen die ook in de verslaggeving van Brandpunt figureren was niet in conflict met de interne gedragscode: “Het handelen van een medewerker wordt niet beïnvloed door oneigenlijke belangen en zelfs de schijn daarvan wordt vermeden.” De belangrijkste don’t blijkt het geven van mediatraining. “Dat vindt KRO-NCRV een stap te ver.”

De voorschriften uit de gedragscode blijken niet erg dwingend, al ontbreekt er uitleg om echt te begrijpen waarop die regels dan wél precies van toepassing zijn. Bij het terugtreden van De Poel bij Brandpunt is overigens een nieuwe gedragscode aangekondigd ‘voor alle journalistieke presentatoren die in de actualiteit opereren‘. Die code moet misstanden over nevenactiviteiten gaan wegnemen.

Publiek vertrouwen

Hopelijk gaat een nieuwe code wat uitgebreider uitleggen waarom er gedragsregels voor nevenwerkzaamheden zijn. Onafhankelijkheid is namelijk het definiërende uitgangspunt van de journalistiek, de voorwaarde voor een vrije pers. Het is de basis voor publiek vertrouwen dat media het hele verhaal vertellen, en in berichtgeving en keuzes niet door druk of andere loyaliteiten worden gestuurd. Zelfs twijfel daaraan is al schadelijk.

Bij het oordeel over wat wel en niet de onafhankelijkheid schaadt, is de beroepsgroep zelf de maat der dingen, menen sommigen. “Ik denk dat een goede journalist, die die roeping ook echt ervaart, prima in staat is om dat in de gaten te houden, om die rol op verschillende podia te spelen”, zegt hoogleraar journalistiek Jeroen Smit bij het Mediaforum op Radio1.

Compenseren in beloning

Smits visie is gemeengoed, maar helaas werkt het niet meer zo anno 2015. Vraag maar aan gesneefde Kamerleden en toezichthouders, die zich van geen kwaad bewust waren. Zelfs als een journalist geen enkele invloed ervaart, en de geijkte rechtvaardiging aanvoert – kennis en contacten opdoen – dan nog is publieke twijfel aan de onafhankelijkheid even schadelijk. Het heet niet voor niets schijn van belangenverstrengeling.

De oplossing zit ook niet in het arbeidsrecht. Zo pleit Smit ervoor om goed te kijken naar de arbeidsrelatie tussen journalist en opdrachtgever: “Het hangt helemaal van het contract af.” Als het om freelancers gaat, heeft een medium in principe niets te eisen. En als ze wel eisen willen stellen aan de combinatie van werkzaamheden, moeten ze ‘m daarvoor ‘compenseren in de beloning’, aldus Smit. Onafhankelijkheid is zo bekeken geen journalistieke norm of maatschappelijk doel, maar redactioneel imago-beleid waarvoor professionals schadeloos moeten worden gesteld.

Schnabbelen is niet verboden

Het wordt tijd dat media beter beseffen dat ze dezelfde risico’s lopen op het verwijt van de schijn van belangenverstrengeling als alle andere sectoren en instituties. Want waarom zou de maat die media anderen nemen, niet op de eigen kring van toepassing zijn? De uitzonderingspositie die sommigen claimen, heeft veel weg van een blinde vlek. Dat er nog altijd luchtig over ‘schnabbels’ wordt gesproken is een verhullend frame dat een serieuze discussie in de weg blijft staan.

Het gaat namelijk gewoon om betaalde relaties met nieuwsbronnen die de onafhankelijkheid van journalistiek werk in twijfel kunnen trekken. Net zoals betaalde relaties de onafhankelijkheid van politici, rechters, accountants en toezichthouders in twijfel kunnen trekken. Het betekent niet dat journalistiek freelancen voor verschillende opdrachtgevers of bijklussen of schnabbelen verboden is, maar wel dat bepaalde combinaties niet meer vanzelfsprekend op applaus kunnen rekenen. De tijden zijn veranderd.

Arno van 't Hoog

Redacteur

Arno van ’t Hoog is freelance wetenschapsjournalist.
Profiel-pagina
Al één reactie — discussieer mee!