Online journalistiek gaat hand in hand met voeling voor technologie. Het is een vakgebied met veel mogelijkheden, maar vraagt wel een brede waaier aan competenties. Jago Kosolosky, internetjournalist en fervent gebruiker van digitale tools, geeft toe: “Het is soms overweldigend om te zien hoeveel er nog te leren valt, maar ik weiger me daardoor te laten afschrikken.”

Waarom is die technische kennis belangrijk?

“Als startende journalist is het moeilijk om je te onderscheiden van de rest. Iedereen studeert af met hetzelfde diploma en het is onbegonnen werk om qua expertise op te boksen tegen doorgewinterde collega’s. Met technische kennis lukt dat wel. Welke twintiger is bijvoorbeeld niet bezig met social media? We zijn allemaal opgegroeid in die digitale wereld. Ik wil trouwens niet beweren dat die technische kennis helemaal onmisbaar is. Je kan perfect een uitstekende jonge journalist zijn met enkel een scherpe pen. Al denk ik dat je dan gewoon minder kansen zal krijgen in het huidige medialandschap, dat zijn pijlen vooral op online richt. Op iedere redactie zitten technisch onderlegde mensen, maar die houden zich zelden bezig met redactioneel werk. Nochtans is er veel ruimte voor zij die dat wel doen. En in die ruimte bevind ik me met veel plezier.”

“Je moet verder durven denken dan een diploma. Gedreven door interesse heb ik gaandeweg mijn eigen pad uitgestippeld: politiek en communicatie vormden de rode draad door mijn studententijd en later ben ik in de journalistiek gerold. Eerst bij MO*, nu bij De Tijd en altijd freelance. Momenteel combineer ik mijn job met een avondopleiding ‘web development’. De vaardigheden die ik daar leer, gebruik ik bijna dagelijks op de redactie. Vroeger was er een strikte scheidingslijn tussen journalisten, programmeurs of designers maar die vervaagt steeds meer.”

Ben je daarom met Free Code Camp Gent gestart?

“Ik ben met de Gentse tak van Free Code Camp begonnen, omdat er simpelweg nog geen lokale groep was. Dat is een gratis platform om te leren over web development of design en werkt heel erg ongedwongen. Het gaat over een Facebookgroep, een gezamenlijke chat en af en toe proberen we ook eens af te spreken. Het is motiverend om mensen met een verschillende achtergrond, maar hetzelfde leerdoel te verenigen. Dat geldt trouwens niet alleen voor web development. Er bestaan gelijkaardige initiatieven voor audio, video, fotografie en nog duizend andere onderwerpen. Het belangrijkste is altijd om er gemotiveerd aan te beginnen, anders is het verloren energie.”

Welke programmeertalen moet een journalist kennen?

“Dat is een moeilijke vraag. Het is te kort door de bocht om te stellen dat het enkel om talen gaat. Je moet ook inzicht hebben in wat er allemaal achter de schermen van een computer speelt en hoe je programmeertalen kan inzetten. Daarbovenop moet je ook vertrouwd zijn met databases, de verschillende bestandsformaten kennen, een hele verzameling handige tools kunnen gebruiken en nog zoveel meer. Het is onmogelijk om alles onder de knie te krijgen. Iedereen selecteert en stelt een eigen uniek profiel samen, maar ik raad aan om met het trio HTML, CSS en Javascript te beginnen. De eerste twee zijn trouwens geen programmeertalen, want er zit geen logica in vervat. We noemen ze markup-talen. Stel, je wilt programmeren dat een rode boom omgekapt moet worden en een groene niet. Met HTML kan je enkel de boom benoemen, in CSS schrijf je dan de kleur en met Javascript voeg je dan de interactieve toets toe.” ”

Zou die technische kant op school al aan bod moeten komen?

“Ja, dat zou fijn zijn. Toch kunnen we het scholen niet kwalijk nemen als ze dat niet doen. Er moeten nu eenmaal knopen worden doorgehakt en er zijn zoveel zaken belangrijk. Bovendien is journalistiek een vak dat bijzonder snel verandert: wat vandaag gangbaar is, kan over twee jaar achterhaald zijn. Misschien moet die flexibiliteit meer belicht worden. Het is een stevige uitdaging om een richting up-to-date te houden. Verwacht ook niet dat een opleiding zomaar alle vaardigheden dekt. Als je iets mist op school, probeer dan dat gebrek zelf buiten de lesuren op te vullen. Dat is de enige manier om relevant te blijven.”

Wat is jouw drijfveer om te blijven leren?

“Mijn motto is gewoon om elke dag iets nieuw op te pikken. Het is soms overweldigend om te zien hoeveel er nog te leren is en wat collega’s al kunnen, maar ik weiger me daardoor te laten afschrikken. In iedere leercurve zijn er ups en downs: bij het begin, halverwege en ook op het einde. Ik wil me niet concentreren op die dipjes, wel op mijn vooruitgang. Als iets na een uur nog niet lukt, probeer ik het later gewoon nog eens opnieuw. Wat je bijleert, geraak je namelijk nooit meer kwijt.”

Dit interview maakt deel uit van de bachelorproef van Aaike Geusens: De kracht van data binnen de journalistiek.

Nog geen reactie — begin de discussie!