Huub Evers, media-ethicus en lid van de Raad voor de Journalistiek, is het jaarverslag van diezelfde Raad ingedoken. Opvallendste trend: het aantal ingediende klachten trekt weer aan na de dip in 2014.

Het meest opvallende in het jaarverslag 2015 van de Raad voor de Journalistiek is de stijging in het aantal ingediende klachten. Was dat aantal in 2013 nog 120, een jaar later waren het er 62 en in 2015 77. Het gaat dan om het totale aantal ingediende klachten.

Een deel daarvan werd in behandeling genomen (90 in 2013, 35 in 2014 en 45 in 2015), een ander deel niet, omdat de kwestie langs een andere weg werd opgelost, omdat de klager eerst nog met zijn klacht naar het betrokken medium moest of omdat de klacht gericht was tegen een medium dat niet wenst mee te werken aan klachtenbehandeling door de Raad. Bovendien worden sommige klachten te laat ingediend of is het evident dat de Raad niet bevoegd is om de klacht te beoordelen.

Oorzaak schommeling

De oorzaak van deze schommeling in aantallen moet zeer waarschijnlijk gezocht worden in de nieuwe werkwijze van de Raad sinds november 2013. De Raad is nu een ‘tweedelijns-instantie’. Dat houdt in dat de klager zich eerst met zijn ongenoegen moet wenden tot de hoofdredactie van het medium waartegen de klacht gericht is. Pas wanneer dat niet tot een vergelijk leidt, kan de weg naar de Raad worden ingeslagen.

Overigens was ook vroeger de eerste vraag in elke zitting van de Raad: bent u langs de hoofdredactie geweest en waarom heeft dat weinig of niets opgeleverd? Het verschil is, dat de Raad nu een klacht alleen nog maar in behandeling neemt, nadat het geschil eerst aan de (hoofd)redactie is voorgelegd. Wanneer een groot deel van de klachten op die manier wordt opgelost, is dat natuurlijk alleen maar toe te juichen.

Het is ook denkbaar dat klagers deze procedure in combinatie met de nieuwe termijnen omslachtig vinden en eerder geneigd zijn te denken: ‘laat verder maar zitten’. De termijnen zijn relatief lang: de klager heeft drie maanden de tijd om zijn klacht bij het medium te deponeren. Daarna heeft de hoofdredactie één maand de tijd om de klacht af te handelen. Is de klager met die afhandeling niet tevreden of reageert het medium niet, dan kan de klager naar de Raad stappen. Dat moet gebeuren binnen zes maanden na de publicatie of de journalistieke gedraging waarop de klacht betrekking heeft.

Cijfers

Allereerst enkele cijfers. De getallen tussen haakjes zijn ter vergelijking die van 2012, 2013 en 2014. Van de ingediende klachten werden er 37 (in de voorafgaande jaren resp. 76, 75 en 40) behandeld op 8 (in de voorafgaande jaren resp. 15, 17 en 9) zittingen. In 25 (in de voorafgaande jaren resp. 65, 61 en 51) gevallen formuleerde de Raad een conclusie die is opgenomen in het jaarverslag.  Het aantal conclusies is kleiner dan het aantal behandelde klachten, omdat de Raad in een aantal gevallen de zaak behandelde in 2015, maar de uitspraak publiceerde in 2016.

Van die 25 conclusies waren er 3 gegrond, 5 deels gegrond en 11 ongegrond. In de voorafgaande jaren waren dit de getallen: 15, 18 en 13 gegrond, 8, 8 en 3 deels gegrond en 28, 31 en 23 ongegrond. De Raad gebruikt nu overigens de term (on)zorgvuldig. Tweemaal werd een verzoek tot herziening afgewezen, omdat de klager de Raad er niet van kon overtuigen, dat de beslissing berustte op feiten die niet klopten. In de voorafgaande jaren waren die aantallen 8, 4 en 6. Evenals in 2014 werd zo’n herzieningsverzoek in één geval toegewezen.

Daarnaast zijn er nog de klachten die eerst worden ingediend, maar later weer ingetrokken, plus de klachten die door voorzitter en secretaris worden afgehandeld, bijvoorbeeld omdat ze evident ongegrond zijn, niet binnen de termijn ingediend of omdat klager overduidelijk niet een direct belanghebbende is.

rvdj conclusies 2015

Media

Hoe waren de uitspraken die de Raad in 2015 deed, verdeeld over de verschillende soorten media?

  • De regionale dagbladen, de laatste jaren koploper, delen die koppositie nu met de landelijke dagbladen. In beide sectoren werden 6 conclusies geformuleerd. Voor de regionale dagbladen was dat in de voorafgaande jaren 37, 18 en tweemaal 19. Voor de landelijke dagbladen was dat 12, 14, 13 en 8.
  • Bij de lokale en regionale omroepen ging het aantal klachten van 4 in 2011 naar 5 in 2012 naar 1 in 2013 naar 5 in 2014. In 2015 waren er opnieuw 5 klachten.
  • Bij de landelijke publieke omroepen bleef het bij slechts één klacht. In de voorbije jaren was dat 8, 13, 6 en 8.
  • De trend bij de commerciële omroepen zette door: van 5 in 2011 naar 4 in 2012 naar 3 in 2013 naar 1 in 2014 en daarna weer een lichte stijging naar 2 in 2015.
  • Bij de online media werd de dalende lijn voortgezet: van 7 in 2011 naar 6 in 2012 naar 5 in 2013 naar 4 in 2014 naar 1 in 2015.
  • Bij de publieks- en de opiniebladen ging het aantal klachten van 8 in 2011 naar 2 in 2012 naar 5 in 2013 naar 1 in 2014 en eveneens 1 in 2015.
  • Bij de nieuws- en huis-aan-huisbladen een lichte daling: van 1 in 2011 naar 3 in 2012 naar 4 in 2013 naar 2 in 2014 naar 1 in 2015.
  • De vak- en bedrijfsbladen komen in 2015 in het rijtje niet meer voor. In 2011 waren er 2 klachten, in 2012 1, in 2013 4 en in 2014 2. In 2015 was er dus geen enkele klacht aan de orde.
  • Wel waren er 2 klachten tegen individuele journalisten. Dat was er in 2014 1. In eerdere jaren komt deze categorie in de overzichten nog niet voor.

Inhoud van klachten

RvdJ rubricering conclusies 2015

Kijkend naar de inhoud van de klachten luidt de top-5:

  1. Bijna 80% van de klachten ging over onjuiste en/of tendentieuze berichtgeving;
  2. Bijna 60% over het achterwege laten van wederhoor
  3. Ruim 40% over het aantasten van de privacy
  4. Ruim 30% van de klachten ging over de selectie van nieuws. Hieronder vallen bijvoorbeeld klachten over de door de journalist gekozen invalshoek en over de vraag of de journalist überhaupt aan een bepaald onderwerp aandacht had mogen besteden.
  5. Ongeveer 25% van de klachten ging over het brongebruik door de journalist. Denk hier aan het publiceren van ernstige beschuldigingen zonder duidelijk te maken waar die beschuldigingen op gebaseerd waren. In een aantal gevallen was de informatie afkomstig van bronnen die met de beschuldigde in conflict waren en die dus moeilijk onbevooroordeeld en betrouwbaar genoemd kunnen worden, althans zeker niet volgens de klager

De eerste drie plaatsen van dit klassement zijn identiek aan die van 2013 en 2014. In veel klachten is overigens sprake van meer dan één aspect: wanneer iemand klaagt over geen of onvoldoende wederhoor, gaat dat vaak gepaard met het verwijt dat (daardoor) sprake is van onjuiste en tendentieuze berichtgeving. Zo is er ook een koppeling tussen het niet nakomen van afspraken en het niet vooraf laten lezen van het verhaal. Iemand die klaagt over de nieuwsselectie door de journalist, vindt vaak dat het artikel of de uitzending onevenwichtig, onjuist of suggestief is.

Nog geen reactie — begin de discussie!