Huub Evers, media-ethicus en lid van de Raad voor de Journalistiek, is het jaarverslag van diezelfde Raad ingedoken. Opvallendste trend: het aantal ingediende klachten trekt verder aan na de dip in 2014.

Het meest opvallende in het jaarverslag 2016 van de Raad voor de Journalistiek is de stijging in het aantal ingediende klachten. Die opwaartse lijn was al zichtbaar in 2015, maar zette fors door in 2016. Was dat aantal in 2013 nog 120, een jaar later waren het er nog maar 62, in 2015 77 en in 2016 122. Het gaat dan om het totale aantal ingediende klachten.

Een deel daarvan werd in behandeling genomen (90 in 2013, 35 in 2014, 45 in 2015 en 64 in 2016), een ander deel niet omdat de kwestie langs een andere weg werd opgelost, omdat de klager eerst nog met zijn klacht naar het betrokken medium moest of omdat de klacht gericht was tegen een medium dat niet wenst mee te werken aan klachtenbehandeling door de Raad. Bovendien worden sommige klachten te laat ingediend of is het evident dat de Raad niet bevoegd is om de klacht te beoordelen.

De oorzaak van de daling in 2014 moet waarschijnlijk (ook) gezocht worden in de nieuwe werkwijze van de Raad sinds november 2013. De Raad is nu een ‘tweedelijns-instantie’. Dat houdt in dat de klager zich eerst met zijn ongenoegen moet wenden tot de hoofdredactie van het medium waartegen de klacht gericht is. Pas wanneer dat niet tot een vergelijk leidt, kan de weg naar de Raad worden ingeslagen.

Dat verklaart niet de stijging in de twee volgende jaren. Onduidelijk blijft hoe deze stijging dan wél te verklaren valt. Is het een incident of een trend? Zijn de media minder zorgvuldig gaan werken? Is de nieuwsconsument mondiger aan het worden? Neemt de bekendheid van de Raad als klachtenbehandelaar toe?

Cijfers

Allereerst enkele cijfers. Ter vergelijking worden ook de getallen van 2012, 2013, 2014 en 2015 vermeld. Van de ingediende klachten werden er 64 (in de voorafgaande jaren resp. 76, 75, 40 en 37) behandeld op 12 zittingen. In de voorafgaande vier jaren waren er resp. 15, 17, 9 en 8 zittingen. In 48 gevallen formuleerde de Raad een conclusie die is opgenomen in het jaarverslag.  In de voorafgaande jaren waren dat resp. 65, 61, 51 en 25 conclusies.

In 13 van de 48 conclusies was de Raad van oordeel dat er onzorgvuldig gehandeld was, in zes gevallen was deels onzorgvuldig gehandeld en in 13 gevallen handelde de betreffende journalist zorgvuldig. In de voorafgaande jaren waren dit de getallen: 15, 18, 13 en 3 onzorgvuldig, 8, 8, 3 en 5 deels onzorgvuldig en 28, 31, 23 en 11 zorgvuldig. De Raad gebruikte vroeger de term (on)gegrond. Nu is dat (on)zorgvuldig.

De zeven herzieningsverzoeken werden alle afgewezen, omdat de klager de Raad er niet van kon overtuigen, dat de beslissing berustte op feiten die niet klopten. In de voorafgaande jaren waren die aantallen 8, 4, 6 en 5. Werd in 2015 eenmaal een herzieningsverzoek toegewezen, in 2016 gebeurde dat bij geen enkel verzoek .

Daarnaast zijn er nog de klachten die eerst worden ingediend, maar later weer ingetrokken plus de klachten die door voorzitter en secretaris worden afgehandeld, bijvoorbeeld omdat ze evident ongegrond zijn, niet binnen de termijn ingediend of omdat klager overduidelijk niet een direct belanghebbende is.

conclusies

Media

Hoe waren de conclusies die de Raad in 2016 formuleerde, verdeeld over de verschillende soorten media?

  • De regionale dagbladen, de laatste jaren al koploper (soms ex aequo), bleven bovenaan staan met 19 klachten. In de voorafgaande jaren lagen die aantallen op 37, 18, tweemaal 19 en 6.
  • Tegen de landelijke dagbladen werd achtmaal een klacht ingediend. In de voorafgaande jaren lag dat aantal achtereenvolgens op 12, 14, 13, 8 en 6.
  • Bij de lokale en regionale omroepen ging het aantal klachten van 4 in 2011 naar 5 in 2012 naar 1 in 2013 naar 5 in 2014 en eveneens 5 in 2015. In 2016 waren er 6 klachten.
  • Ook bij de landelijke publieke omroepen ging het in 2016 om 6 klachten. In de voorbije jaren was dat aantal 8, 13, 6 en 8 en 1.
  • De trend bij de commerciële omroepen zette door: van 5 in 2011 naar 4 in 2012 naar 3 in 2013 naar 1 in 2014 en daarna weer een lichte stijging: 2 in 2015 en 4 in 2016.
  • Bij de online media werd de dalende lijn voortgezet: van 7 in 2011 naar 6 in 2012 naar 5 in 2013 naar 4 in 2014 naar 1 in 2015 en 2 in 2016.
  • Bij de publieks- en de opiniebladen ging het aantal klachten van 8 in 2011 naar 2 in 2012 naar 5 in 2013 naar 1 in 2014 en eveneens 1 in 2015. In 2016 ging het om 2 klachten.
  • Bij de nieuws- en huis-aan-huisbladen een lichte daling: van 1 in 2011 naar 3 in 2012 naar 4 in 2013 naar 2 in 2014 naar 1 in 2015 en eveneens 1 in 2016.
  • De vak- en bedrijfsbladen komen in 2015 en 2016 in het rijtje niet meer voor. In 2011 waren er 2 klachten, in 2012 1, in 2013 4 en in 2014 2.
  • Wel was er één klacht tegen een individuele journalist. In 2015 waren dat er twee en in 2014 eveneens één. In eerdere jaren komt deze categorie in de overzichten nog niet voor.

conclusies per medium

Inhoud van klachten

Kijkend naar de inhoud van de klachten luidt de top-3:

  1. Bijna 40% van de klachten ging over onjuiste en/of tendentieuze berichtgeving;
  2. Bijna 35% over het achterwege laten van wederhoor
  3. Eveneens bijna 35% over het aantasten van de privacy

Deze top-3 is identiek aan die van 2013, 2014 en 2015. In veel klachten is overigens sprake van meer dan één aspect: wanneer iemand klaagt over geen of onvoldoende wederhoor, gaat dat vaak gepaard met het verwijt dat (daardoor) sprake is van onjuiste en tendentieuze berichtgeving.

Nieuw in het ‘algemeen klassement’ is de afhandeling van klachten. In een kwart van alle zaken die inhoudelijk werden beoordeeld, werden ook opmerkingen gemaakt over de wijze waarop de klacht door het aangeklaagde medium werd behandeld. Die opmerkingen hoeven overigens niet per definitie negatief te zijn. Het is ook mogelijk dat de klager daarover niet tevreden is, maar dat de Raad die afhandeling niet onzorgvuldig vindt. In vijf zaken sprak de Raad expliciet uit dat de klachtafhandeling niet zorgvuldig was geschied.

In het kielzog van opmerkingen over de afhandeling van de klacht worden ook wel gewezen op de afwezigheid ter zitting van het aangeklaagde medium. Toch is hiervoor niet of nauwelijks steun te vinden in de cijfers. Van alle 48 klachten ging het in 7 zaken om een herzieningsverzoek. Zo’n verzoek wordt in beginsel ‘op de stukken afgedaan’, d.w.z. buiten aanwezigheid van de betrokken partijen. Dat gebeurde ook met 7 ‘gewone klachten’ waar beide partijen er zelf voor kozen om niet op de zitting te verschijnen. In 24 zaken waren beide partijen wel aanwezig op de zitting om hun zaak toe te lichten en vragen van de Raadsleden te beantwoorden. In sommige (zes) gevallen was klager alleen aanwezig, in andere (vier) gevallen was dat alleen het aangeklaagde medium. Uit deze cijfers valt niet de conclusie te trekken dat (hoofd)redacties het na het voortraject met veel klagers ‘wel gehad hebben’ en dat ze daarom niet meer naar de zitting komen.

Ongeveer 22% van de klachten ging over het brongebruik door de journalist. Denk hier aan het publiceren van ernstige beschuldigingen zonder duidelijk te maken waar die beschuldigingen op gebaseerd waren. In een aantal gevallen was de informatie afkomstig van bronnen die met de beschuldigde in conflict waren en die dus moeilijk onbevooroordeeld en betrouwbaar genoemd kunnen worden, althans zeker niet volgens de klager.

Ongeveer 12% van de klachten ging over de selectie van nieuws. Hieronder vallen bijvoorbeeld klachten over de door de journalist gekozen invalshoek en over de vraag of de journalist überhaupt aan een bepaald onderwerp aandacht had mogen besteden.

Ook hier weer is er vaak sprake van meer dan één aspect: zo is er in veel klachten een koppeling tussen het niet nakomen van afspraken en het niet vooraf laten lezen van het verhaal. Iemand die klaagt over de nieuwsselectie door de journalist, vindt vaak dat het artikel of de uitzending onevenwichtig, onjuist of suggestief is.

rubricering conclusies

Het volledige jaarverslag is te vinden op de website van de Raad voor de Journalistiek.

Alexander Pleijter

Hoofdredacteur

Alexander Pleijter is hoofdredacteur van De Nieuwe Reporter. Hij werkt als universitair docent Journalistiek en Nieuwe Media aan de …
Profiel-pagina
Nog geen reactie — begin de discussie!