Menig journalist doet wel eens een poging om een wetenschapper aan de lijn te krijgen om wat vragen te stellen. Regelmatig krijgen ze nul op rekest. Wetenschappers zijn nogal eens huiverachtig om mee te doen aan interviews met journalisten. Waarom eigenlijk? 

Collega wetenschapsvoorlichter Michel van Baal en ik hebben de indruk dat journalisten weinig idee hebben van wat er aan ‘de andere kant’ allemaal speelt aan beeldvorming, ideeën en praktische zaken, dus leek het ons een goed idee om dat eens op een rij te zetten. We zijn dat gaan doen voor een sessie op Bessensap, de jaarlijkse conferentie van de Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek (NWO) en de Vereniging voor Wetenschapsjournalistiek en – communicatie Nederland (VWN).

Redenen om interviews te weigeren

Er blijken heel veel redenen te zijn waarom wetenschappers niet aan een interview willen meewerken. Als je ze zo op een rijtje ziet, kun je je zelfs gaan afvragen waarom je überhaupt nog wetenschappers in de media ziet. Het rijtje is uiteindelijk leerzaam voor alle partijen, zowel voor journalisten als voorlichters als wetenschappers zelf.

Zelf konden we zo al zonder moeite een stuk of tien redenen verzinnen, daarna was het tijd om het land in te trekken. Onze oproepen via de mailinglijst van het Platform Wetenschapscommunicatie (PWC,een informeel platform van wetenschaps- en persvoorlichters) en Twitter leverden flink wat extra en ook veel onverwachte redenen op.

Op basis van een grondige wetenschappelijke en statistische analyse van alle input kwamen we uit op deze lijst:

  1. Ik vertrouw journalisten niet/slechte ervaringen
  2. Iemand anders heeft er meer verstand van
  3. Ik durf niet/liever niet op de voorgrond
  4. Geen tijd/ hoeveelheid werk niet in verhouding met de waarde van een korte quote
  5. Ik vrees belangenverstrengeling (dubbele pet)
  6. Ik heb geen belang bij media-aandacht
  7. Ik volg het advies van onze voorlichter
  8. Een mediaprofiel is slecht voor je carrière
  9. Ik vind dat journalisten zich onbeschoft gedragen
  10. Ik heb geen zin in gezeik van collega’s bij de koffie
  11. Ik wil niet steeds met hetzelfde onderwerp in de media
  12. Het medium leent zich niet voor de benodigde nuance
  13. Ik wacht op een belangrijker medium
  14. Ik spreek geen Nederlands
  15. Ik verwacht dat ze mijn citaten uit de context halen
  16. Resultaten nog niet gepubliceerd/niet goede moment
  17. Ik wil geen valse hoop wekken
  18. Ik heb niks om aan te trekken
  19. Ik heb geen oppas
  20. Het staat allemaal in mijn boek

De meeste redenen spreken waarschijnlijk voor zich, maar we willen een paar even de revue laten passeren:

Ad. 1 Ik vertrouw journalisten niet/slechte ervaringen
Wetenschappers zijn gevoelig voor puntje 12 over de nuance: media zijn over het algemeen een stuk korter door de bocht dan wetenschappers gewend zijn. Nu is dat niet per se een probleem, maar als een stuk echt te kort door de bocht gaat volgens de wetenschapper (al dan niet terecht), dan heeft al heel gauw de hele journalistiek afgedaan. Punt 10 (gezeik bij de koffie) treedt dan ook vaak in werking, maar het gezeik gaat dan over de journalistiek die het nooit goed doet. Wat natuurlijk nog meer wetenschappers afschrikt.

Ad 2. Iemand anders heeft er meer verstand van
Ook weer gerelateerd aan gezeik bij het koffieapparaat – we zien de context van het koffieapparaat relatief vaak terug, voer voor een volgende blog…? Wanneer wetenschappers gevraagd wordt te reageren op de actualiteit, dan is het niveau van antwoorden vaak dusdanig dat je daar niet vijftien jaar wetenschappelijke specialisatie voor nodig hebt. Je kunt dus meestal gerust reageren op dat soort vragen, hoewel je collega’s bij het koffieapparaat daar soms toch anders over nadenken, zie punt 10.

Ad 8. Een mediaprofiel is slecht voor je carrière
Kinnesinne onder wetenschappers: als je (te) vaak in de media komt met je kop, dan zal je verder inhoudelijk wel niet veel bij te dragen hebben daar waar het echt telt.
Dit helpt dus niet echt mee.

Ad 9. Ik vind dat journalisten zich onbeschoft gedragen
Deze kwam van diep: ‘Vooral bij de televisie hebben ze er een handje van om mensen te bellen, te vragen of ze morgen op tv (of de radio) willen, en dat op de dag zelf doodleuk weer af te zeggen (We hebben toch iemand anders gevonden). Dat hoeft niet erg te zijn, maar is behoorlijk irritant als bijvoorbeeld gevraagd hebben of je ook een experimentje zou kunnen doen, en je je urenlang in allerlei bochten hebt gewrongen om leuke ideeën én de benodigde materialen te verzamelen…’
Zie ook punt 1. nu weer.

Ad 10. Ik heb geen zin in gezeik van collega’s bij de koffie
‘Het klopte niet wat je zei, het is te kort door de bocht, eigenlijk had die-en-die het uit moeten leggen, want zijn/haar expertise, je had hem/haar moeten vermelden’: wederom kinnesinne onder wetenschappers, vooral als ze het mediaspelletje niet snappen. Media-optredens overleven nooit de wetenschappelijk meetlat, dus zullen we ophouden met dat te proberen? Geef die collega gewoon een schouderklopje omdat ze haar nek heeft uitgestoken. Beter: ga dat gewoon zelf doen.

Ad. 17. Ik wil geen valse hoop wekken
Deze geldt vooral voor de medische onderwerpen. Ben je in het nieuws met die ‘nieuwe doorbraak’ in therapie of medicijnen, dan hangen de volgende dag de wanhopige patiënten aan de lijn. Ga dan maar ’s uitleggen dat ze nog minstens tien jaar moeten wachten. Krijgen journalisten deze patiënten eigenlijk weleens aan de lijn (jawel, het gebeurt wel eens een enkele keer, lees deze deze klassieker van Aliette Jonkers), of is het aan de betrokken wetenschapper om de nuance persoonlijk uit te leggen?

Ad. 19. Ik heb geen oppas
Drie keer genoemd! Dit is zeg maar echt een ding dus.

Nou en?

Hebben we ook nog wat aan deze lijst? Een paar lessen die wij zo kunnen bedenken voor de verschillende groepen staan hieronder. Heb je eigen conclusies en toevoegingen, dan, wederom, heel graag in de comments!

Journalisten: er gebeurt van alles bij wetenschappers en het koffieapparaat nadat je je stukje hebt getikt, of je item hebt geschoten. Terwijl jij al lang weer bezig bent met je volgende onderwerp, is die wetenschapper nog aan het uitleggen aan collega’s, partners en subsidiegevers dat hij/zij het toch echt niet zo gezegd heeft tijdens het interview (en in ieder geval niet zo bedoeld). Iets meer besef van wat je teweeg kunt brengen, en wat je vraagt van wetenschappers, zou prettig zijn om in het achterhoofd te houden de volgende keer dat je commentaar eist van een wetenschapper vanwege #vanmijnbelastingcenten. En dit geldt dubbel voor de makers van koppen boven stukken, want als het ergens goed fout kan gaan is het daar wel!

Voorlichters: er is nog steeds veel onbegrip bij wetenschappers over de wondere wereld van de media. Aan ons de schone taak dat te (blijven) uitleggen en vooral ze beter voor te bereiden op hun media-optredens. Geef mediatrainingen!

Wetenschappers: de echte (media)wereld om je heen werkt niet volgens de wetten van de wetenschap. Verdiep je ’s wat meer in die wondere wereld, al dan niet bijgestaan door de voorlichters van jouw instelling. Naar buiten treden wordt immers steeds belangrijker, zowel maatschappelijk, qua #alternativefacts, als gewoon qua plat financiering en verantwoording. En wees vooral ’s wat coulanter voor je collega’s die wel hun nek durven uitsteken. Iets met stuurlui. Bovendien: ‘hun van de media’ zijn allemaal zo slecht nog niet, en je kunt veel meer sturen in een interview dan je denkt. Volg een mediatraining!

Harte(n)kreet

Tot slot nog een laatste harte(n)kreet van wetenschapsjournalist Bart Braun op Twitter, :

‘Geef één ding mee plz. Als je niet kan/wil, zeg of reply dan zsm ‘nee’. Scheelt ons beiden tijd. Ik blijf namelijk proberen tot ik wat hoor.’

Nog veel meer redenen?

Er zijn waarschijnlijk nog veel meer goede redenen om niet aan een interview te beginnen. Als je inspiratie hebt, voeg gerust je eigen redenen toe onderaan deze blogpost, graag zelfs!

Dit is een bewerkte versie van een uitgebreidere blogpost op de website van de auteur. Daar is ook een bijlage te vinden met nog meer citaten over de redenen van wetenschappers om liever geen interview te geven aan journalisten.

Alexander Pleijter

Hoofdredacteur

Alexander Pleijter is hoofdredacteur van De Nieuwe Reporter. Hij werkt als universitair docent Journalistiek en Nieuwe Media aan de …
Profiel-pagina
Nog geen reactie — begin de discussie!