De journalistiek heeft de pretentie de waarheid op te sporen. Commerciële druk, onkunde en een verschuivende taakopvatting maken dat journalisten die missie uit het oog dreigen te verliezen. Emeritus hoogleraar Communicatiewetenschap Jan van Cuilenburg schreef een boek om bij te sturen. “Wat ik mis in de journalistiek is heterodoxie, het andere verhaal.”

Laten we het over waarheid hebben, het centrale object van ons vak. Maar wat is waarheid eigenlijk? En zelfs: wat is een feit? Over die vragen hebben journalisten het veel te weinig, vindt emeritus hoogleraar Communicatiewetenschap Jan van Cuilenburg. Hij schreef er daarom een boek over: ‘Waarheidsvinding als journalistieke missie’. Volgens de auteur ‘een opmaat naar een journalistieke kennisleer’.

Meningenparadijs

Meer bewustwording onder journalisten is volgens Van Cuilenburg noodzakelijk omdat het niet goed gaat met het vak. Journalisten prikken niet door de fuzzy concepts van politici heen, nemen – zeker online – informatie steeds vaker van elkaar over en corrigeren die niet als het onjuist blijkt te zijn.

Commerciële belangen van de uitgever of omroep staan voorop en dus stromen kwaliteitskranten vol columns en is iedereen met een mening welkom in talkshows. Journalistieke media verworden steeds meer tot een ‘meningenparadijs’.

Een zorgwekkend ontwikkeling, vindt Van Cuilenburg. Want daarmee glijdt het vak af van het hoofddoel: het publiek van informatie voorzien waarmee het zelf een adequate mening kan vormen.

Precies daar was het Van Cuilenburg om te doen toen hij zijn boek schreef: de kwaliteit van de samenleving en het democratisch stelsel.

Falsificatie

Vanaf de eerste pagina’s laat hij zien dat de journalistiek in een lange traditie staat van vrijdenkers. Hij mengt dat verhaal met de geschiedenis van de kenleer (de wetenschap die onderzoekt hoe wij waarnemen en kennis verwerven) en de wetenschapsfilosofie (die meer over de methodologie gaat). En zo komt hij op pagina 79 bij zijn held: Karl Popper. Die wetenschapsfilosoof riep wetenschappers op om vooral te zoeken naar die informatie die hun hypothese kan ontkrachten, in plaats van te zoeken naar bevestiging. Falsificatie heet dat, waarover later meer.

De belangrijkste les: onze waarneming wordt gekleurd door onze vooroordelen, vermoedens en theorieën. De journalistieke methode moet erop gericht zijn die vooroordelen op de proef te stellen.

Uw boek richt zich op waarheidsvinding. Er zijn ook mensen die betwisten dat waarheid bestaat.

“Je refereert aan het postmodernisme, maar die gedachte is de dood in de pot. Dan kun je net zo goed stoppen met de journalistiek.

De absolute Waarheid, met een hoofdletter, bestaat inderdaad niet. Toch kun je wel degelijk zeggen of iets meer of minder plausibel is. Waarheid zit in de journalistieke methode. Het gaat dan om klassieke journalistieke normen, zoals onafhankelijkheid, heldere scheiding van feit en opinie, de stelregel ‘één bron is geen bron’ en hoor en wederhoor. Dat moet je tweede natuur zijn. Waarheidsvinding is een continu zoekproces.”

U zegt dat journalisten niet weten wat een ‘feit’ is. Dus leg uit: wat is het?

“Dat is de grote vraag! In veel gevallen hebben we daar geen discussie voor nodig, bijvoorbeeld als we het weer beschrijven. Een uitspraak als ‘het regent’ is eenvoudig te controleren. Voor bijvoorbeeld afstanden hebben we heldere definities. Het wordt moeilijker bij begrippen die niet aan fysieke verschijnselen zijn gekoppeld.

Bijvoorbeeld: hebben wij in Nederland sociale voorzieningen? Of hebben wij ‘asociale’ voorzieningen? Dat is geen vaststaand iets. Daarover kun je verschillend denken en dat komt omdat je woorden gebruikt die een fuzzy betekenis hebben.

Dus als je vraagt: wat is een feit? Dan heeft het te maken met de woorden die je gebruikt.”

Het gaat erom of een woord wel zo eenduidig is als het lijkt?

“Ja, ook. Maar neem de stelling ‘Turkije glijdt af naar een dictatuur’. Het eerste wat je je als journalist moet afvragen is: ‘wat bedoel je daar nou eigenlijk mee?’ De tweede vraag luidt ‘hoe weet je het?’ en de derde vraag ‘is het waar?’ Die vragen moet je als journalist altijd stellen.

Dus wat betekent de uitspraak dat Erdogan steeds autoritairder wordt? Wat betekent ‘autoritair’? Voor het antwoord op die vragen kun je teruggrijpen op de geschiedenis. Wat zijn de kenmerken van een autoritair leider en een dictator? Is er een verschil tussen autoritair leiderschap en een dictatuur? En is er een verschil tussen een dictatuur en een totalitair systeem?

In plaats daarvan schrijven journalisten dit soort terminologie gewoon van elkaar over.”

Wat levert het op als journalisten dit gedachte-experiment volgen?

“Dat het publiek een keer een aha-erlebnis krijgt: dus zo kun je het ook bekijken.

Verdiep je ook eens in het Turkije van de seculieren. Betsy Udink schreef daar onlangs een prachtig boek over. Als je alleen de algemene media volgt, leer je dat Erdogan de seculieren onderdrukt. We denken dat het onder de seculiere regering beter was, maar Udink laat zien hoe het historisch echt zit, dat het land altijd al door potentaten is geregeerd. Waarom lees ik dat wel in een boek, maar nooit in de krant? Journalistiek lijdt vaak aan tunnelvisie. En iedereen zit in diezelfde tunnel.

Wat ik mis in de journalistiek is heterodoxie, het andere verhaal.

Dat is waarom we persvrijheid hebben. Niet vanwege de vrijheid zelf, maar omdat alle mensen anders zijn. Voor waarheidsvinding is het belangrijk die diversiteit aan ideeën en opvattingen te tonen en te onderzoeken. Het is een drietrapsraket: vrijheid leidt tot diversiteit, en diversiteit maakt het mogelijk de waarheid te benaderen.

Bekijk wat in Turkije gebeurt. De vrijheid neemt daar zienderogen af en daarmee het vermogen om waarheid te vinden.”

Jan van Cuilenburg. Foto: Daan Marselis.
Jan van Cuilenburg. Foto: Daan Marselis.

U pleit voor falsificatie als onderdeel van de methode. Hoe kunnen journalisten dit toepassen?

“Journalisten zijn geneigd bewijs te zoeken voor hun stellingen. Dat is in tijden van internet niet zo lastig. Je stellingen worden sterker als je niet naar bewijs zoekt, maar naar ontkrachting. Kun je een stelling ontkrachten, dan is die niet waar. Kun je een stelling niet ontkrachten, dan is zij misschien wel waar. Je zou zelfs nulhypothetisch kunnen werken, zoals in de sociale wetenschap gebruikelijk is.

Neem het bonnetje van Teeven.

Nieuwsuur startte het onderzoek hoofdzakelijk vanuit het idee dat Teeven het bonnetje verdonkeremaand had. Logisch, want dat past in het beeld dat alle politici sjoemelen. Het onderzoek van Nieuwsuur was er op gericht te bewijzen dat Teeven inderdaad schuldig was.

Nieuwsuur had ook het omgekeerde frame kunnen onderzoeken, namelijk: het bonnetje is niet met opzet kwijt gemaakt. Met zo’n aanpak stel je andere vragen: Hoe kan een bonnetje per ongeluk verdwijnen? Was er een verhuizing? Heeft het ministerie een ander ICT-systeem in gebruik genomen?”

Sorry hoor, maar wat is daar het belang van? Het ging er hier om of Teeven en de top van het ministerie de waarheid vertelden.

“Zeker, en het is een buitengewoon belangrijk onderwerp. Maar toch, als Nieuwsuur een ander frame had gekozen, dan hadden we eerder geweten dat het departement administratief en qua leiderschap een zootje is, zoals de commissie-Oosting nu stelt. Ze waren niet eens in staat om het bonnetje te laten verdwijnen! Dat het zo’n bestuurlijke chaos was, zoveel onkunde, dat is nog veel erger dan dat politici gegevens verdonkeremanen.

De journalistiek is als vierde macht de waakhond van de democratie. Dat betekent dat je verhaal waar moet zijn, plausibel moet zijn. En het betekent dat je je publiek en de samenleving moet helpen om waarheid te vinden.

Als gevolg van de berichtgeving over Nieuwsuur trad de politieke top af. Pas veel later kunnen we nu ingrijpen om het ministerie van Veiligheid en Justitie sterker te organiseren om problemen in de toekomst te voorkomen.”

U richt zich met uw boek op studenten. Wat moeten zij onthouden?

“Het boek is een pleidooi voor een open mind. Een oproep om niet te snel achter anderen aan te rennen. Het is een pleidooi voor serieuze journalistiek. Waarheid ligt in de methode die je gebruikt om tot een verhaal te komen. Let daarbij wel op. Je moet dat wat je nu voor waar aanneemt constant tegen het licht houden. Waarheid is geen vast gegeven. Het is eigenlijk altijd een misvatting. Waarheid is die misvatting die de wegbereider is voor een minder grote misvatting.”

Jan van Cuilenburg (2016). Waarheidsvinding als journalistieke missie: Een opmaat naar een kennisleer. Amsterdam: Boom Uitgevers. Paperback: ISBN 9789089536778, €29,50. E-book: ISBN 9789461276674, € 19,99.

Nog geen reactie — begin de discussie!