Toen Lars de Beer viel, was hij (nog maar een paar maanden) zelfstandige.  Op het moment dat hij het mountainbikeongeluk kreeg en vanaf zijn borst verlamd raakte, was hij niet verzekerd tegen arbeidsongeschiktheid. Hij zou alleen recht hebben op geld uit de bijstand en de Wmo (Wet maatschappelijke ondersteuning).

De vormgever had een groep mooie vrienden om hem heen die met inzamelactie Paddle for Lars geld voor hem binnen haalden. Dit deden ze door met surfboards door de grachten van Amsterdam te peddelen. Surfen was een van de grote hobby’s van de Beer. De actie leverde 281.000 euro op. Een schamel bedrag, wanneer men kijkt naar zijn huidige toestand en de therapieën die hij moet betalen.

Een glas water

Een jaar later blikt De Beer terug en kijkt hij vooruit. ‘Ik vond Paddle for Lars prachtig. Ik voelde me gedragen door familie en vrienden. Hartverwarmend. Alleen kwam ik de volgende dag wel terug in mijn nieuwe dagelijkse realiteit. In een leven dat volslagen overhoop is gegooid.’

Hoe afhankelijk De Beer is, valt in eerste instantie niet af te leiden uit ons interview via Skype. De Beer is in San Diego voor verdere behandeling bij Project Walk. Hij oogt fris en gezond. Pas wanneer hij om drinken vraagt, wordt duidelijk hoe hulpbehoevend hij is. Zijn vriendin, Teska Athmer, pakt zijn glas voor hem en helpt hem drinken. Zelfs voor een glas water is hij afhankelijk van anderen…

Revalidatie

De Beer vertelt hoe het hem na de crowdfundingsactie is vergaan: ‘Na de Paddle heb ik in het revalidatiecentrum Reade  een halfjaar gewerkt versterking van mijn spieren, het soepel houden van mijn lichaam, dat soort zaken. Ik verdiepte me in onderzoeken om te kijken of verder herstel mogelijk is. Ik wilde alles wel proberen. Hoe idioot sommige onderzoeken ook klinken.’

Een mederevalidant wees De Beer op het bestaan van Project Walk in San Diego, in de VS. ‘Daar richten ze zich op het herstel van verloren gegane neurologische connecties door onder andere het prikkelen van het zenuwstelsel. Dit trainingsprogramma bestaat hier nog niet, daarom besloten we naar San Diego te gaan.’ Het is een behandeling waar De Beer zonder het geld van Paddle for Lars nooit aan had kunnen deelnemen.

Niet verzekerd

De Beer was vrij kort voor zijn ongeluk zelfstandige geworden en had zich nog niet verzekerd tegen arbeidsongeschiktheid. Hierdoor viel hij buiten de sociale regelingen voor werknemers die arbeidsongeschiktheid raken. ‘Ik had wel wat geld gespaard voor als ik misschien een keer een aantal maanden uit de running zou raken. Hoe naïef ook, als mens denk je: zoiets overkomt me niet. Maar een ongeluk zit in een klein, naar hoekje. In mijn geval was dat hoekje mountainbiken. Ondanks mijn jarenlange ervaring hiermee. Ik deed niks gevaarlijks. Zoiets bedenk je van tevoren niet.’

‘We zouden in eerste instantie drie maanden naar de Verenigde Staten gaan, maar we hebben het bezoek verlengd vanwege tegenslagen. In de eerste week viel ik, toen ik uit de auto werd getild. Daarna kreeg ik meerdere blaasontstekingen.  Dat klinkt misschien als iets kleins, maar voor iemand met een dwarslaesie heeft dat grote impact. Het had veel invloed op de behandeling. Ik kreeg last van spierspasmen die onbetrouwbare metingen veroorzaakten tijdens mijn therapie. Daarom hebben we besloten langer te blijven, zodat ik de therapie een betere kans kan geven.’

Doorbraak

Vorige week was er ineens een doorbraak in zijn revalidatie: ‘Tijdens de beenoefeningen ontstond een connectie. Ik kon mijn benen strekken, op eigen initiatief! Ik geloofde het haast niet. Mijn fysiotherapeut moest een spiegel erbijhalen voor ik besefte: wow, dit doe ik echt zelf!’

Toch blijft de toekomst lastig. ‘Het is moeilijk positief te blijven. Soms is er verandering, maar het gaat zo ontzettend veel langzamer dan ik wil. De psychische impact is groter dan ik laat merken. Er zijn dagen dat ik het echt niet meer zie zitten. Ik ben blij met de millimeters verbetering die ik meemaak. Maar ik het om met mijn vrienden in het water liggen voor een surfsessie. Dat zijn mooie, maar ook pijnlijke herinneringen geworden.’

Werkperspectief

Ook het werkperspectief is nog onduidelijk, al is De Beer wel aan het oefenen: ‘Ik ben begonnen met werken met een seismograaf: een soort headset waarmee ik de cursor kan besturen met spierbewegingen in mijn gezicht. Als ik met mijn hoofd naar links beweeg, gaat de cursor mee. Hiermee kan ik grafische programma’s besturen, maar het gaat natuurlijk heel langzaam en het is vrij vermoeiend. Ik doe nu vier uur over vormgeving waar ik vroeger in een halfuurtje mee klaar zou zijn.’

Of De Beer in de toekomst weer kan werken, is nog onzeker. “Lieve vrienden hebben aangeboden dat ik bij hen in de studio mag zitten om verder te oefenen met de seismograaf, om wellicht ooit weer aan het werk te kunnen. Maar ik zou al heel blij zijn als ik het onder de knie krijg, zodat ik mezelf in elk geval weer enigszins kan uiten.”

Aov en zelfstandigen

Lars de Beer is zeker niet de enige zelfstandige die zich niet heeft laten verzekeren tegen arbeidsongeschiktheid. Van de 873 duizend zelfstandigen zonder personeel (zzp’ers) met een hoofdinkomen uit ondernemerschap betaalde in 2015 maar20 procent premie voor een arbeidsongeschiktheidsverzekering (aov), volgens cijfers van het CBS.

De kosten voor een aov zijn afhankelijk van de beroepsgroep waarin de zzp’er werkzaam is. Dat begint bij zo’n honderd euro per maand voor een beroep met een laag risico en met een lage dekking, maar kan oplopen tot zo’n achthonderd euro per maand. Flinke vaste lasten die niet in verhouding staan met het soms onzekere bestaan van de freelancer. De arbeidsmarkt is sterk veranderd en de wetgeving loopt in sommige gevallen nog achter om een vangnet te kunnen bieden.

Veel politieke partijen weten niet wat ze met de zelfstandigen aan moeten. Sommige partijen willen een aov verplicht stellen, maar dat is lastiger dan het lijkt. De term zzp bestaat niet in de wetgeving en de mensen die zich zzp’er noemen, kunnen bijvoorbeeld thuiszorgwerkers zijn, maar ook gespecialiseerde consultants in de zorg. Ook is er sprake van grote weerstand vanuit zzp’ers om een aov verplicht te stellen. Een passende oplossing lijkt nog niet voorhanden.

In Amsterdam leidde de Paddle for Lars tot een grote belangstelling voor broodfondsen: kleine collectieven, gebaseerd op solidariteit, waarin maximaal vijftig mensen maandelijks geld inleggen om elkaar te helpen bij eventuele kortdurende arbeidsongeschiktheid.

Dit verhaal verscheen eerder in Het Parool.

Nog geen reactie — begin de discussie!