De nog jonge Marokkaanse Vereniging voor Onderzoeksjournalistiek ligt onder vuur. Woensdag 29 juni staat haar bestuurslid Maati Monjib terecht. Steven Assies, voormalig programmacoördinator van Free Press Unlimited, vraagt aandacht voor deze onverkwikkelijke rechtszaak.

Op 29 juni staat in Marokko Maati Monjib terecht. Monjib is secretaris van de Marokkaanse vereniging voor onderzoeksjournalistiek AMJI. De zaak is al verschillende malen uitgesteld. Monjib wordt beschuldigd van het ‘ondermijnen van de interne veiligheid van de staat’.

Met Monjib staan nog zes medebestuursleden, journalisten en mensenrechtenactivisten terecht. Ze riskeren tot vijf jaar gevangenisstraf. DeAssociation Marocaine pour le Journalisme d’Investigation (AMJI) werd gesteund door Free Press Unlimited met geld van het Nederlandse Ministerie van Buitenlandse Zaken. Met het uitstel proberen de Marokkaanse autoriteiten de (internationale) aandacht voor de kwestie te doen verslappen.

Duimschroeven

Vijf jaar geleden, toen de Arabische Lente Marokko aandeed, wist Koning Mohammed VI het tij te keren door hervormingen te beloven en een nieuwe grondwet aan te laten nemen. De grondwet garandeert onder meer vrijheid van meningsuiting. Maar de bewoordingen zijn vaag en de kwestie van de Westelijke Sahara, islam en de reputatie van de koning zijn taboe. En inmiddels zijn de duimschroeven weer aangedraaid. Tientallen journalisten en mensenrechtenactivisten zitten gevangen of wachten op hun rechtszaak. Vele vooraanstaande journalisten hebben het land verlaten. Ook enkele van Maati’s medebeklaagden zijn gevlucht.

Monjib is, behalve secretaris AMJI, ook mede-oprichter van Freedom Now – een organisatie die opkomt voor vrijheid van meningsuiting in Marokko. Daarnaast is hij directeur van het Centrum Ibn Rochd – een ngo die trainingen organiseert en debatten. Freedom Now heeft nooit een licentie gekregen. De activiteiten van AMJI en van het Centrum Ibn Rochd zijn opgeschort – het wordt hen onmogelijk gemaakt vergaderruimte te huren. In de Marokkaanse pers worden Monjib c.s. stelselmatig besmeurd en belasterd. Vorige week beschuldigde een minister Monjib van verraad. Hij gebruikte daarbij het religieus beladen woord ‘fitna’ (oproer, morele chaos, anarchie).

Het gaat in deze zaak niet alleen om persvrijheid en de vrijheid van meningsuiting, maar ook om het recht van organisatie en het recht op een eerlijke rechtsgang – essentiële rechten in een democratie. De beschuldiging aan Monjib c.s. is tot nu toe nauwelijks onderbouwd. Wel zijn zijn financiën onderzocht en is hij in de pers beschuldigd van financieel wanbeheer. Ook wordt hem en zijn medebestuursleden verweten geld uit het buitenland te hebben ontvangen – en dat niet te hebben gemeld bij de overheid.

Icoon

Wat Monjib c.s. in feite verweten wordt, is hun onafhankelijkheid – het feit dat zij zich niet door het regime hebben laten corrumperen. Ze zijn daarmee een icoon geworden van de burgerbeweging. Een burgerbeweging die in de lente 2011 even het tij mee leek te hebben, maar daarna stelselmatig werd onderdrukt. Eén voor één werden de voormannen van het jongerenprotest de afgelopen jaren opgepakt en uitgeschakeld. Nu zijn de journalisten en mensenrechtenactivisten, sympathisanten van de 20 Februari beweging, aan de beurt.

Internationaal is er de nodige aandacht voor de rechtszaak. Zo berichtten onder meer CNN, Al Jazeera, the Guardian en de Washington Post over de kwestie. Internationale mensenrechten en media organisaties als Free Press Unlimited, het Committee to Protect Journalists en Article 19 volgen de zaak. De Nederlandse ambassade stuurt een waarnemer naar het proces. Met het voortdurende uitstel hoopt de Marokkaanse regering blijkbaar dat de internationale aandacht verslapt.

Vrijdag 23 juni belegt het Franse parlementslid Jean-Louis Roumegas een rondetafelbijeenkomst in de Assemblée Nationale om aandacht te vragen voor de rechtszaak.  In Nederlandse media is het tot nu toe stil gebleven.

Dit stuk verscheen eerder op de site van de VVOJ.

Nog geen reactie — begin de discussie!