Deeltijdwerken als journalist raakt meer geaccepteerd en seksisme op de redactievloer is minder uitgesproken dan voorheen, maar niet verdwenen. Dat zijn de voornaamste conclusies uit onderzoek naar de ervaringen van vrouwelijke journalisten bij Het Parool en NRC Media.

In 1986 schreef de Stichting Vrouw en Media (SVM) in het onderzoek ‘Voor zover plaats aan de perstafel’ dat “de krant een meneer is, in alle betekenissen van het woord”. Slechts een tiende van de journalisten was vrouw. Dit maakte de journalistiek een mannenberoep.

Daarnaast werd de redactiecultuur gedomineerd door masculiene waarden en normen, waaronder een verwachting van constante beschikbaarheid. Dit maakte het voor vrouwen, die vaker zorg dragen voor het gezin en huishouden, moeilijk succesvol te zijn.

Veranderde verhoudingen

Sindsdien zijn de verhoudingen in de beroepsgroep langzaam maar zeker veranderd. Niet meer een tiende, maar ongeveer een derde van de journalisten is vrouw. Vooral in de jongste lagen is een aardverschuiving gaande: van de journalisten jonger dan 45 is iets meer dan de helft vrouw; op de opleidingen journalistiek en bij journalisten onder de 35 jaar is dit zelfs twee derde.

De krant is daarmee volgens de definitie van SVM geen meneer meer; in aantal maken vrouwen een gestage opmars.

NRC Media en Het Parool

Maar hoe zit het met hun positie en hoe ervaren vrouwen het beroep? Sinds 1986 is er weinig systematisch onderzoek hiernaar gedaan. Om deze vraag opnieuw te beantwoorden, zijn NRC Media (door Marjon Op de Woerd) en Het Parool (door Lisa Koetsenruijter) als case studies onder de loep genomen.

Het onderzoek bestond uit een enquête onder de hele redactie en interviews met vrouwelijke journalisten. Dit project is de pilot voor een landelijke herhaling van het oorspronkelijke project (destijds onder leiding van Els Diekerhof, Mirjam Elias en Marjan Sax).

Seksisme op redacties

Opvallend is dat steeds meer journalisten, vooral vrouwen, deeltijdwerken. Was dit in 1986 nog 12 procent van de vrouwen, nu is dat bij Het Parool 59 procent en bij NRC Media 44 procent. Uit interviews met Parooljournalisten komt naar voren dat constante beschikbaarheid niet meer wordt gezien als vereiste om een goede journalist te zijn. “Die andere mensen hebben ook allemaal twee dagen vrij, en dan zijn ze ook niet opeens een slechtere journalist.”

Zowel bij NRC als bij Het Parool zeggen redacteuren dat de promotiekansen voor mannen en vrouwen gelijk zijn. Er zijn echter nog steeds weinig vrouwen aan de top in de journalistiek (opvallend detail is dat beide kranten als enige in Nederland tot voor kort (respectievelijk 2010 en 2015) een vrouwelijke hoofdredacteur hadden). Bij doorvragen in de interviews wijten de vrouwen dit aan zichzelf: ze hebben te weinig ambitie of denken dat ze er niet geschikt voor zijn. Een verklaring hiervoor is dat de vrouwen het idee dat vrouwen niet geschikt zijn als leiders hebben geïnternaliseerd.

Bij de mannelijke redactiecultuur uit de jaren ‘80 van de vorige eeuw hoorde seksisme jegens vrouwen. Anno 2015 is dit niet verdwenen: bij NRC Media is sprake van rokkenjagers en ‘spierballen-rollend gedrag’ blijkt uit de interviews. Bij Het Parool is seksisme niet zo openlijk, maar ook niet geheel afwezig. Veel geïnterviewden zeggen in eerste instantie dat ze er zich niks bij kunnen voorstellen. Bij doorvragen blijkt echter dat voornamelijk oudere collega’s nog wel eens opmerkingen maken. “Nou, er zijn wel een paar collega’s die heel erg naar je borsten kijken. Dat vind ik een beetje sneu.”

Emancipatie zet door

De emancipatie van vrouwelijke journalisten is in gang: sinds 1986 zijn ze met veel meer, zijn ze hoog opgeleid en hebben zij door een veranderende werkorganisatie meer kans op succes. Ook de eigentijdse arbeidsmarkt van steeds meer freelancers, deeltijdwerkers en startups van nieuwe journalistieke vormen biedt mogelijkheden. Het valt bijvoorbeeld op dat vrouwen 58 procent van Nederlandse freelancers onder de 35 jaar uitmaken.

Het ligt in de lijn der verwachtingen dat, gezien de grote aantallen jonge vrouwen bij de journalistenopleidingen en onder (relatieve) nieuwkomers in het vak, deze veranderingen zich de komende jaren zullen doorzetten. De vraag is, of de internalisering van de traditionele journalistieke cultuur daarmee gelijke tred houdt – of dat er binnenkort sprake is van een nieuwe cultuur in de beroepsgroep.

Achtergrond
De scriptie over Het Parool van Lisa Koetsenruijter en de scriptie over NRC Media van Marjon Op de Woerd zijn een vervolg op eerder onderzoek uit 1983 en 1984, uitgevoerd door Els Diekerhof, Mirjam Elias en Marjan Sax en gepubliceerd in 1986 in het boek ‘Voor zover plaats van de perstafel’ (uitgave Meulenhoff Informatief en Stichting Vrouw & Media). Onder begeleiding van Mark Deuze (hoogleraar journalistiek aan de Universiteit van Amsterdam) en met steun van de Stichting Vrouw & Media wordt het project de komende jaren overgedaan.

Al 2 reacties — discussieer mee!