De Olympische Spelen van 2008 in Peking leverde journalisten in China een hoop vrijheden op. De afgelopen jaren zijn die vrijheden weer flink beknot. Inge Schouten vroeg aan journalisten die werken in China hoe ze hun werk tegenwoordig moeten doen.

‘De journalistiek in China beleefde gouden jaren na de Olympische Spelen in 2008. Dit duurde tot het Xi Jinping-tijdperk.’

Een Franse correspondent vertelt over Xi’s harde aanpak van dissidenten en tegenwerking van westerse ideeën. Wat er sinds de komst van de nieuwe leider nog meer veranderde, onderzocht ik voor mijn masterscriptie. Achttien westerse, niet-westerse en Chinese journalisten deelden hun ervaring.

Toestemming vragen om te reizen

‘Het werd beter in de jaren negentig, maar de Olympische Spelen waren het hoogtepunt. Sindsdien konden we refereren aan nieuwe regels die ons niet meer vrijheid, maar wel meer ruimte gaven.’ Met dit hoogtepunt verwijst, de langstzittende China-correspondent, Jaime FlorCruz naar de afschaffing van de ‘ten-day-rule’.

Deze regel hield in dat correspondenten minimaal tien dagen voor vertrek de lokale autoriteiten moesten vragen of zij buiten Beijing verslag mochten doen. Deze formele aanmeldingsbrief werd verstuurd naar de lokale waiban, de lokale afdeling van Buitenlandse Zaken. Deze waiban beantwoordde de brief niet altijd. Gebeurde dat wel, dan heette hij de correspondent welkom op het vliegveld om continue met de correspondent mee te reizen: van het ontbijt tot aan het avondeten.

Dat veranderde in 2008 – het Olympisch jaar. Correspondenten konden toen zonder toestemming door China reizen, behalve in gevoelige gebieden als Tibet. Ook was geen toestemming van lokale autoriteiten meer nodig om Chinezen te interviewen, een akkoord van de geïnterviewde volstaat.

Intens politiek klimaat

Sinds de komst van president Xi Jinping ervaart correspondent Marije Vlaskamp het politieke klimaat als ‘intenser’. De partijleider is veel actiever dan zijn voorgangers en dat heeft gevolgen voor iedereen met kritiek op de overheid. Dissidenten worden sneller opgepakt waardoor het tegengeluid verstomt.

In een vrijgekomen memo uit 2013, ‘document 9’ genoemd, keert Xi zich tegen westerse ideologieën. In het document staan zeven taboes. Zo mogen westerse ideeën over journalistiek, het neoliberalisme en het begrip ‘universele waarden’ niet gepromoot worden om de stabiliteit van het land niet in gevaar te brengen.

Xi wil een ‘civilized society’, een beschaafde maatschappij. Volgens onderzoekster Kristin Shi-Kupfer doet Xi dit door het maatschappelijk middenveld te beperken en buitenlandse NGO’s te reguleren. Dat heeft een weerslag op de journalistiek: niemand weet of praten met buitenlandse correspondenten nog veilig is en potentiële bronnen houden vaker hun mond.

Ideologische herscholing

Naast het terugdringen van deze ‘westerse ideologie’ wint het communistische gedachtegoed onder Xi aan belang. Zo zijn Chinese journalisten sinds zijn aantreden vaker verplicht tot ideologische herscholing. Die herscholing bestaat uit een examen waarmee zij een perskaart kunnen krijgen. Hiermee hebben journalisten gratis toegang tot bijvoorbeeld parken en het openbaar vervoer.

Ook kunnen autoriteiten naar de perskaart vragen bij interviewverzoeken. Of de kaart hierin uiteindelijk een doorslag geeft, daarover zijn zowel de buitenlandse correspondenten als de Chinese journalisten sceptisch.

Bovendien gaan de examenvragen nauwelijks over journalistiek, maar vooral over de normen en waarden van de Chinese communistische partij. Een Chinese journalist, geïnterviewd voor het onderzoek, vraagt zich af waar het examen op toetst: ‘Eigenlijk is het brainwashing; als je alle examenvragen bestudeert dan leer je hoe de staat de agenda voor de journalist bepaalt.’

Een opvallende constatering is dat Chinese journalisten censuur ervaren, maar zich toch vrij voelen. Zij vinden manieren om tussen de regels door te manoeuvreren en zo toch hun verhaal te vertellen. Zij proberen indirect de overheid te wijzen op beleid dat niet werkt en journalisten hebben de ruimte om eigen ideeën voor verhalen in te brengen. In het onderzoek vertelt een Chinese journalist dat zij altijd de verhalen kan maken die ze wil, zolang ze de overheid maar niet bekritiseert.

‘Don’t bother me and I won’t bother you’

Voor buitenlandse correspondenten geldt het credo ‘don’t bother me and I don’t bother you’. Een Aziatische correspondent stelt dat voor en na 2008 weinig aan dit credo is veranderd.

Westerse correspondenten zien dat anders en herkennen zich niet in dit motto. Volgens The Economist-correspondent Ted Plafker wordt buitenlandse pers door de Chinese overheid gezien als een ‘hostile force’ die weinig goeds over China te melden heeft.

Andere westerse respondenten zien sinds de komst van Xi ook een andere retoriek en interpretatie door de overheid. Zelf zei Xi in The New York Times: ‘Wie het probleem heeft gecreëerd, moet ook degene zijn die het weer oplost.’ Oftewel: als er vervelend tegen je wordt gedaan, heb je dat als buitenlandse correspondent aan jezelf te wijten.

De regelgeving is onder Xi niet gewijzigd, maar de interpretatie van bestaande wetten is anders. Sinds 2012 wordt bijvoorbeeld over lokale regels gesproken terwijl die eerder niet leken te bestaan. Centrale wetgeving hoort boven de lokale regels te staan, maar lokale autoriteiten verwijzen steeds vaker naar hun eigen wetten als hen dat zo uitkomt. Zo is buitenlandse pers niet altijd welkom in een bepaalde provincie.

Intimidatie Chinees personeel

Buitenlandse pers kan niet gecensureerd worden omdat zij niet in Chinese media publiceren. Toch laten de autoriteiten het duidelijk merken als berichtgeving hen niet zint. Vastzetten op een politiebureau is een uitzondering, maar buitenlandse correspondenten hebben vaak te maken met intimidatie.

Als journalisten zich aan de ‘regels’ houden – die dus vaak onduidelijk zijn – heeft de Chinese overheid geen poot om op te staan. Toch laten de autoriteiten vaak merken wie er de baas is. Correspondenten die inchecken in een hotel in de provincie kunnen ervan uitgaan dat hun komst direct aan de lokale overheid wordt gemeld om in de lobby de correspondent op te wachten. Hem of haar wordt vriendelijk gevraagd weer te vertrekken als hij of zij er niet op uitnodiging van het overheid is. Soms wordt een journalist direct teruggebracht naar een station of vliegveld.

Veel gevaarlijker wordt het als de autoriteiten zich richten op het Chinese personeel van de correspondent: de chauffeur, de assistent, de vertaler. Zij zijn veel kwetsbaarder in eigen land. Als er druk op hen wordt uitgeoefend en zij zo niet hun werk kunnen doen, heeft dat indirect weer effect op de verslaggeving van de correspondent.

Verborgen agenda

Tot slot is het belangrijk om correspondenten en journalisten niet over één kam te scheren. Er zijn wezenlijke verschillen tussen westerse, niet-westerse correspondenten en Chinese journalisten. Dit heeft te maken met verschillende opvattingen over journalistiek en met culturele tradities.

Westerse journalisten hebben een verborgen agenda en jagen vooral negatieve onderwerpen na, aldus niet-westerse collega-journalisten. Japanse, Russische, Chinese en andere Aziatische correspondenten zijn het er over eens dat alleen de ‘feiten’ beschreven moeten worden. Deze opvatting sluit aan bij de culturele tradities van hun thuisland. Aziatische journalisten willen niet kritisch zijn tegenover andere Aziatische landen en zien de pers niet als vierde macht om het bestuur terecht te wijzen. De Russische correspondent stelt – volgens oud-communistisch gebruik – dat de pers niet als informant, voor maar als opvoeder van het volk moet functioneren.

Journalist verlengstuk eigen overheid

De relatie tussen de Chinese overheid en die van het thuisland van de correspondent is belangrijk voor de banden van China met de correspondent zelf. Gespannen relaties tussen Japan en China maken het voor Japanse correspondenten lastiger om hun werk te doen. ‘In die tijd waren er veel anti-Japanprotesten en mensen staken Japanse auto’s in de brand. Als mensen erachter kwamen dat we Japans waren, kregen we problemen. Je voelt je dan erg onveilig.’

Gedeelde historie en goede diplomatieke betrekkingen kunnen daarentegen juist helpen om bepaalde informatie te krijgen. Journalisten worden door de Chinese overheid – conform hun eigen ideologie – als onderdeel van de overheid gezien. Een Aziatische correspondent vertelt dat zij werd opgepakt omdat zij op een verboden plek zou hebben gefilmd. Er werd tegen haar gezegd: ‘We hebben zo’n goede relatie met jouw overheid. Waarom doe je dit?’

De journalistiek ontwikkelt zich, ook in China. Toch wordt een meer open en transparant China bedreigd door het strenge optreden van Xi Jinping. Misschien dat de Olympische Winterspelen van 2022 opnieuw een weg vrijmaken voor liberale wetgeving die van blijvende duur is.

Dit stuk is gebaseerd op de masterthesis ‘Het Olympisch vuur voor journalistiek in China’  van Inge Schouten. De scriptie is te downloaden op de website van de Universiteit Leiden. Hiervoor zijn achttien binnenlandse journalisten en buitenlandse correspondenten geïnterviewd onder wie Marije Vlaskamp (o.a. de Volkskrant, BNR), Jiang Zhuqing (Global Times) Jaime FlorCruz (CNN), John Bailey (eNCA) en Ted Plafker (The Economist).

Nog geen reactie — begin de discussie!