Onder het motto ‘delen is vermenigvuldigen’ tikte Winny de Jong vijf jaar geleden het eerste bericht voor haar blog ‘datajournalistiek.nl’. Ze wilde schrijven over haar eerste stappen in de datajournalistiek, zowel over de flops als de successen. “Ik heb vooral geleerd dat het loont om te blijven leren,” blikt De Jong terug. Momenteel werkt ze als datajournalist voor OneWorld.

“Ik wou me als journalist op een niche storten. En liefst iets waar ik van nature niet goed in was. Dat klinkt misschien tegenstrijdig, maar mijn theorie was dit: hoe sneller ik leer, des te meer zin ik zou krijgen om me verder te verdiepen,” legt De Jong uit. “Dat moet ergens in 2010 zijn geweest. Het aantal datajournalisten was toen ook erg gering, wat die specialisatie nog interessanter maakte.”

“In die periode ben ik met mijn website gestart. Mijn blog functioneerde voor mij als een verplichting, in positieve zin. Op die manier zou ik de handdoek niet in de ring gooien bij de eerste tegenslag. Het was helemaal niet zo bedoeld, maar later bleek de URL ‘datajournalistiek.nl’ een slimme marketingkeuze te zijn. In het begin las waarschijnlijk enkel mijn moeder wat ik schreef, maar al snel vonden dataliefhebbers daardoor ook hun weg naar mijn site. In iedere fase van mijn leerproces was het handig om die blog te hebben: vroeger om over mijn eerste stappen te schrijven, vandaag om mijn vergaarde kennis te delen.”

Misverstanden

Volgens De Jong bestaan er heel wat misvattingen over datajournalistiek. “Je moet zogezegd uitblinken in wiskunde of een ervaren programmeur zijn. Pas op: het helpt, maar noodzakelijk om te starten is het niet.”

“Mensen denken ook wel eens dat een dataproject altijd resulteert in een visualisatie. Ook dat is niet het geval. Ik herinner me een voorbeeld van een collega bij OneWorld: wekenlang worstelde ze met een grote dataset, maar in het artikel getuigde enkel de zin ‘uit eigen onderzoek blijkt’ van haar gezwoeg. Persoonlijk zou ik dat niet erg vinden, want het was nu eenmaal de beste manier om dat verhaal te vertellen. En dat moet altijd voorop staan. Zelfs als het getob met cijfers om die reden naar de achtergrond verdwijnt. Journalistiek blijft het belangrijkste woord in datajournalistiek. Omdat het werk meestal onzichtbaar is, is het vaak moeilijk uit te leggen hoeveel moeite het kost.”

Blijven bijleren

Als ze terugblikt, onthoudt ze vooral dat het loont om te blijven leren. “Sommigen haken af als ze hun technische kennis moeten bijschaven, maar we mogen er toch ook niet zomaar vanuit gaan dat we over 20 jaar op exact dezelfde manier werken als vandaag? Ik geef toe: je hebt wel veerkracht, persoonlijke interesse en een grote portie nieuwsgierigheid nodig om gemotiveerd te blijven. Soms wil ik ook wel eens een programma of tool links laten liggen, omdat het me niet meteen lukt. Maar dat werkt niet. Vroeg of laat wordt het toch duidelijk waarom het zinvol was om het wel te leren gebruiken.”

Vaardigheden

“Welke vaardigheden een datajournalist nodig heeft? Basiskennis statistiek komt ongetwijfeld van pas. Dat geldt trouwens voor alle journalisten. Het is helemaal geen schande om niet te weten hoe een gemiddelde wordt berekend of wat een mediaan is, maar zoek het zeker op voor je die termen gebruikt. Dat gebeurt in de berichtgeving soms te weinig. Daarnaast is het mooi meegenomen om te leren programmeren. Al moet je in de eerste plaats gewoon een goede journalist zijn. Iemand die zich niet laat afschrikken door een berg cijfers. Als je de stap richting data durft te zetten, komt die kennis vanzelf wel.”

“Gelukkig moet je niet overal even sterk in zijn, meestal wordt er samengewerkt: “De kleine redactie van OneWorld bestaat uit duizendpoten. Ik ben niet gespecialiseerd in data-analyse of visualisatie, maar weet me wel te redden in elke fase van het proces. Mijn collega Adriana Homolová en ik bundelen doorgaans onze krachten. Zij is beter in het technische aspect, maar ik zal sneller de telefoon nemen om gegevens uit het buitenland op te vragen. Onze samenwerking kan gaan van een kort overleg tijdens de lunchpauze tot een volledig project. En dat levert altijd wel een beter resultaat op. Met twee weet je gewoon meer dan alleen.”

Vertrouwen

Het Britse marktonderzoeksbureau IpSOS Mori peilde begin 2016 naar de meest betrouwbare professionals. In de lijst van 24 beroepen, bengelen journalisten met hun twintigste plaats helemaal onderaan. De Jong denkt niet dat meer datajournalistiek daar verandering in kan brengen. “Dat is te optimistisch. Het is niet omdat er percentages worden aangehaald of een grafiek bijstaat dat het een beter stuk is. Lezers hangen doorgaans veel gewicht aan cijfers, maar dat is niet altijd terecht. Je kan mensen namelijk makkelijk misleiden met getallen. Nee, data zal de vierde macht niet redden. Hoe we het geloof in de journalistiek dan wel kunnen terugwinnen? Persoonlijk denk ik dat de enige oplossing is om ons werk zo goed en nauwgezet mogelijk te doen, in welke tak dan ook.”

Dit interview maakt deel uit van de bachelorproef van Aaike Geusens: De kracht van data binnen de journalistiek.

Nog geen reactie — begin de discussie!