De publieke omroep krijgt vermoedelijk een ombudsman die omroepen kan verplichten om fouten te rectificeren.  Dat is geen goed plan, meent Folkert Jensma, ad interim voorzitter van de Raad voor de Journalistiek. Rectificeren hoort de hoofdredacteur te doen, niet de ombudsman.

Een journalistieke ombudsman met dwangmiddelen, kan dat?

Vorige week wierp het Kamerlid Ton Elias (VVD) een steen in de vijver met een voorstel voor de publieke omroepen een ‘stevige’ (en verplichte) ombudsfunctie in te stellen. Deze NPO-ombudsman zou dan bevoegd moeten zijn voor alle publieke omroepen. De Kamer stemde er mee in, net als de staatssecretaris. Lees hier het bericht op nrc.nl.

Verplicht rectificeren

De VVD’er zei letterlijk :

“In het uitzonderlijke geval van heftige schending van journalistieke basisregels, moet die ombudsman het recht hebben een korte rectificatie in het programma zelf, dat grof over de schreef ging, af te dwingen.”

Het hoefde van Elias niet zo ver te gaan als de Vlaamse praktijk waarin een wettelijk recht op antwoord bestaat, naar Frans voorbeeld.

Maar toch: een recht op rectificatie in ‘uitzonderlijke gevallen’ zit daar niet heel ver vandaan. En een ombudsman die de bevoegdheid heeft om de redactie te verplichten een rectificatie te publiceren, of uit te zenden… dat is iets wat we in deze vorm niet kennen. Ook de Raad voor de Journalistiek kan dat niet. Alleen de rechter heeft die macht.

De onafhankelijke media-ombudslieden bij NOS, Volkskrant, Trouw en NRC gaan vooral journalistiek te werk. Zij geven hun oordeel, beargumenteren, adviseren – soms spreken ze de journalisten bestraffend toe, soms schieten ze hen te hulp, door uitleg te geven. En een enkele keer geven ze, voor eigen rekening, aan hoe het wel had gemoeten. En wat beter voor de lezer of kijker was geweest.

Maar zij beschikken niet over sancties. Alleen over hun woord – en hun pen.

Fouten erkennen

Een rectificatie is een stevige stap. Die bevoegdheid ligt altijd bij de hoofdredacteur/uitgever en dat is niet voor niks. Dat zijn officiële rechtzettingen, waarin het medium een fout of een onvolledigheid erkent. Behalve dat de waarheid daarmee wordt gediend, erkent het medium ook op deze manier dat er schade is toegebracht.

Rectificaties zijn expliciet als herstel bedoeld. Ze maken dan ook vaak deel uit van de compensatie die een medium van de rechter (of de boze advocaat) aan de geschade partij moet bieden om schade te herstellen. Rectificaties zijn naar hun aard zelden vrijwillig – een hoofdredacteur die rectificeren delegeert aan de ombudsman, geeft een deel van zijn functie uit handen. En een vrij belangrijk stuk ook. Dat lijkt mij dus niet een erg haalbare kaart. Zeker niet in Hilversum.

Zelfregulering

De meerwaarde van de ombudsman zit juist in de dialoog tussen burger en medium. Het is zelfregulering in optima forma – burgers kunnen er informeel en laagdrempelig terecht. Er komt meestal een snel oordeel dat vaak wordt gedeeld op het journalistieke platform. Het levert voor de burger informatieve rubrieken op, die bovendien vaak goed laten zien hoe moeilijk het beroep van journalist soms is.

Een ombudsman vormt de ‘soft power’ van de journalistiek – hij voert het gesprek, trekt plooien recht, signaleert trends en laat de hoofdredacteur vooral vrij als er echte sancties getroffen moeten worden, of compensaties geboden. De ombudsman heeft een fileermes, geen voorhamer.

Wat niet wegneemt dat een ombudsfunctie bij de publieke omroep een prima idee is – die had er natuurlijk allang moeten zijn.

Dit stuk verscheen eerder op de website van de Raad voor de Journalistiek.

Nog geen reactie — begin de discussie!