Interessante ontwikkelingen in de journalistiek tijdens de Amerikaanse presidentsverkiezingen: de voormalige campagnestrateeg van Trump wordt commentator voor CNN, de politieke journalistiek omarmt het volk via sociale media, en algoritmes en bots maken hun opwachting. Sebastiaan van der Lubben heeft uiteindelijk het liefst een echte journalist, van vlees en bloed.

Toen Leonardo DiCaprio de voormalige president Bill Clinton interviewde voor Earth Day, was de kritiek niet mals. En ook acteur Sean Penn had drugsbaron ‘EL Chapo’ niet mogen ondervragen. DiCaprio en Penn zijn geen journalisten en hebben dus niets te zoeken in het domein waar iedereen formeel welkom is, maar waar je informeel even snel weer wordt uitgejaagd.

Campagnestrateeg bij CNN

De kritiek op CNN was dan ook fors toen het televisienetwerk vorige week bekend maakte dat het de voormalige campagnestrateeg van Trump en enfant terrible Corey Lewandowksi inhuurt om vanaf de zijlijn de campagne te becommentariëren. Lewandowksi is geen journalist, hij heeft een uitgesproken voorkeur voor een van de kandidaten en duwt kritische verslaggevers en demonstranten uit de weg. Letterlijk.

Wat doet hij op zender – behalve dan zijn eigen toko in politieke campagnes pluggen? Dekt CNN daarmee de rechtervleugel af in wat naast een politieke natuurlijk ook een mediastrijd is? Ze hebben hem liever in de tent en naar buiten pissend, dan buiten de tent en naar binnen pissend, om presidents Johnsons woorden over het aanhouden J. Edgar Hoover (FBI) te parafraseren.

Objectiviteit

Als journalistiek gaat om het uitgebalanceerd verslaan van de objectieve waarheid, heeft niet alleen CNN met Lewandoski een Trojaans Paard binnengehaald — alle netwerken en omroepen hebben in de strijd om het presidentschap een probleem met deze kerntaak. Ze doen hun werk niet slecht, ze werken alleen onder bizarre omstandigheden: weinig vertrouwen, hoge werkdruk en een uiterst gepolariseerd land.

Objectiviteit is een fundamenteel betwist begrip waarbij de manier waarop het begrip wordt gedefinieerd onderdeel is van de definitiestrijd. Nog voordat er een sluitende omschrijving van het begrip objectiviteit is, is het debat al volledig uit de pas gelopen. Los nog van de de volkswijsheid dat ‘objectiviteit’ helemaal niet bestaat en ons sowieso van een poging ontslaat om het begrip te definieren. Zo bezien past Lewandoski perfect in het decor van een nieuwsstation dat desondanks objectiviteit hoog in het vaandel heeft staan.

Sociale media

En hij is verreweg te prevaleren boven een veel geniepiger trend in de politieke journalistiek op zoek naar betekenis: de omarming van het volk via sociale media. Om zich te wapenen nemen politiek journalisten hun toevlucht tot trending topics die door verschillende softwarepakketten voor hen worden uitgerekend. Facebook, Instagram, Snapchat en Twitter zijn instant opiniepeilingen die, mits goed en doordacht bevraagd, inzichten kunnen opleveren waarmee politici kunnen worden geconfronteerd. Dat gebeurt ‘automatisch’, met algoritmen die steeds precies hetzelfde kunstje herhalen, en dus hartstikke objectief zijn.

Helaas.

Bij het inregelen van de bots worden keuzes gemaakt met de voorkeuren van de makers als dna van de beslisregel. Geautomatiseerd nieuws is net zo objectief als Lewandoski, alleen van hem weet je het; van algoritmen is het een vermoeden dat af en toe wordt bevestigd.

Echte journalisten

Nee, geef mij maar een ‘echte’ journalist in plaats van een partijstrateeg of een algoritme. Iemand van vlees en bloed, die met passie en oog voor de menselijke maat dagelijks worstelt met de afwegingen die hij of zij moet maken bij het verslaan van een inmiddels bloedige strijd om het Witte Huis. Kortom: iemand die evenmin objectief is, in de betekenis van waardevrij en rationeel.

Hunter S. Thompson had het door — in 1972 al, tijdens de strijd tussen Richard Nixon (Republikein) en George McGovern (Democraat). U weet wel, het presidentschap dat begon met een inbraak en eindigde met het aftreden van Tricky DickWatergate was het onderzoek dat objectiviteit weer terugbracht in het hart van de politieke journalistiek: gedegen, nauwkeurig, langdurig en bovenal rationeel onderzoek naar de misdragingen van een president en al zijn manschappen.

Michael Schudson zette in Watergate in American Memory het beeld van die journalistieke kruistocht tegen machtsmisbruik in 1992 recht — er waren meer mensen bij betrokken dan Woodward en Bernstein van The Washington Post; Thomspon verklaarde in het campagnejaar:

“So much for Objective Journalism. Don’t bother to look for it here — not under any byline of mine; or anyone else I can think of. With the possible exception of things like box scores, race results, and stock market tabulations, there is no such thing as Objective Journalism. The phrase itself is a pompous contradiction in terms.”

Op Medium blogt Sebastiaan van der Lubben als ElectionDeskUSA regelmatig over zijn beschouwingen op de Amerikaanse presidentsverkiezingen.

Sebastiaan van der Lubben

Sebastiaan van der Lubben is docent politiek op de School voor de Journalistiek in Utrecht. Hij promoveert op geloofwaardigheid in …
Profiel-pagina
Nog geen reactie — begin de discussie!