Op 8 oktober gaf Tom Rosenstiel, Amerikaans journalist, schrijver en directeur van het American Press Institute, de KIM-lezing 2015. Hij liet zijn licht schijnen over de toekomst van de journalistiek. Die ligt volgens hem in collaborative intelligence.

Rosenstiel is een positivo. De journalistiek bevindt zich zeer zeker in een crisis, het is echter een crisis die slechts draait om geld en niet om aandacht. We consumeren volgens Rosenstiel vandaag de dag meer nieuws dan ooit tevoren, mede dankzij de mobiele telefoon die altijd aan staat. Als bewijs hield Rosenstiel zijn exemplaar even omhoog.

De aardverschuiving die gaande is doet de oude markt van een paar grote monopolisten veranderen in een bijzonder competitieve markt met vele spelers. En waarom die monopolisten omvallen kan Rosenstiel wel verklaren: het oude management kan niet omgaan met de veranderingen die een online wereld van de journalistiek vereist. Internet heeft het vak journalistiek definitief veranderd. Simple as pie.

Toekomstscenario’s voor de journalistiek

De 4 toekomstscenario’s die geformuleerd zijn in het rapport van het Stimuleringsfonds voor Journalistiek, ‘Anders nog nieuws?’ werden door Rosenstiel stuk voor stuk behandeld als mogelijke visies op de toekomst.

Te beginnen met Scenario 1, een toekomst waarin de overheid gereduceerd is tot minimale omvang en wij, the people, het voor het zeggen hebben en het zelf doen. We stellen onze kennis en open netwerken in dienst van het creëren van het nieuws. Startups en zzp’ers creëren gezamenlijk het gepersonaliseerde nieuws waar wij ook graag voor willen betalen.

Scenario 2 klinkt een heel stuk minder fris. Volgens deze toekomstvisie gaan de happy view, internetgiganten zoals Google, Amazon, Facebook en Apple, het journalistieke veld volledig overnemen. Deze nieuwe monopolisten zetten onze privacy in als betaalmiddel. Hierdoor zullen de huidige nieuwsorganisaties en waakhonden verdwijnen.

Scenario 3 lijkt een variatie op scenario 1 te zijn met een minder grote overheid maar hangt veel minder op techniek omdat in dit scenario die ontwikkeling juist een beetje stil is komen te liggen. We gaan meer voor netwerken, privacy, solidariteit en zorgzaamheid. De toekomst die een sociale deeleconomie schetst.

Tot slot scenario 4 waarin de journalistiek zich genoodzaakt ziet haar rol en betrouwbaarheid opnieuw te moeten bewijzen door discussieplatforms voor het publiek te faciliteren. De millennials halen hun nieuws immers alleen nog maar online. En dus gaat in deze visie het freemium-model (lees: basis dienst is gratis, voor uitgebreidere diensten betaal je) voor alle online media gelden. Samen met branded journalism voor de jongerenmarkt die daar totaal geen problemen mee lijkt te hebben.

Tom vraagt zich hardop af welk scenario volgens hem onze toekomst zal bepalen. “None of these four scenarios”, maar een mix van alle scenarios, is zijn antwoord. Voor wie een beetje met de tijd is meegegaan zal zich kunnen herkenen in alle 4 scenario’s want ze staan immers niet heel ver af van de huidige realiteit.

Tom Rosenstiel tijdens zijn KIM-Lezing. Foto: Marco Raaphorst.
Tom Rosenstiel tijdens zijn KIM-Lezing. Foto: Marco Raaphorst.

Burgerjournalistiek

De term collaborative intelligence wordt door Rosenstiel opgevoerd. Hierin staat de samenwerking met het publiek en andere partijen voorop. Dankzij de term collaborative intelligence moeten we afstappen van het idee het publiek slechts als consumenten te beschouwen. Het publiek is onze participerende journalistieke partner geworden. Het levert nieuwe kennis en nieuwe vormen van samenwerking op.

Het doet me denken aan dat wat we voorheen burgerjournalistiek noemden. De tamme term die om de hoek kwam kijken door 11 september 2001, toen zowat iedere ooggetuige op Blogger.com een blog aan ging maken om foto’s en verhalen met de rest van de wereld te delen. Of misschien vond het startsignaal wel een jaar eerder plaats, in Nederland, in Enschede. Het was in het jaar 2000 dat de vuurwerkramp op een zaterdag plaatsvond. De kranten kwamen pas op maandag uit en dus was het vrijspel voor diegenen die een website hadden en een journalistiek drive voelden opborrelen. Offline stilte versus online vuurwerk.

En wereldwijd gezien bleek juli 2005 ook een kantelpunt in de journalistiek te zijn. De serie zelfmoordbommen die in het Londense transportsysteem tot ontploffing werden gebracht, zorgde ervoor dat burgers op de vroege ochtend van 7 juli 2005 samen met de journalisten van ondermeer de BBC gingen samenwerken op Wikipedia om zo de verslaglegging zo volledig en zuiver mogelijk te realiseren. Nog voordat Amerika ontwaakte was er een groots gezamenlijk journalistiek document ontstaan inclusief foto’s die gemaakt waren met behulp van telefoons. Tien jaar later maakt iedereen foto’s met zijn telefoon, maar in 2005 was dat nog een redelijk exotisch gebeuren.

Collaborative intelligence

Collaborative intelligence gaat een stuk verder dan burgerjournalistiek. Rosenstiel zet stapsgewijs de drie onderdelen uiteen:

  1. Datatechnologie moet ervoor zorgen dat nieuws razendsnel wordt opgemerkt en opgevist wordt.
  2. Via community’s moet het publiek de kans krijgen meerdere perspectieven aan te bieden en discussie daarover te hebben. Het is precies dat wat je volgens Tom nu ook op grote schaal op Twitter en Facebook ziet gebeuren. Daar wordt nieuws gebracht en over het nieuws gediscussieerd.
  3. Professionele journalistiek blijft daarbij onmiskenbaar een belangrijk onderdeel want professionele journalisten hebben immers toegang tot gatekeepers, instituten, politici, officiële documenten etc. En ze hebben de storytelling skills om tot een goed verhaal te komen. Datavisualisatie is daarbij wel een vereiste en een toevoeging aan het journalistieke vak waar de hedendaagse professionele journalist niet langer omheen kan. Zonder daarbij de essentie van het journalistieke factchecking (“find out what happened“) uit het oog te verliezen.

Gooi deze 3 uitgangspunten in een grote hoed en voilá, je hebt een model dat de journalistiek naar een hoger plan kan trekken en sterker kan maken dan de journalistiek ooit was, zo voorspelt Rosenstiel.

Kracht van internet onbenut

Dat klinkt goed, alleen zijn we er nog niet. Volgens Rosenstiel wordt de kracht van het internet nog niet volledig benut. Want:

A. er heerst angst in de journalistiek om samen te werken met conculega’s en het publiek.

En:

B. omdat we nog te weinig begrijpen van alle data zoals aantallen pageviews en niet goed weten hoe we die data moeten analyseren en interpreteren.

En er is nog iets dat we volgens Tom in de journalistiek te weinig toepassen: metatagging. Middels metatagging kan nieuwsdata verrijkt worden zodat we later een betere en meer volledige analyse van die data kunnen maken. Metatags zoals bijvoorbeeld de hoeveelheid tijd die de research in beslag heeft genomen.

Kwaliteit van content

Rosenstiel is positief over de kwaliteit van de content in relatie tot de waardering die het krijgt. Het publiek reageert namelijk heel goed op de kwaliteit van de content. Des te hoger de kwaliteit van de content, des te meer pageviews en sociale sharing. Longform-artikelen van meer dan 1500 woorden zorgen volgens Tom voor meer betrokkenheid dan kortere stukken. En een foto bij een artikel zorgt ook voor meer aandacht en waardering. We leven immers in een visuele wereld.

Rosenstiel was uitermate positief over de handpalmstaarders, de millennials. Hij heeft deze groep onderzocht en kwam tot de conclusie dat ze niet langer naar het tv-nieuws kijken en de meeste tijd op sociale media doorbrengen. Ook lezen ze geen magazines meer. Toch krijgt 60% van deze groep via sociale netwerken het nieuws van de dag mee. En 85% zegt dat nieuws belangrijk te vinden. Zelfs 53% zegt ervoor te betalen via bijvoorbeeld een abonnement (online/offline).

The purpose of democracy: so the public can be in charge” en dus moeten we volgens Rosenstiel het publiek die kans bieden. Vandaar dus die term collaborative intelligence, die samenwerking met het publiek vereist. Om dat te bereiken moeten we volgens Tom het volgende doen:

  1. breng de intelligentie van het publiek in, zoek en vind ze online
  2. zoek naar een goed publicatiemodel en richt je specifiek op een bepaald specialisme omdat dat het meest gewaardeerd en beloond wordt op internet(lees: niche via een eigen platform/site/app)
  3. zorg voor een goed data-analysemodel
  4. vergeet mobiele apparaten absoluut niet en speel in op de mogelijkheden van alle moderne devices
  5. ga de dialoog met het publiek aan, luister en reageer
  6. aan de overheid de taak om beleid te ontwikkelen die collaborative intelligence stimuleert

Q&A

Tot slot, is er een Q&A met Teun van de Keuken. Als eerste vroeg Van de Keuken zich af wat “the future of broadcasting” gaat zijn. Volgens Rosenstiel is het simpel: specialiseer je in een specifiek kwaliteitsgebied (lees: niche). Waarop Teun hem terugwerpt dat de KRO/NCRV een brede zender is met zowel amusement, “Farmers looking for wives“, als ook onderzoeksprogramma’s zoals De Monitor. Het kan volgens Rosenstiel prima naast elkaar blijven bestaan zolang je er maar voor zorgt dat je gezien wordt als een autoriteit, als een sterk merk. Je moet beter dan de rest zijn en een eigen handtekening/signature hebben zodat je bij het publiek direct opvalt.

En wat te denken van tv-ratings, zijn deze nog wel bruikbaar? Zijn ze niet een beetje te vaag? Volgens Rosenstiel moet je ze behouden als je geen andere cijfers hebt, bij gebrek aan beter. En zeker als iedereen dezelfde slechte cijfers gebruikt. Maar het is volgens Rosenstiel wel zaak om mensen te gaan volgen via tracking zodat je niet alleen weet wat ze op jouw platform doen maar ook op andere platforms en apparaten. Facebook, Amazon, Google, ze doen het allemaal en dus moet de nieuwe journalistiek dit ook gaan doen. Unieke bezoekers per platform tellen heeft volgen hem weinig zin. “Track people across devices!“, stelt hij stellig. Ik verwachtte daarop een vraag uit het publiek over privacy maar die vraag bleef uit.

Teun vroeg of journalistiek op commerciële basis mogelijk is. Tom denkt van wel, kijk maar naar Buzzfeed, Vice, enzovoorts. Maar hoe dan? Door als startup te denken en te durven snel en hard te mislukken. Diegenen die wel winnen, winnen namelijk heel goed. En gebruik data, volg de data en ontwikkel op basis daarvan kleine producten en probeer ze uit op kleine groepen om ze vervolgens te verbeteren en uit te bouwen naar steeds grotere groepen. Van de Keuken vraagt zich af of zo’n startup-model ooit gewerkt heeft voor een bestaand bedrijf. Tom noemt als voorbeeld The Atlantic. Die stelden zichzelf de vraag “what if we started again, what would we then do?” en gingen dat vervolgens doen. Met een herboren versie van The Atlantic als resultaat.

Het publiek mocht ook wat vragen opwerpen. Zoals deze vraag: wat moeten scholen doen? “Teach fact checking“, antwoordde Rosenstiel. Technologie is immers ondergeschikt en zeer veranderlijk, maar journalistieke ambachtelijkheid daarentegen is de essentie van het journalistieke vak, en een blijvertje.

Rake woorden van onze Amerikaanse vriend waarin geen enkel spoortje cynisme viel te ontdekken. Waarvan akte.

De middag werd georganiseerd door KIM (forum voor reflectie op journalistiek en media – http://www.kimforum.nl) in samenwerking met de KRO-NCRV.

Al 2 reacties — discussieer mee!