De rechter tikte de Volkskrant op de vingers vanwege de publicatie van een foto waarop te zien is dat Mohammed Rashid in zijn auto staande wordt gehouden tijdens een grootscheepse controle rond Schiphol. De rechter verbood toekomstige publicaties van de foto echter niet. Frits van Exter legt uit waarom dat terecht is.

De hoofdredacteur van de Volkskrant ziet de vrije nieuwsgaring in gevaar komen door de uitspraak over de ‘Schiphol-foto’. Maar hoe tevreden kan eiser Mohammed Rashid eigenlijk zijn?

De rechter heeft de eiser in zijn uitspraak op 14 september in kort geding op het belangrijkste punt voluit in het gelijk gesteld: de krant heeft ‘een vergaande inbreuk gemaakt op zijn persoonlijke levenssfeer’. Hij kende Rashid een voorschot op immateriële schadevergoeding van 1.500 euro toe.

Staking van openbaarmaking

Maar hij volgde hem niet in de eis ‘de Volkskrant te bevelen iedere verveelvoudiging of openbaarmaking van de foto te staken en gestaakt te houden’. Als je het vonnis leest, lijkt dat logisch. In de ogen van de rechter is de foto immers niet de boosdoener, maar de publicatie.

De lezer ziet breed uitgemeten op de voorpagina van 16 augustus een goed herkenbare man (Mohammed Rashid dus) in zijn auto op weg naar Schiphol. Een zwaarbewapende marechaussee heeft hem staande gehouden. Op de achtergrond lopen twee militairen met machinegeweren. Er staat in grote kopletters: ‘Is Schiphol nog veilig?’

Het verweer van de Volkskrant was duidelijk: wij hebben de werkelijkheid vastgelegd, het is de marechaussee die hem en anderen met een ‘moslim-achtig’ uiterlijk eruit heeft gepikt.

Maar het is vooral de kop, die de rechter tot zijn vonnis brengt en die de hoofdredacteur later zelf ook ‘ongelukkig’ noemt. Daarmee zou de krant een verband hebben gesuggereerd tussen Rashid en de dreiging van islamitische terreur. Dat de foto in de openbare ruimte is genomen doet er minder toe: volgens de rechter kon hij achter het stuur in zijn auto geen kant op. En dat was, gelet op de houding van de marechaussee, vermoedelijk ook geen slimme zet geweest.

Persvrijheid versus privacy

Context is koning als het gaat om de afweging tussen persvrijheid en privacy. En juist om die reden wilde de rechter toekomstig hergebruik van de foto niet bij voorbaat verbieden: ‘In dit kort geding kan niet worden voorzien op welke wijze en in welke context de foto in de toekomst door deVolkskrant of een derde wordt gepubliceerd. Of dit dan wel of niet is gerechtvaardigd, kan pas worden beoordeeld op het moment van publicatie.’  Censuur vooraf is natuurlijk ook niet de bedoeling.

Voor Mohammed Rashid betekent dit wel het risico dat de foto vroeg of laat weer ergens opduikt. Hij moet er op vertrouwen dat redacties zich bewust blijven van het vonnis en een idee hebben in welke context deze foto wél kan. Een artikel over ‘vakantiedrukte’ of ‘verkeersveiligheid’? Ik kan me moeilijk voorstellen dat ze onder deze trefwoorden in de databanken worden opgeslagen. En dan doen we maar even net alsof degenen, die online naar hartenlust de foto hebben geknipt, geplakt en voorzien van hun particuliere context, niet bestaan.

Wellicht zal in een eventueel hoger beroep de rechtbank in haar afweging tot een ander oordeel komen. Maar de Ombudsvrouw van de Volkskrant merkte zaterdag op: ‘Los van het juridisch getwist heeft de redactie een eigen journalistieke verantwoordelijkheid en die vraagt soms om de menselijke maat.’ De redactie had volgens haar aan de mogelijke negatieve gevolgen voor Rashid moeten denken.

Hergebruik van foto’s

Zeker bij hergebruik bestaat het risico de context uit het oog te verliezen. Uit mijn tijd bij Trouw herinner ik me de miskleun van een archieffoto bij een artikel over de onrust over minderjarigen, die zich gemakkelijk zouden laten overhalen tot seks in kelderboxen in Amsterdam Zuid-Oost. Op het beeld zie je vrolijke jonge meisjes bij het jaarlijkse Kwakoe-festival in dat stadsdeel. We kwamen er met het schaamrood op de kaken, veel excuses en rectificatie genadig vanaf, want als een rechter de mogelijkheid had gehad, had hij ons vermoedelijk  langdurig op water en brood gezet.

Ook de Raad voor de Journalistiek heeft enkele malen klachten behandeld over hergebruik van foto’s. En telkens speelde daarbij ook de context een doorslaggevende rol. De Stentor plaatste in een van zijn regionale edities een foto van een kapotte glijbaan voor een peuterspeelzaal in Ommen bij een artikel over het risico op ongelukken door slecht materiaal bij zulke instellingen. De klaagster, eigenaresse van de peuterspeelzaal, zei dat de foto een jaar eerder was gemaakt bij een nieuwsbericht over het vandalisme dat daar was aangericht. Nu werd de suggestie gewekt dat de peuters bij haar gevaar liepen. De Raad toonde begrip, maar wilde de klacht niet gegrond verklaren omdat de kans op reputatieschade nagenoeg uitgesloten was: de foto was geplaatst in een editie die niet in Ommen en omstreken werd verspreid.

Kindermisbruik

Het kan ook anders gaan: De gratis krant DAG, die in 2008 na ruim een jaar alweer ter ziele ging, plaatste een bericht over een verdrag tegen misbruik van kinderen onder de kop: ‘Kinderlokken op internet strafbaar’. Daarbij stond een archieffoto van de, bij naam genoemde, oprichter van de ‘Pedopartij NVD’ achter zijn computer. Hij kwam verder niet voor in het artikel. De Raad deelde zijn bezwaar, dat hij zonder grond in verband werd gebracht met de praktijk van kinderlokken.

Een laatste voorbeeld. Het Noordhollands Dagblad  plaatste een foto van twee hardloopsters in een park bij een artikel over ‘sportvasten’: afvallen door weinig te eten en veel te sporten. De klaagsters voelden zich in hun privacy aangetast, maar de Raad vond die inbreuk niet zwaarwegend genoeg. Het valt misschien te betwijfelen of sportvasten heel gezond is, maar de associatie is toch stukken onschuldiger dan met kindermisbruik of terrorisme.

Het kan dus verkeren. Bij de selectie van beeld, het maken van bijschriften en koppen moeten redacties een kleine optelsom maken: herkenbaarheid + gevoeligheid van het onderwerp + mogelijke negatieve impact voor de afgebeelde personen. Bij aanhoudende twijfel: zet er tenminste bij dat het een archieffoto is en dat de afgebeelde personen (of glijbanen) niet degenen zijn die in het artikel voorkomen. Je loopt hoogstens het risico dat de lezer zich afvraagt waar de foto dan nog op slaat.

Dit stuk verscheen eerder op de website van de Raad voor de Journalistiek.

Nog geen reactie — begin de discussie!