In 2016 passeerden weer legio interessante kwesties de revue bij de Raad voor de Journalistiek. Huub Evers licht de interessantste eruit. Van professor Maat tegen RTL Nieuws tot een satirisch programma van de NPO dat voor de bijl ging.

Undercover: de zaak-Maat

Klachten over undercover opererende journalisten, al dan niet voorzien van verborgen camera en openstaande microfoon, kom je in elk jaarverslag van de Raad tegen, ook in dat van 2016. Daarover ging onder meer de klacht van professor George Maat tegen RTL Nieuws, waarschijnlijk de meest geruchtmakende zaak bij de Raad van het afgelopen jaar.

Maat maakte als forensisch anatoom deel uit van het identificatieteam dat de stoffelijke resten van de slachtoffers van de vliegtuigramp met de MH-17 onderzocht. Hij gaf over zijn werk een gastcollege in Maastricht. Twee journalisten van RTL Nieuws woonden dat college bij en maakten zich niet als zodanig bekend. Ze maakten heimelijk opnamen en zonden later fragmenten daarvan uit.

Professor George Maat. Screenshot uitzending RTL Nieuws.
Professor George Maat. Screenshot uitzending RTL Nieuws.

De redactie van RTL had een blog gelezen over een eerder gastcollege van Maat. Daarin had hij volgens de blogger gevoelig beeldmateriaal laten zien en had hij uitlatingen gedaan over de toedracht van de ramp (‘het toestel werd uit de lucht geschoten’) en over de laatste minuten van de passagiers. Deze uitlatingen waren nog niet eerder openbaar gemaakt. Dat was voor RTL aanleiding om de lezing in Maastricht bij te wonen. Deze werd op Facebook aangekondigd met een openbaar bericht van de organiserende studievereniging, later nog gevolgd door de oproep ‘neem je vrienden mee’.

In twee uitzendingen besteedde RTL aandacht aan de lezing in Maastricht. Maat had, aldus RTL, zeer gevoelige informatie uit het onderzoek gedeeld in een openbare lezing. “Het gaat om foto’s van lichamen van de slachtoffers, beelden van het identificeren en details over de crash.” Verder had hij conclusies getrokken over de toedracht van de ramp en had hij kritiek geuit op de bergingsmissie. Dit alles terwijl het strafrechtelijk onderzoek nog liep.

Oordeel

Handelde RTL Nieuws daarmee onzorgvuldig? De Raad vond van niet. Het was per saldo niet een besloten college voor (toekomstige) vakgenoten alleen. RTL mocht redelijkerwijs vermoeden dat ook in deze lezing gevoelige informatie zou worden gepresenteerd en dat uitlatingen zouden worden gedaan die nog niet openbaar gemaakt waren. Dat mocht als een maatschappelijke misstand worden aangemerkt die een undercover optreden rechtvaardigde.

Wanneer bij de start van de lezing zou blijken dat er wel van een besloten college voor vakgenoten sprake zou zijn en dat er strikt vertrouwelijke informatie werd gedeeld, dan had RTL een nieuwe afweging moeten maken. Die situatie deed zich niet voor. Na de lezing ging de redactie nader onderzoek verrichten en wederhoor toepassen, ook bij Maat. Daarbij mocht een verklaring van Maat, dat het hem spijt dat hij mogelijk nabestaanden heeft gekwetst, door RTL als wederhoor worden aangemerkt. Al met al handelde RTL Nieuws met de vereiste zorgvuldigheid.

Privacy: NSB’er anonimiseren

Niet alleen klachten over undercover operaties van journalisten behoren tot het vaste repertoire bij de Raad, ook privacykwesties zijn veelvuldig aan de orde. Vaak gaat het dan om verdachten die vinden dat ze te herkenbaar worden opgevoerd.

De klacht tegen het Noordhollands Dagblad was van een andere orde. Deze krant had een verhaal over liquidaties van NSB’ers door verzetslieden tijdens de oorlog en het administratief verhullen daarvan na de oorlog door de burgemeester. Klager was de kleinzoon van zo’n NSB’er. Zijn grootvader werd met naam en toenaam genoemd en beschreven als iemand “die altijd op jacht was naar mensen van het verzet”. Volgens klager staat niet vast hoe en wanneer zijn grootvader is overleden. Daarom had zijn naam (die in de betreffende regio niet veel voorkomt) niet voluit genoemd mogen worden, temeer nu de namen van verzetsstrijders wél werden geanonimiseerd.

Oordeel

De Raad was dat met klager eens: de journalist had vanwege de gevoeligheid van het onderwerp meer rekening moeten houden met de gevoelens bij de nabestaanden. Hij had de NSB’er moeten anonimiseren zoals hij dat ook bij de verzetslieden deed, temeer vanwege de verregaande aantijgingen die bovendien ook nog gebaseerd waren op indirecte aanwijzingen.   

Afspraken en spelregels: vooraf lezen

Een gedeelte van de behandelde klachten gaat over het niet nakomen van gemaakte afspraken, bijvoorbeeld om een stuk vooraf te laten lezen. NRC Handelsblad had een artikel onder de kop “Witte mensen moeten eens luisteren”. Dat ging over vrouwen die via sociale media racisme aan de kaak stellen.

De geïnterviewde vrouwen maakten met de journalist de afspraak dat het artikel pas zou worden gepubliceerd nadat ze de eindversie hadden geautoriseerd. Ze hadden daarop aangedrongen omdat ‘het antiracismedebat veel venijnige en heftige reacties oproept, vooral wanneer allochtone vrouwen in dat debat publiekelijk stelling nemen’. Ze vonden het heel belangrijk dat in het artikel ‘de juiste toon zou worden getroffen’.

Toch werd in de eindversie een aantal toegezegde veranderingen niet doorgevoerd. In sommige gevallen lag dat aan de journalist die niet duidelijk was over de wijzigingen, in andere gevallen aan de eindredactie die er bepaalde passages toch graag in wilde houden, overigens zonder daarin namen te noemen.

Complicerende factor was dat de journalist op cruciale momenten in het buitenland verbleef en daar slecht bereikbaar was, waardoor een en ander mis ging. Klagers vonden dat in elk geval de online versie van het artikel gewijzigd had moeten worden.

Oordeel

De Raad vond dat ook. Verder had de krant naar het oordeel van de Raad niet alleen excuses moeten aanbieden (hetgeen ook gebeurd was), maar ook de geïnterviewde vrouwen verder tegemoet moeten komen door in de krant ruiterlijk te erkennen dat afspraken niet waren nagekomen.    

Afspraken en spelregels: anoniem beledigen

Het plaatsen van een anonieme ingezonden brief is, wanneer die brief beledigende uitlatingen bevat, journalistiek onzorgvuldig. Dat oordeel sprak de Raad uit in een klacht tegen de Regiobode. In de ingezonden brief werd klager gesuggereerd te stoppen met ‘uw veelschrijverij’ en met het schoppen en trappen tegen ‘alles op uw pad en daarbuiten’. ‘Het wordt de hoogste tijd u te voorzien van pek en veren en daarna te exporteren naar Verweggistan.’

De Regiobode hanteert voor ingezonden brieven de spelregel dat schelden en beledigen niet mag en dat naam en adres van de briefschrijver bij de redactie bekend moeten zijn. Deze spelregels staan boven de ingezonden brievenrubriek. Toch hield de krant zich daar, ook naar het oordeel van de Raad, niet aan. Klager wilde de identiteit van de schrijver weten, maar die werd niet onthuld. Dat vond de Raad niet onredelijk, maar beledigingen en scheldpartijen zijn, ook volgens de spelregels, niet toegestaan. De Regiobode had ofwel naam en adres moeten publiceren, ofwel, als dat niet mogelijk zou zijn, de brief niet moeten publiceren.

Satire: ergste slavendrijver van de eeuw

Kun je een satirisch programma beoordelen aan de hand van het journalistieke normenstelsel? Volgens de statuten van de NPO-ombudsvrouw kan dat niet, volgens de Raad wel. Enkele nazaten van een Maastrichtse industrieel uit de 19e eeuw dienden een klacht in tegen het NTR-programma “Welkom in de IJzeren Eeuw”. De aflevering heette “Arm en Rijk”.

Hierin werden kinderen geïnterviewd over hun werk in de glasblazerijen in Maastricht. Hen werd de vraag gesteld wie nou de ergste uitbuiter was. Ze antwoordden dat dat die bewuste industrieel was, “de ergste slavendrijver van de eeuw’. Daarop werd aan hem zelf vragen gesteld over kinderarbeid. Hij deed vrij luchtig over uitbuiting van vrouwen en kinderen en over de arbeidsomstandigheden in zijn fabrieken.

Klagers vonden dat hier op een satirische manier een verkeerde beeldvorming werd gepresenteerd. Ze ontkenden niet dat zich destijds op veel plaatsen uitbuiting van vrouwen en kinderen voordeed, maar ze vonden dat hun voorvader ten onrechte neergezet werd als de grootste uitbuiter en de ergste slavendrijver van de negentiende eeuw.

Hun voorvader werd op een karikaturale manier gepresenteerd als een sadistische crimineel, terwijl hij ook voor welvaart zorgde in Maastricht. Klagers vonden dat in de uitzending onjuiste feiten werden gepresenteerd en kwalijke toespelingen gedaan, waardoor de reputatie van hun voorvader op een ontoelaatbare manier werd beschadigd. Daardoor werd ook de familienaam te schande gemaakt.

De omroep benadrukte dat het hier ging om een historische comedyserie voor jonge kijkers waarin niet het waarheidsgetrouw presenteren van feiten centraal staat, maar de satirische blik op aspecten van de geschiedenis.

Oordeel

De Raad vond dat de uitzending zowel elementen van journalistieke als van niet-journalistieke aard bevatte, maar dat het informatieve karakter sterker was dan satire en amusement. Bovendien is de uitzending gebaseerd op gedegen onderzoek en is ze gerelateerd aan een informatief programma voor volwassenen. Daarmee heeft het programma in belangrijke mate een educatieve doelstelling. De Raad vond het programma niet journalistiek onzorgvuldig. Het ging om een informatieve uitzending, waarin de informatie op een luchtige, humoristische toon werd verstrekt. Daarbij werd overdrijving als stijlmiddel niet geschuwd zoals dat ook in columns wel gebeurt. In de uitzending komen geen ontoelaatbare kwalificaties of vergelijkingen voor.

Deze klacht is om nog twee redenen interessant. Allereerst verzochten klagers, de nazaten dus, om anonimiteit, d.w.z. dat hun familienaam en dus de naam van de industrieel niet genoemd zou worden in de conclusie. De vraag is of anonimiteit hier veel zin heeft: menigeen die deze conclusie van de Raad of het jaarverslag leest, weet uit de geschiedenisboekjes onmiddellijk om wie het gaat wanneer gesproken wordt over de negentiende-eeuwse Maastrichtse industrieel die in de conclusie wordt aangeduid als Z.  

Bovendien werd bij de behandeling van deze klacht expliciet stilgestaan bij de manier waarop de NTR de klacht had afgehandeld. De Raad vond dat dat niet zorgvuldig was gebeurd. De klagers hadden hun bezwaren uitvoerig duidelijk gemaakt. Daarop reageerde de omroep met de tegenwerping dat er wél van zorgvuldige journalistiek sprake was geweest. Later was men bereid die visie nader toe te lichten, maar de Raad vond al met al dat dat ruimhartiger had gemogen.  

Dit aspect, de klachtenafhandeling, is nieuw in het ‘algemeen klassement’. In een kwart van alle zaken die inhoudelijk werden beoordeeld, werden ook opmerkingen gemaakt over de wijze waarop de klacht door het aangeklaagde medium werd behandeld. Die opmerkingen hoeven overigens niet per definitie negatief te zijn. Het is ook mogelijk dat de klager daarover niet tevreden is, maar dat de Raad die afhandeling niet onzorgvuldig vindt. In vijf zaken sprak de Raad expliciet uit dat de klachtafhandeling niet zorgvuldig was geschied.

Nog geen reactie — begin de discussie!