Werkervaringsplaatsen voor journalisten moeten we niet willen, meent journalist Theo Dersjant.  Hij vindt dat er iets moet worden gedaan aan het overschot aan jonge journalisten op de arbeidsmarkt. Ook de opleidingen zouden hun verantwoordelijkheid moeten nemen.

Van werkervaringsplaatsen – onlangs gesanctioneerd door de inspectie SZW – mag geen wonder verwacht worden, maar ze dragen voor individuele afgestudeerde hbo’ers journalistiek bij aan een beter beroepsperspectief. En dus is de vergoeding van 350 euro per maand voor 32 uur werken per week, geen uitbuiting. Dat is – kort door de bocht samengevat – het standpunt dat Marnix Kreyns (BDU) gister op DNR verwoordde. Daar valt nogal wat op af te dingen.

Klaar voor de arbeidsmarkt

Allereerst is het wonderbaarlijk dat het aanvankelijke ‘leertraject’ dat BDU afgestudeerde hbo’ers bood, helemaal uit het plan lijkt te zijn gesneden. Dat is ook begrijpelijk. Gemiddeld genomen zijn jonge journalisten die een opleiding (hbo of universiteit) journalistiek afrondden klaar voor de arbeidsmarkt. Ze hebben er twee stages (soms zelfs nog een extra ‘werkervaringsplaats’ tijdens de afstudeerfase) opzitten. De arbeidsmarkt alleen kunnen betreden als je bereid bent om eerst een tijd 350 euro per maand te verdienen, spoort daar niet mee.

De vraag is: wie helpt dit? Nieuwe arbeidsplaatsen worden er niet geschapen. De kans die de een (die een werkervaringstraject volgt) krijgt, gaat in mindering van de kans van een ander. De individuele beginnende journalist? Zeker! Maar de andere individuele journalist juist weer niet.

‘Race to the bottom’

Eerlijk is eerlijk. Als ik beginnend journalist was, zou ik misschien ook wel zo’n werkervaringsplaats overwegen. Alles voor een job, tenslotte. En misschien toont de bereidheid om voor 350 euro per maand te gaan werken wel aan hoe graag iemand tot het gilde wil toetreden.

Maar daarmee zijn werkervaringsplaatsen nog geen traject om te omarmen. Ze zijn eerder een exponent van de ‘race to the bottom’ die freelancers al langer aan den lijve ondervinden. Wat is de volgende stap in deze? Een jaar? Twee? Honderd euro per maand? Gratis werken? Werkervaring heb je immers nooit te veel. En waarom zou je als bedrijf een beginnend journalist nog een volwaardig salaris betalen als het blijkbaar ook voor 350 euro per maand kan? Is meteen een mooie (goedkope) proeftijd.

Dat gemeenten daar hun belastinggeld aan verbranden (zij betalen in sommige gevallen mee aan de werkervaringsplaatsen) is dan ook bedenkelijk. Als gezegd: werkervaringsplaatsen creëren geen arbeidsplaatsen. De kans van de een gaat ten koste van de kans van een ander. Er is alleen sprake van een herverdeling van arbeid.

Uit het lood geslagen arbeidsmarkt

Tot zover de verschillen van inzicht met de analyse van Marnix Kreyns. Dan de overeenkomsten.

Werkervaringsplaatsen zijn het gevolg van een totaal uit het lood geslagen arbeidsmarkt. In economische termen: daar waar sprake is van een overschot aan de factor arbeid en een tekort aan de factor kapitaal, zal de prijs van de factor arbeid dalen. Ook hier: vraag de freelancers er eens naar.

Rol van opleidingen

Voor dat overschot aan jonge journalisten zijn meerdere redenen. Maar een is er ongetwijfeld het gegeven dat de opleidingen geen gelijke tred hebben gehouden met de teruggang op de arbeidsmarkt. Ze leiden nog op alsof journalistiek ‘booming business’ is. En dat is het al lang niet meer. Ik sluit me dus aan bij het pleidooi van Marnix Kreyns om vooral ook naar die kant te kijken als het gaat om structurelere oplossingen dan het aanbieden van werkervaringsplaatsen.

Nou werk ik zelf op een journalistenopleiding. En weet dus dat de overgrote meerderheid van mijn journalistieke collega’s het evenzeer met Kreyns eens is: het mag wel een onsje minder. Sterker: in Tilburg is nog niet zo lang geleden een notitie van die strekking door de daar werkende journalisten aangenomen (inderdaad: met mogelijk gevolg dat er banen verloren gaan) en voorgelegd aan het management. Dat er vervolgens niet aan wil. Om tal van redenen. Het is een vrije markt. Onze afgestudeerden vinden doorgaans binnen een half jaar een baan (niet altijd in de journalistiek, maar moet dat dan?).

Bovendien moet je geen marktaandeel (in dergelijke termen wordt in onderwijsland gesproken) laten liggen als je niet weet of een andere opleiding niet in het ontstane gat schiet. Zelfs het verzoek om dan tenminste met de andere hbo-opleidingen journalistiek een gesprek aan te gaan over de vraag of er samen en gefaseerd een stapje terug kan worden gedaan, viel niet in vruchtbare aarde.

‘Entrepreneurship’

En dus zetten journalistenopleidingen op dit moment zwaar in op ‘entrepreneurship’, terwijl ze het tegelijkertijd die toekomstige ondernemer bijkans onmogelijk maken te overleven op een arbeidsmarkt die is overspoeld door ‘entrepreneurs’.

Als er in mijn kleine provinciestadje veertig banketbakkers zitten, is het nauwelijks een oplossing om die banketbakkers een cursus ‘creatief ondernemen’ aan te bieden. Linksom of rechtsom zullen 35 banketbakkers het namelijk niet overleven omdat er niet meer geld in het systeem komt. Misschien dat door de cursus ANDERE banketbakkers overleven. En intussen daalt de prijs voor gebak dramatisch.

De positieve kant (die is er namelijk ook) van deze ‘ratrace’: alleen de allerbesten (Darwin zegt: ‘the fittest’) zullen overleven. Media gedijen daarbij. Kunnen kiezen uit een stuwmeer aan jonge, talentvolle journalisten. Het gebak wordt er – kortom – niet minder van.

Het bezorgen van kranten

Marnix Kreyns, intussen, kan ik wel begrijpen. Als het van de inspectie mag, moet je als ondernemer de kans niet laten lopen. Voor de afgestudeerde die hierin stapt en dolgraag een serieuze job in de journalistiek wil, is dit eveneens logisch (een enquête onder hen zegt me dan ook niets).

Maar het blijft slecht voelen: 128 uur per maand werken voor een uurloon van 2,73 euro, terwijl je je beroepsopleiding al hebt afgerond. Ter vergelijking: het bezorgen van kranten betaalt per gewerkt uur bijna het dubbele.

Theo Dersjant

Theo Dersjant is een Nederlandse journalist en docent aan de Fontys Hogeschool Journalistiek.
Profiel-pagina
Al 6 reacties — discussieer mee!