De grote aandacht van media voor nepnieuws is te typeren als mediahype. Maar is dat erg, zo’n mediahype? Is het erg dat de media zoveel aandacht aan dit fenomeen besteden? Of zitten er ook positieve kanten aan? Bertijn van der Steenhoven zet de plussen en minnen op een rij.

‘I think Trump is in the White House because of me.’

Dat stelt nepnieuwsverspreider Paul Horner kort na Trumps verkiezing in een interview met Washington Post.

‘His followers don’t fact-check anything — they’ll post everything, believe anything.’

Later blijkt dat Horner overschat hoeveel impact nepnieuws heeft: onderzoekers van Stanford University concluderen in hun onderzoek dat de Amerikaanse presidentsverkiezingen niet significant werden beïnvloed door nepnieuws. In een uitgebreid onderzoeksrapport schrijven andere onderzoekers:

‘Fake news has attracted disproportionate levels of concern’.

In een eerder artikel op De Nieuwe Reporter concludeer ik dat nepnieuws een mediahype is. Dat artikel roept de vraag op: is de mediahype over nepnieuws schadelijk? Vormt de hype een probleem of zet die ook positieve ontwikkelingen in gang?

Ik zet de positieve en negatieve kanten van de nepnieuwshype hieronder op een rij.

Nepnieuws is een kwalijke hype

1. Hypes sturen de politiek

In zijn boek Mediahype stelt Peter Vasterman, docent journalistiek aan de Universiteit van Amsterdam, dat een mediahype ervoor zorgt dat de risico’s van een bepaald probleem worden overschat. Voor de overheid levert dat een dilemma op: niet ingrijpen leidt al snel tot ‘het verwijt van de doofpot’, wel ingrijpen bevestigt alleen maar de risico’s van het probleem.

2. Aandacht voor nepnieuws leidt af van de echte problemen

De media focussen volgens Rob Wijnberg vaak op onbelangrijke gebeurtenissen. In een artikel op De Correspondent stelt hij dat veel mensen zich onnodig zorgen maken over terrorisme (‘de kans dat je in een pinda stikt is groter’), massa-immigratie en vluchtelingen terwijl voor de échte problemen, de opwarming van de aarde, toenemende ongelijkheid tussen rijk en arm en het voedselprobleem, bijna geen aandacht is.

Ook nepnieuws is zo’n onbelangrijk probleem dat te veel aandacht krijgt, vindt Wijnberg. Kort na de verkiezing van Trump circuleert op social media onderstaande afbeelding van Buzzfeed. De grafiek suggereert dat Trumps verkiezing mede werd veroorzaakt door de tussenkomst van nepnieuws. Volgens Wijnberg is dat helemaal niet zeker.

‘Was het maar nepnieuws dat onze samenleving parten speelde. Daar was tenminste nog wat aan te doen. Maar het is het echte nieuws dat ons in een wurggreep heeft.’

Berichten over de Amerikaanse presidentsverkiezing 2016 die het populairst waren op Facebook. Bron: Buzzfeed.
Berichten over de Amerikaanse presidentsverkiezing 2016 die het populairst waren op Facebook. Bron: Buzzfeed.

Nepnieuwshype heeft (ook) positieve gevolgen

1. Nepnieuws opent ogen voor groter probleem

Met het echte nepnieuws lijkt het eerder mee dan tegen te vallen. Maar heeft alle ophef over nepnieuws dan niets opgeleverd? De hype over nepnieuws genereert aandacht voor misleiding in het nieuws in het algemeen. Want niet alleen nepnieuwsverspreiders proberen je te manipuleren, soms doen politici, media en bedrijven dat ook.

2. Mediawijsheid op de kaart

Naar aanleiding van de discussie over nepnieuws is de aandacht voor mediawijsheid toegenomen. En dat lijkt nodig: de onderzoekers Sam Wineburg en Sarah McGrew lieten studenten van het prestigieuze Stanford University de betrouwbaarheid van een website beoordelen en schreven daarover een artikel in Education Week. Wat bleek? De studenten merkten geen verschil op tussen de website van de American Academy of Pediatrics en het daarvan afgescheiden openlijk homofobe American College of Pediatrics.

3. Impuls voor factchecking

Het is onmogelijk alle informatie die je op een dag tegenkomt zelf te checken op feitelijkheid. De nepnieuwshype heeft echter een impuls gegeven aan professioneel factchecken. Zo gingen NU.nl met NUcheckt en de Universiteit Leiden met Nieuwscheckers een samenwerking aan met Facebook. Facebookgebruikers kunnen aangeven dat een bericht volgens hen ‘nep’ is (zie hieronder). Als zowel de Leidse checkers als hun collega’s van NU.nl het bericht vervolgens als nep aanmerken, dan geeft Facebook gebruikers die het bericht willen delen een melding dat de inhoud van het bericht door derden in twijfel is getrokken.

wat aan de hand

Nepnieuws heeft flinke opschudding teweeggebracht. Er is zelfs sprake van een mediahype. Een hype kan de politiek beïnvloeden en kan ervoor zorgen dat de grote thema’s buiten het nieuws blijven. Aan de andere kant kun je ook stellen dat de hype aandacht genereert voor een groter probleem, misleiding in het algemeen. Mediawijsheid staat weer op de kaart en factchecking heeft een impuls gekregen.


‘Inenten’ tegen desinformatie?

Sander van der Linden, docent en onderzoeker aan de University of Cambridge, doet al jaren onderzoek naar de vraag hoe de wetenschappelijke consensus over de opwarming van de aarde te communiceren. Het klimaatdebat zit volgens Van der Linden vol met ‘desinformatie’, misleidende verhalen waarmee klimaatsceptici het publiek in verwarring brengen.

In een recent verschenen artikel in Global Challenges stellen Van der Linden en enkele collega-onderzoekers dat het mogelijk is het publiek ‘in te enten’ tegen desinformatie. Uit zijn onderzoek bleek dat proefpersonen die waren ‘geïnjecteerd’ tegen desinformatie (ze kregen argumenten aangereikt waarmee ze tegen de desinformatie werden gewapend) minder snel ‘geïnfecteerd’ raakten.

Zie voor een kritische bespreking van het onderzoek het artikel van Pepijn van Erp op De Nieuwe Reporter.

Al 2 reacties — discussieer mee!