Een vertegenwoordiger van een bedrijf sleepte het televisieprogramma Onopgeloste Zaken voor de rechter omdat hij in een uitzending ten onrechte zou zijn neergezet als een oplichter. De rechter oordeelt dat het programma zorgvuldig heeft gehandeld en benadrukt de vrijheid die journalisten hebben om misstanden aan de orde te stellen.

In een recente uitzending van Onopgeloste Zaken wordt door Alberto Stegeman aandacht besteed aan het verhaal van een familie die het slachtoffer is geworden van verduistering.

De zaak

Vanwege een voorgenomen verbouwing besloten zij hun inboedel op te laten slaan bij een opslagbedrijf. Na een gesprek met de vertegenwoordiger van het bedrijf worden de spullen opgehaald en opgeslagen. Toen de verbouwing klaar was bleken het opslagbedrijf en de vertegenwoordiger echter in rook te zijn opgegaan, evenals de inboedel van de familie. Stegeman onderzoekt de zaak en doet daar verslag van in de uitzending. Ook spoort hij de vertegenwoordiger op en confronteert hem met de verduistering van de inboedel.

Na het zien van de uitzending besluit de vertegenwoordiger een zaak aan te spannen tegen de producent van Onopgeloste Zaken, Noordkaap TV Producties. Voor de kantonrechter van de rechtbank Overijssel stelt hij dat de uitzending onrechtmatig is omdat hij ten onrechte neergezet zou zijn als schuldige aan verduistering. Hij vordert onder meer een schadevergoeding van de producent.

Oordeel rechter

De kantonrechter oordeelt [pdf!] dat:

“de aard van de publiek gemaakte verdenking ernstig is, omdat het eiser in verband brengt met het misdrijf van verduistering … De gevolgen voor eiser in zijn onmiddellijk omgeving zijn serieus te noemen, maar zijn buiten die onmiddellijke omgeving toch van minder gewicht en zijn bovendien ook van voorbijgaande aard.”

In dit geval is er sprake van een dusdanige ernstige misstand, dat die naar het oordeel van de kantonrechter met een

“zeker voortvarendheid in de publiciteit moet worden gebracht om volgende slachtoffers te voorkomen.”

De producent heeft zich

“haar voor de samenleving vitale rol van public watchdog terecht aangetrokken.”

Betrokkenheid van eiser bij de verduistering vindt bovendien voldoende steun in het beschikbare feitenmateriaal, zodat de verdachtmakingen niet lichtvaardig zijn geuit.

De kantonrechter benadrukt dat:

“een onderzoeksjournalist tot op grote hoogte vrij is in de wijze waarop hij een bepaalde misstand aan de kaak stelt.”

Zorgvuldigheid

Deze vrijheid is niet onbegrensd. In deze kwestie stond de uitzending in het teken van hulp aan mensen die hun inboedel in goed vertrouwen bij eiser hadden opgeslagen maar nooit meer terugkregen. De poging van Stegeman om deze mensen soelaas te bieden stond daarin centraal. De uitzending is daarnaast zakelijk vormgegeven en betrof geen aanval op de persoon van eiser.

De producent heeft – ondanks dat zij daar niet toe gehouden is – er zorgvuldig aan gedaan eiser te blurren mede gelet op de indringendheid van het medium televisie.

Tijdens de confrontatie van Stegeman met eiser zijn wel enkele harde woorden gevallen (“de liegende verduisteraar”), maar zo stelt de kantonrechter:

“ook scherpe bewoordingen vallen onder de bescherming van het vrije woord.”

Als laatste weegt de kantonrechter mee dat zonder de uitzending van Stegeman deze kwestie niet aan het licht zou zijn gekomen.

De kantonrechter wijst de vordering van de eiser af.

Deze blogpost verscheen eerder op Media Report.

Nog geen reactie — begin de discussie!