De komende weken worden op DNR de hoofdstukken uit het boek Journalistieke Cultuur in Nederland gerecenseerd. Mirjam Prenger bespreekt vandaag de hoofdstukken die gaan over de fotojournalistiek en de televisiejournalistiek. Ze signaleert dat het ene hoofdstuk de nadruk legt op technologische ontwikkelingen, terwijl het andere hoofdstuk de veranderende rolopvattingen van journalisten benadrukt.

  • Hoofdstuk 3: Persfotografie. Acceptatie, professionalisering en innovatie
  • Hoofdstuk 5: Van propagandist tot prettige huisgenoot. De professionalisering van de Nederlandse televisiejournalistiek

Gelet op de steeds belangrijkere rol die audiovisuele media spelen in onze mediaconsumptie, is het niet meer dan terecht dat twee hoofdstukken in de bundel Journalistieke Cultuur in Nederland gewijd zijn aan de geschiedenis van die media. Bernadette Kester en Martijn Kleppe behandelen de geschiedenis van de persfotografie (pdf van dit hoofdstuken Chris Vos verdiept zich in de geschiedenis van de Nederlandse televisiejournalistiek.

Radio ontbreekt helaas in de bundel en ook een inhoudelijke verkenning van de jongste loot aan de stam, de multimediale onlinejournalistiek, blijft achterwege. Jammer, maar het is begrijpelijk dat er voor een gestroomlijnd boek keuzes gemaakt moesten worden.

Prikkelende periodisering

Zowel Kester als Vos schreven al eerder over hun onderwerp in de vorige editie van Journalistieke Cultuur in Nederland (2002). In het geval van Vos is zijn nieuwe hoofdstuk vooral een update van de eerste versie, terwijl Kester samen met Kleppe ingrijpender te werk is gegaan. Waar Kester zich in 2002 vooral richtte op het ontstaan van de Nederlandse fotojournalistiek, behandelt hun hoofdstuk nu de hele geschiedenis, eindigend in een uitvoerige bespreking van de moeizame situatie waarin professionele persfotografen zich tegenwoordig bevinden.

Beide nieuwe hoofdstukken hebben een sterk didactische en inleidende opzet, waarbij de geschiedenis van de foto- en televisiejournalistiek wordt opgedeeld in verschillende periodes. Dat is op zich een handzame manier om de geschiedenis te ontsluiten en structureren.

Ook de samenstellers van de bundel, Jo Bardoel en Huub Wijfjes, presenteren in hun inleidende hoofdstuk een prikkelende periodisering van de geschiedenis van de Nederlandse journalistiek. Maar de waarde van zo’n indeling is sterk afhankelijk van de gekozen invalshoek. Die is bij Kester en Kleppe beduidend anders dan bij Vos.

In het overzicht van de geschiedenis van de fotojournalistiek draait het vooral om innovaties in de techniek (plus de acceptatie van die innovaties), terwijl bij Vos de veranderende rolopvatting van televisiejournalisten vanaf 1951 het jaar dat televisie in Nederland van start ging het focuspunt vormt. Het resultaat is twee inhoudelijk verschillende hoofdstukken.

Moeizame acceptatie van ‘het beeld’

Kester en Kleppe komen met een grofmazige indeling in drie periodes:

  • 1837-1921, de periode waarin de persfotografie werd uitgevonden en voorzichtig haar weg vond in kranten;
  • 1921-1990, de periode van stabilisatie, waarin de fotojournalistiek tot bloei kwam;
  • 1990-2014, een periode gekenmerkt door revolutionaire ontwikkelingen als gevolg van de digitalisering van fotografie.

Vooral die beginperiode is boeiend. De moeizame acceptatie van ‘het beeld’ door sommige kranten in de jaren twintig en dertig van de vorige eeuw levert herkenbare situaties op, vergelijkbaar met de weerstand die internet tot voor kort nog leek op te roepen onder krantenjournalisten. Persfoto’s zouden slechts ‘amusementjes’ zijn, aardig voor niet-geletterden, maar van zeer betrekkelijke waarde. Bovendien waren ze onbetrouwbaar, omdat ermee gemanipuleerd kon worden.

Nieuwe verdienmodellen

Het duurde al met al veertig jaar voordat de Nederlandse dagbladen de persfoto als een min of meer geaccepteerd verschijnsel beschouwden. De opkomst van amateurfotografie ging sneller: binnen tien jaar na de doorbraak van de digitale fotografie kregen amateurfoto’s een prominente plaats in kranten en op tv. Het dwingt de huidige generatie persfotografen om op zoek te gaan naar nieuwe verdienmodellen.

Het is zeker interessant om over dit soort details en ontwikkelingen te lezen, al blijft het hoofdstuk van Kester en Kleppe wel erg dicht op de feiten. Dat hangt samen met hun invalshoek, waardoor de inhoudelijke veranderingen in de fotojournalistiek veel minder aan bod komen dan technische innovaties. Hierdoor blijft het mistig aan welke trends de persfotografie de afgelopen eeuw onderhevig was.

Ook de relatie met veranderingen in de Nederlandse journalistieke cultuur en het medialandschap wordt amper gelegd. Dit geeft hun hoofdstuk hoe lezenswaardig en waardevol het ook is onbedoeld iets myopisch.

Rijker perspectief

In dat opzicht levert de invalshoek van Vos, met zijn aandacht voor de rolopvattingen van televisiejournalisten, een rijker en breder perspectief op. Vos koppelt die veranderende beroepsopvattingen nadrukkelijk aan journalistieke vernieuwingen en zoekt de oorzaak daarvoor onder meer in maatschappelijke ontwikkelingen en wijzigingen in het omroepbestel.

Dit resulteert in een indeling in vijf periodes, opgehangen aan de rol die de televisiejournalisten zich aanmeten: die van propagandist (jaren vijftig), emancipator (jaren zestig), polarisator (jaren zeventig), professional (jaren tachtig en negentig) en prettige huisgenoot (vanaf 2000).

Vos lardeert zijn hoofdstuk met tal van voorbeelden die illustreren hoe de televisiejournalistiek, en met name de actualiteitenrubrieken, de afgelopen 65 jaar van vorm en inhoud veranderende. Aldus passeren programma’s als Brandpunt, Achter het Nieuws, Hoepla, Nieuwslijn en Hart van Nederland in vlot tempo de revue. Ook de betekenis van latenightnieuwsshows als Barend & Van Dorp voor de stijl en steeds persoonlijkere toonzetting van televisiejournalisten komt aan bod.

Het is de verdienste van Vos dat zijn hoofdstuk nergens leest als een opsomming, terwijl hij toch veel verschillende ontwikkelingen aanhaalt. De invloed van de techniek wordt daarbij vanzelfsprekend besproken, maar vormt niet het belangrijkste aandachtspunt. Met zijn focus op wat er in inhoudelijk opzicht veranderde en waarom dat gebeurde, sluit Vos het beste aan bij het uitgangspunt van de bundel: inzicht geven in de journalistieke cultuur in Nederland.

Meer lezen over de geschiedenis van de Nederlandse foto- en televisiejournalistiek? Hier een aantal leestips:

Lees op DNR ook de andere recensies van hoofdstukken uit Journalistieke Cultuur in Nederland.

Nog geen reactie — begin de discussie!