Bijna alle Nederlandse media zijn op een of andere manier bezig met datavisualisatie. Welke trends op dit gebied kunnen wij de aankomende jaren verwachten? Datajournalist Jerry Vermanen doet verslag vanaf het Mozilla Festival in Londen.

Journalisten, programmeurs en alles daar tussenin verzamelden zich van 6 tot en met 8 november op Mozilla Festival in Londen. Daar werden diverse sessies gehouden om tools, kennis en methodes met elkaar te delen.

Al jarenlang is datavisualisatie een belangrijke pijler van dit festival. Veel trends binnen datavisualisatie borrelen tijdens Mozilla Festival op. Wat kunnen we verwachten?

1. Groter verschil tussen ‘snelle’ en ‘trage’ libraries

De keuze voor een visualisatietool is op dit moment ontzettend lastig. Nagenoeg elke week komt er wel een interessante library beschikbaar op internet, zowel betaald als gratis. Op dit moment is D3.js een van de meest gebruikte libraries (dus zelf programmeren is een vereiste).

Het is een geweldig pakket, maar het is zo arbeidsintensief dat het dagelijkse nieuwsproductie nauwelijks interessant is. Voor evenementen die ver van tevoren te anticiperen zijn (EK voetbal, Koningsdag, verkiezingen, etc.) of periodieke nieuwsgebeurtenissen (maand-, kwartaal- of jaarcijfers) kan het een enorm krachtig stuk gereedschap zijn.

Daarnaast komen veel tools op waarmee je snel data kunt visualiseren. In Nederland wordt LocalFocus al veel gebruikt, maar denk ook aan Highcharts, Timeline.js, CartoDB en Fusion Tables.

De ontwikkelaars van deze tools zijn continu bezig om feedback te verzamelen van hun gebruikers. Het verschil tussen deze tools wordt eigenlijk elk jaar groter. Gaan we ons richten op het huidige nieuwsmoment, of meer voor projectgebaseerde visualisaties?

2. Animaties voor complexe visualisaties

Datavisualisaties bestaan al vele jaren lang, dus het is logisch dat datajournalisten steeds ingewikkeldere data proberen te communiceren. Om sommige complexe visualisaties mogelijk te maken, heb je animaties nodig.

Je kunt gebruikers een korte handleiding voorschotelen hoe je de visualisatie kunt gebruiken. Ook kun je de data geleidelijk voorschotelen. Een geleidelijke overgang in plaats van een abrupte stap kan dan enorm veel helpen om niet in verwarring te raken.

Bestaande libraries hebben of krijgen ondersteuning voor animaties, zoals D3.JS, Highcharts en Raphael. Ook duiken nieuwe tools op – zoals Snap.SVG – en zijn browsers steeds vaker in staat om met HTML5 of CSS animaties weer te geven.

3. Kleine en mobiele visualisaties

Kleine beeldschermen worden nog vaak verwaarloosd door datavisualisators: het moet allereerst werken op een desktop, waarna het naar een kleiner apparaat wordt geschaald. Dat terwijl nieuwsconsumptie voor het merendeel op telefoons en tablets plaatsvindt.

Een mobiel apparaat kan een enorme impuls aan datavisualisaties geven. Hoe kun je de GPS-functie gebruiken om een artikel persoonlijker te maken? Kun je wisselen tussen twee verschillende tijdreeksen door je scherm te kantelen? Of kun je de camera gebruiken om data te verzamelen?

Visualisaties moeten dan op een totaal andere manier worden ontwikkeld. Zorg ervoor dat het eerst op een telefoon werkt, en bedenk vervolgens hoe je de desktop-versie kunt maken.

4. Sonoficeren van data

Data kun je niet alleen visualiseren, maar ook omzetten naar geluid. Zo werd bijvoorbeeld al een radio-item over aardbevingen in Oklahoma gemaakt, waarin de aardschokken werden gesonoficeerd.

PRI had eerder ook een visualisatie over de stijging van de zeespiegel. Hoe hoger de zeespiegel staat, hoe sneller het nummer Ice Ice Baby speelt. En uiteraard experimenteerde de New York Times ook met geluids-‘visualisaties’.

Het lastige is dat er nog geen duidelijke vuistregels rondom deze sonoficaties zijn opgesteld. Wat is de schaal waarop de data wordt weergegeven? Betekent een hogere toon ook een hoger aantal? Welke instrumenten gebruik je? En heb je als gebruiker ook een visueel hulpmiddel nodig?

5. Alternatieve kaarten

Ten slotte werd op Mozilla Festival gesproken over alternatieve kaarten. Iedereen kent de geografische kaarten met een marker op een locatie, of choropleet-kaarten waarbij gemeenten, provincies of landen worden ingekleurd naar de waarde van dat gebied.

Datavisualisatoren zijn momenteel echter bezig om nieuwe kaarten te ontwikkelen. Je hoeft bijvoorbeeld niet altijd de ondergrond te laten zien, zoals bij deze kaart waarbij de graven op een kerkhof zijn ingekleurd.

Kaarten worden diverser en origineler. Hier kun je bijvoorbeeld alle gebieden in New York bekijken die niet in de nabije omgeving van een metro liggen. Wat zijn de treurigste plaatsen ter wereld, zoals Road to Nowhere of Suicide Bay? En heb je wel een mooie herinnering aan een locatie, dan kun je dat altijd in een sieraad of quilt vereeuwigen.

Jerry Vermanen

Redacteur

Jerry Vermanen werkt als datajournalist bij Pointer (KRO-NCRV).
Profiel-pagina
Nog geen reactie — begin de discussie!