Huub Evers, media-ethicus en lid van de Raad voor de Journalistiek, is het jaarverslag van diezelfde Raad ingedoken. Opvallendste trend: het aantal ingediende klachten is fors afgenomen.

Het meest opvallende in het jaarverslag 2014 van de Raad voor de Journalistiek is de forse terugloop in het aantal ingediende klachten. Was dat in 2013 nog 120, een aantal dat iets boven normaal ligt, een jaar later is dat aantal gezakt tot 62.

De oorzaak is nog niet helemaal duidelijk. Het lijkt vrij onwaarschijnlijk dat journalisten van het ene op het andere jaar een flink stuk zorgvuldiger zijn gaan werken.

Tweedelijns-instantie

Een meer voor de hand liggende oorzaak lijkt te zijn dat de Raad zich nu, binnen de nieuwe werkwijze die op 1 november 2013 inging, nadrukkelijker opstelt als een ‘tweedelijns-instantie’. Dat houdt in dat de klager zich eerst met zijn ongenoegen moet wenden tot de hoofdredactie van het medium waartegen de klacht gericht is. Pas wanneer dat niet tot een vergelijk leidt, kan de weg naar de Raad worden ingeslagen.

Overigens was ook vroeger de eerste vraag in elke zitting van de Raad: bent u langs de hoofdredactie geweest en waarom heeft dat weinig of niets opgeleverd? Het verschil is, dat de Raad nu een klacht alleen nog maar in behandeling neemt, nadat het geschil eerst aan de (hoofd)redactie is voorgelegd. Wanneer een groot deel van de klachten op die manier wordt opgelost, is dat natuurlijk alleen maar toe te juichen. Hoofdredacties zouden op dit punt uitsluitsel kunnen geven: lossen ze meer zelf op, zodat de Raad er minder aan te pas hoeft te komen?

Het is ook denkbaar dat klagers deze procedure in combinatie met de termijnen omslachtig vinden en eerder geneigd zijn te denken: ‘laat verder maar zitten’. De termijnen zijn relatief lang: de klager heeft drie maanden de tijd om zijn klacht bij het medium te deponeren. Daarna heeft ook de (hoofd)redactie weer drie maanden de tijd om de klacht af te handelen. Na die afhandeling, dat kan dus ook binnen die drie maanden, moet de klager zich binnen één maand gemeld hebben bij de Raad.

Cijfers

Allereerst enkele cijfers. De getallen tussen haakjes zijn ter vergelijking die van 2012 resp. 2013. Van de ingediende klachten werden er 40 (76 resp. 75) behandeld op 9 (15 resp. 17) zittingen. In 51 (65 resp. 61) gevallen deed de Raad een uitspraak die is opgenomen in het jaarverslag.  Het aantal conclusies is groter dan het aantal behandelde klachten, omdat de Raad in een aantal gevallen de zaak behandelde in 2013, maar de uitspraak publiceerde in 2014.

Van die 51 klachten waren er 13 (15 resp. 18) gegrond, 3 (8 resp. 8) deels gegrond en 23 (28 resp. 31) ongegrond.  De Raad gebruikt nu overigens de term (on)zorgvuldig. In 6 (8 resp. 4) gevallen werd een verzoek tot herziening afgewezen, omdat de klager de Raad er niet van kon overtuigen, dat de beslissing berustte op feiten die niet klopten. In één geval werd zo’n herzieningsverzoek toegewezen.

Daarnaast zijn er nog de klachten die eerst worden ingediend, maar later weer ingetrokken plus de klachten die door voorzitter en secretaris worden afgehandeld, bijvoorbeeld omdat ze evident ongegrond zijn, niet binnen de termijn ingeleverd of omdat klager overduidelijk niet ontvankelijk is.

Media

Hoe waren de uitspraken die de Raad in 2014 deed, verdeeld over de verschillende soorten media?

  • De regionale dagbladen zijn ook dit jaar weer koploper met 19 conclusies. In de drie voorafgaande jaren was dat 37, 18 en 19.
  • Tegen de landelijke dagbladen werden 8 uitspraken gedaan. Dat was 12, 14 en 13.
  • Bij de landelijke publieke omroepen bleef het aantal in de buurt van het gemiddelde, namelijk 8. Dat was eerder 8, 13 en 6.
  • De trend bij de commerciële omroepen zette door: van 5 in 2011 naar 4 in 2012 naar 3 in 2013 naar 1 in 2014.
  • Bij de lokale en regionale omroepen nam het aantal klachten licht toe: van 4 in 2011 naar 5 in 2012 naar 1 in 2013 naar 5 in 2014.
  • Bij de online media werd de dalende lijn voortgezet: van 7 in 2011 naar 6 in 2012 naar 5 in 2013 naar 4 in 2014.
  • Bij de publieks- en de opiniebladen daalde het aantal klachten van 2 in 2012 naar 5 in 2013 naar 1 in 2014.
  • Bij de vak- en bedrijfsbladen is na een stijging van 1 naar 4 nu een daling naar 2 te zien.
  • Bij de nieuws- en huis-aan-huisbladen een lichte daling: van 3 naar 4 naar 2.

Inhoud van klachten

Kijkend naar de inhoud van de klachten luidt de top-5:

  1. Ruim 60% van de klachten ging over onjuiste en/of tendentieuze berichtgeving;
  2. Ruim 50% over het achterwege laten van wederhoor
  3. Bijna 30% over het aantasten van de privacy
  4. In ongeveer 25% van de klachten ging het over het niet plaatsen van een rectificatie of een weerwoord evenals over de vraag of sprake was van een ‘passende rechtzetting’.
  5. Ongeveer 20% van de klachten ging over de selectie van nieuws. Hieronder vallen ook klachten over de door de journalist gekozen invalshoek. Ook over de vraag of de journalist überhaupt aan een bepaald onderwerp aandacht had mogen besteden.

De eerste drie plaatsen van dit klassement zijn (inclusief de percentages) identiek aan die van 2013. In veel klachten is overigens sprake van meer dan één aspect: wanneer iemand klaagt over geen of onvoldoende wederhoor, gaat dat vaak gepaard met het verwijt dat (daardoor) sprake is van onjuiste en tendentieuze berichtgeving. Zo is er ook een koppeling tussen het niet nakomen van afspraken en het niet vooraf laten lezen van het verhaal. Iemand die klaagt over de nieuwsselectie door de journalist, vindt vaak dat het artikel of de uitzending onevenwichtig, onjuist of suggestief is.

Morgen volgt deel 2: enkele opvallende klachten die de Raad voor de Journalistiek heeft behandeld worden dan besproken.

Nog geen reactie — begin de discussie!