Zo’n kop als boven dit stuk is typisch lokaas voor internet, ofwel ‘clickbait’. En iedere webgebruiker weet meteen welke krachten dat los maakt – klik maar eens niet door op een filmpje waarop iets genants, spectaculairs of lachwekkends is te zien. Of naar een artikel dat iets totaal onmogelijks of schokkends beweert – nieuws dat je voorstellingsvermogen eigenlijk te boven gaat.

Wie een beetje ‘mediawijs’ is, ontdekt vrij snel dat de afzender een handige knipper en plakker met beeld en geluid is, of een fantast met een gevoel voor humor, een opvatting of een dwingende boodschap. Internet, universum van fictie, waarheid, onzin, emotie en harde feiten. Alles door elkaar en iedereen heeft toegang. Tot zover was ik op de hoogte.

Geld verdienen met nepnieuws

De gevestigde journalistiek doet intussen z’n best om het kaf van het koren te scheiden – op een verantwoordelijke manier, in eigen herkenbare kanalen. Daarin geholpen door dito uitgevers, die van journalistieke waarde hun businessmodel hebben gemaakt, onder meer door er behalve lezers ook commerciële informatie bij te zoeken.

Maar digitalisering maakt altijd meer mogelijk dan je kunt voorzien, zo begreep ik na dit stuk. Het verzinnen van nepnieuws (‘hoaxes’) blijkt ook lucratief. Valse nieuwsberichten verzinnen, op internet publiceren, en daar dankzij echte reclame (Google AdWords) ook geld aan overhouden.

Daar was ik nog niet op gekomen, maar ik had het kunnen weten. Feitelijk zijn dit de Amerikaanse supermarkt-tabloids, maar dan op internet. Escapisme in de vorm van nepnieuws – maar dan toch wat minder ‘kenbaar’ dan de Weekly World News placht te brengen: Gay Aliens Found in Ufo Wreck. Of mijn favoriet: Afgesneden Been Hinkt Zelf naar Ziekenhuis.

In het artikel wordt een viertal publicisten geïnterviewd die op eigen websites of op Facebook nieuwsberichten uit hun duim zuigen, waarvan ze vermoeden dat er steun voor is bij hun publiek. Veel zwartmakerij van migranten, samenzweringstheorieën over de ‘echte daders’ van de aanslagen van 9/11 of de meest recente, in Brussel. Geneesmiddelen voor kanker, het verband tussen autisme en vaccinaties en natuurlijk ‘het kruid van de maand’.

Het gezag van de journalistiek

Net zoals nepdokters worden bestreden door de Vereniging tegen de Kwakzalverij, zijn er inmiddels ook burgerinitiatieven ontstaan die de valse berichten en hun afzenders ontmaskeren. Kijk bijvoorbeeld op Facebook bij ‘hoax-wijzer’ Zo houden we elkaar fijn bezig. De een verzint ‘nieuws’, de ander prikt het door. De journalistiek staat erbij, kijkt ernaar en incasseert meestal zwijgend alle verwijten over ‘mainstream media’. In een soort parallel eigen universum, dat overigens kleiner wordt.

Van de 9 miljoen Nederlanders op Facebook gebruikt 40 procent dit kanaal ook als nieuwsmedium – nog maar 31 procent van de Nederlanders heeft vertrouwen in de pers, volgens het CBS. De pers staat daarmee trouwens onderaan – net onder de Tweede Kamer en de Europese Unie. De behoefte aan informatie die eigen opvattingen bevestigt neemt toe – en internet, drempelloos en gratis, is daarvoor de ideale omgeving.

Intussen begint het in het publieke debat dan ook te wemelen van burgers die elkaar te lijf gaan met informatie die ze ‘op Facebook hebben gelezen’ en in één adem door de ‘mainstream media’ uitmaken voor leugenaars, omgekocht, in dienst van ‘extreem links’, de overheid of het grootkapitaal. Dat verwijt treft trouwens ook de vrijwillige ‘hoax’ jagers, die zich al niet meer met achternaam willen laten interviewen, uit vrees voor bedreigingen.

Kortom, de journalistiek als gezaghebbend kanaal voor betrouwbare informatie is terrein aan het verliezen en in vrij hoog tempo.

Journalistiek is als porno

Dat geldt trouwens ook voor andere sectoren. Onlangs was er een brave functionaris van de Consumentenbond op het Journaal die bezwaar maakt tegen de talloze (jonge) videobloggers die zich niks aantrekken van de afspraak om geen reclame te maken voor ongezond eten als een kwart van je publiek onder de 14 is. Of ‘de overheid’ maar wil ingrijpen. Ik wens ze veel succes.

Zo goed als iedereen zich als ‘vlogger’ mag uiten, mag iedereen dat ook als ‘journalist’. Eerder dacht ik op deze plek al eens hardop na over vrijwillige zelfaccreditatie – een systeem waarmee de buitenwereld ‘echte’ journalisten kan scheiden van de charlatans, avonturiers, propagandisten en de profiteurs van Google’s AdWords. Vooropgesteld dat die buitenwereld daar natuurlijk behoefte aan zou hebben.

Je kunt jezelf ook troosten met de gedachte dat het met journalisten net zo is als met porno – onmogelijk te definiëren, maar als je er een tegenkomt, herken je ‘m onmiddellijk.

Maar of dat op langere termijn genoeg is?

Nog geen reactie — begin de discussie!