Een vriendelijke vraag om informatie over SMS-parkeren. Dat moet het eerste Wob-verzoek van Christoph Meeussen geweest zijn. De afkorting Wob staat voor ‘Wet Openbaarheid van Bestuur’, die voorschrijft dat iedere burger bestuursdocumenten mag raadplegen. Hoewel die wet al 22 jaar bestaat in België, wordt ze amper gebruikt. Zelfs op een redactievloer is ‘wobbing’ vandaag nog steeds uitzonderlijk. “Nochtans is het een krachtig wapen om relevant nieuws te garen,” vertelt Meeussen overtuigd.

Drempels

“Wat de grootste drempel om te wobben voor journalisten is? Ik denk dat een combinatie van factoren meespeelt. Om te beginnen is er over het algemeen een gebrek aan juridische kennis. En dat komt in ons land toch wel van pas. België telt bijvoorbeeld een tiental openbaarheidswetten, Nederland slechts één. In principe is het niet moeilijk om een Wob-verzoek in te dienen, een e-mail volstaat. Toch is het bij een weigering belangrijk om de strikte regels van het spel te kennen,” legt Meeussen uit.

“Je moet echt wel op je strepen durven staan. Gesteund door de VVJ, voluit Vlaamse Vereniging van Journalisten, stapte ik zelfs al eens naar de rechtbank. Dat was in een dossier tussen de vorige federale regering en energiebedrijf Electrabel over de kerncentrale in Tihange. Omdat mijn verzoek geweigerd werd, ging ik in beroep. Normaal gezien moeten alle stukken dan overgemaakt worden aan een beroepscommissie. Die beslist op haar beurt of die weigering gegrond is of niet. Bevoegd minister Marghem legde die regel gewoon naast zich neer. Door een lek naar de pers is die zaak snel gesloten, maar het niet-bindend karakter van de Wob is misschien wel de zwaarste hindernis op de weg naar de transparantie.”

“Bovendien duurt het weken om informatie te pakken te krijgen. Dat vloekt met de snelle berichtgeving van vandaag de dag. De procedure moet efficiënter en sneller. De Commisie Toegang Bestuursdocumenten (CTB) schreef onlangs nog een rapport, waarin die nood aan vereenvoudiging centraal stond,” vervolgt Meeussen. “Al heb ik niet het gevoel dat het hoog op de politieke agenda staat. Het mandaat voor de ‘Commissie Toegang tot Milieu-informatie’ is al maandenlang verlopen, maar nog niet hernieuwd. Zonder die commissie is de drempel torenhoog om milieugegevens op te vragen. België is daarvoor trouwens al op stevig op de vingers getikt.”

Juridische kluwen

Meeussen twijfelt even bij de vraag of België transparant is of niet: “In ons land kennen we verschillende bestuursniveaus met elk een specifieke openbaarheidscultuur. Het hoeft dus niet te verwonderen dat een Wob-verzoek al snel verwikkeld raakt in een juridische kluwen. Naar mijn gevoel is het in Vlaanderen wel het best geregeld. Zij sturen steeds een bevestigingsmail bij ontvangst en verwijzen duidelijk naar de beroepsmogelijkheden. Op federaal niveau mag je vaak al blij zijn met een kort antwoord.”

Het Nieuwsblad nam in hun ‘Grote Gemeententest’ de transparantie van elke gemeente onder de loep. Journalisten Simon Andries en Stephanie Demasure vroegen overal de verslagen van het schepencollege op. Ondanks dat het wettelijk verplicht is om die documenten beschikbaar te stellen, dulden twee op de drie gemeenten geen pottenkijkers.

“Ik was niet verbaasd over dat resultaat. Op lokaal niveau zijn ze waarschijnlijk het minst vertrouwd met openbaarheid van bestuur,” reageert Meeussen. “Dat zou in ieder geval geen excuus mogen zijn. Niet voldoende op de hoogte zijn van de wetgeving ontdoet hen nog niet van hun verplichting.”

“Door die verschillen per bestuursniveau is het moeilijk om een algemeen oordeel te vellen over de openbaarheid in ons land. Laten we zeggen dat onze noorderburen het beter doen. Nederlandse journalisten maken ook veel meer gebruik van het principe. Misschien omdat hun overheid vlotter meewerkt? Wat transparantie betreft is in België nog heel wat marge voor verbetering.”

Dit interview maakt deel uit van de bachelorproef van Aaike Geusens: De kracht van data binnen de journalistiek.

Al één reactie — discussieer mee!