De veiligheidsindustrie in Europa grondig onderzoeken, een uitzonderlijk blik werpen in de wereld van escorts, schrijven aan een nieuw boek en verder spitten in tientallen andere onderwerpen: dat is een greep uit de goedgevulde agenda van datajournalist Dimitri Tokmetzis. “Ik ben altijd met honderd en een dingen op hetzelfde moment bezig”, geeft hij toe.

“Oef. We starten gelukkig met een makkelijke vraag”, grapt Tokmetzis als ik hem vraag wat datajournalistiek nu precies is. “Het is moeilijk om zo’n breed begrip in een complete definitie te gieten. Grasduinen in digitale bronnen om op die manier verhalen te vinden en later te visualiseren, dekt de lading waarschijnlijk het meest.”

Tokmetzis is historicus van opleiding, maar de passie voor het vak dreef hem al snel richting onderzoeksjournalistiek. In 2001 startte hij zijn journalistiek carrière bij Het Utrechts Nieuwsblad, waar de nadruk al op diepgravende artikelen lag. Vijf jaar later ging de krant op in Het Algemeen Dagblad en Tokmetzis stapte op. Hij verhuisde naar Amerika en kwam daar voor het eerst in aanraking met datajournalistiek. Die ervaring inspireerde hem om terug in Nederland bij ‘Sargasso’ aan de weg te timmeren met datagedreven artikelen. In 2013 belandde hij als vaste waarde op de redactie van De Correspondent, het journalistieke medicijn tegen de waan van de dag.

Digitale spoor

“Er bestaan verschillende vormen van datajournalistiek”, legt Tokmetzis uit. “Om te beginnen is er een manier die ik simpelweg ‘turven en tellen’ noem. Je neemt een specifiek onderwerp onder de loep en onderzoekt welke ontwikkelingen er zijn. Stijgt het aantal verkeersongelukken in vergelijking met vorig jaar of spreken we van een daling?”

“Daarnaast is er ook nog een tak die zich vooral op visualisaties concentreert. Daar blinkt het gerenommeerde Amerikaanse dagblad ‘The New York Times’ echt in uit. Zij zijn meester in verhalen vertellen met beelden. Die vorm vereist totaal andere vaardigheden dan ik voor mijn dagelijkse takenpakket nodig heb.”

“Ik voel me het meest thuis in de derde categorie. Bij die vorm ligt de focus niet op het verzamelen van cijfers, maar op het sprokkelen van informatie. In de filmklassieker ‘All The President’s Men’ over het beruchte Watergate-schandaal vallen de legendarische woorden ‘follow the money’ om de waarheid boven te halen, maar in die laatste categorie volg je steevast het digitale spoor. En dat leert ons minstens even veel.”

Unieke data

“Bij De Correspondent tapten we vorig jaar ons eigen internetverkeer af. Op die manier konden we de online advertentiewereld in kaart brengen. Die data worden normaal gezien nooit als journalistieke bron gebruikt, maar dankzij die gegevens konden we wel nauwkeurig schetsen wat er achter de schermen van een apparaat gebeurt”, licht Tokmetzis toe.

“Momenteel werk ik aan een onderzoek over de prostitutiesector in Nederland, specifiek escorts. Raamprostitutie verdwijnt langzaam maar zeker uit het straatbeeld en zij nemen die rol over. Ik verzamel hun gegevens online in een unieke dataset. Om dat klaar te spelen, heb ik een zestigtal websites moeten scrapen. Dat betekent dat ik de verscholen informatie achter de pagina’s geautomatiseerd heb binnengehaald. Vervolgens heb ik die data opgeschoond. Dat is noodzakelijk want iedere bron gebruikt een andere opmaak, taal of formaat. Toegegeven: het een tijdrovende klus, maar met een flinke portie geduld loont het wel. Nu beschik ik over een verzameling van informatie die niemand anders heeft.”

“Ik heb er al weken aan gewerkt, maar een dataset is slechts het begin. Je hebt nog steeds een geoefende neus voor nieuws nodig om het verhaal tussen de regels te kunnen lezen. Ik weet bijvoorbeeld dat prostitutie in bepaalde steden wordt verboden, maar zie in mijn gegevens dat er toch aanbod is. Dat kan een aanleiding zijn om het lokale beleid eens op de korrel te nemen. In mijn ogen is dat pure datajournalistiek. Al noem ik het liever gewoon onderzoeksjournalistiek.”

Focus

“Het vraagt heel wat technische kennis om zo’n journalistiek onderzoek te organiseren. Je moet de capaciteiten hebben om data te verzamelen of scrapers te bouwen en liefst ook nog iets afweten van databases en statistiek. Persoonlijk vind ik niet dat iedere journalist al die zaken moet beheersen. Het vergt zoveel specialisatie en dat is moeilijk te verenigen in één persoon. Ik ben er dan ook van overtuigd dat datajournalisten in de toekomst meer gaan focussen op een aspect in plaats van op het volledige proces.”

“Al vind ik het niet meer dan normaal dat journalisten proberen mee te groeien met hun tijd. Er zijn nu eenmaal meer en meer digitale bronnen beschikbaar en die zijn zeker niet altijd even betrouwbaar. Het kan dus geen kwaad om wat datageletterdheid onder de knie te krijgen, met Excel te leren werken en alle informatie gewoon beter te structureren. Kortom: een beetje leren denken als een programmeur. Dat komt voor iedere journalist ongetwijfeld van pas.”

Technische kennis

“Als spreker kom ik veel in contact met beginnende journalisten en ik ben er rotsvast van overtuigd dat tijdens hun opleiding meer geschaafd zou moeten worden aan die technische kennis. Op school staat datajournalistiek vaak nog in haar kinderschoenen en dat is deels te wijten aan het beperkte aantal docenten. Wat jammer is, want de vraag naar datajournalisten stijgt. Ik werk ondertussen 15 jaar in het vak en experimenteer pas sinds een jaar of vijf met data. Het is dus mogelijk om er zelf grip op te krijgen, maar het zou beter zijn als de basis al binnen de schoolmuren wordt gelegd.”

“Moeilijk is het niet om gedegen techneuten te vinden die in een vingerknip tientallen websites kunnen scrapen, maar die schrijven daarom nog geen sterk verhaal. Het omgekeerde is ook waar: er zijn heel wat topjournalisten zonder enige notie van technologie. Daar knelt het schoentje. We hebben vandaag nood aan mensen die ergens tussen die twee groepen zweven. En daarin speelt de opleiding wel degelijk een belangrijke rol.”

Dit interview maakt deel uit van de bachelorproef van Aaike Geusens: De kracht van data binnen de journalistiek.

Nog geen reactie — begin de discussie!