NRC-correspondent Oscar Garschagen had fouten gemaakt, maar die waren zeker geen reden voor ontslag, meent Nico Kussendrager. Bovendien is ook NRC in deze kwestie in gebreke gebleven. Het zou de redactie sieren om het initiatief te nemen tot een stevig debat.

Jason Blair, Stephen Glass,  Oscar Garschagen, Jan Haerynck, Perdiep Ramesar. Wie hoort er in dit rijtje niet thuis? Inderdaad Oscar Garschagen. De anderen waren journalistieke oplichters, die bewust hun lezers misleidden, verhalen verzonnen, bronnen fantaseerden, plaatsen beschreven waar ze nooit waren geweest.

En Garschagen? Hij heeft als NRC-correspondent in China journalistieke fouten gemaakt, maar zijn manier van werken is niet te vergelijken met die van eerder genoemde collega’s. En zijn werkwijze is volgens mij zeker geen reden voor ontslag. En al helemaal niet omdat Oscar niet als enige blaam treft. Ook de NRC-redactie heeft steken laten vallen.

Die mening heeft niets te maken met ‘begrijpelijke solidariteit en bewondering voor zijn lange staat van dienst’ (zoals NRC-osmbudsman Sjoerd de Jong afgelopen zaterdag schreef in zijn rubriek), maar met de gang van zaken zoals die blijkt uit het onderzoeksverslag van NRC [pdf].

Slordigheden en gemakzucht

In het geval-Garschagen is geen sprake van het volledig verzinnen van artikelen of van het beschrijven van plekken, waar de journalist nooit is geweest. Met andere woorden: er is geen sprake van moedwillige misleiding. Wel van slordigheden en gemakzucht.

Wat is er aan de hand?

Citaten zijn aangepast ter wille van de leesbaarheid en de toegankelijkheid van het verhaal. Dat gebeurt vaker, zoals de Ombudsman zelf aangeeft. Je zou dit verfraaien kunnen noemen. Maar waar ligt de grens tussen verdraaien en verfraaien?  

Citaten zijn zonder bronvermelding ontleend aan andere media. Dit is niet goed te praten, maar nergens wordt bestreden dat een en ander daadwerkelijk zo is gezegd  en dus niet verzonnen.

Verhalen van informanten zijn samengevoegd vanwege de leesbaarheid en om de bronnen te beschermen. Dat zijn twee verschillende punten. Het samenvoegen is een vaker toegepast journalistiek middel, waarover je van mening kunt verschillen. Reden voor discussie, niet voor ontslag.

Het tweede – bescherming van bronnen – pleit alleen maar voor de integriteit en het verantwoordelijkheidsgevoel van de correspondent. Oscar heeft gefingeerde namen gebruikt. Dat gebeurt vaker in de journalistiek. Goed gebruik is dat eind- of hoofdredactie hiervan op de hoogte wordt gesteld. Dat is kennelijk niet gebeurd. Fout, maar ook dat hoeft nog geen reden voor ontslag te zijn.

Tot slot: sfeerbeschrijvingen zijn gebaseerd op zaken die Garschagen heeft gezien, maar niet op dat moment en niet in die context. Hoort het niet bij het journalistieke ambacht indrukken en citaten zo te verwerken, dat een leesbaar en tegelijkertijd  zo correct verhaal mogelijk ontstaat? Dat is hier gebeurd.  

Verschil met eerdere gevallen

Een parallel met andere gevallen is verder – schrijft ombudsman De Jong in zijn  rubriek van 23 september 2017 – dat bronnen niet meer te achterhalen waren. Dat klopt.

Maar het verschil is volgens mij belangrijker: in andere gevallen was aantoonbaar sprake van niet bestaande informanten. En – het zou er niet toe moeten doen, maar is toch niet onbelangrijk – :  bij de berichtgeving van Garschagen zijn geen mensen beschadigd of beelden gegeven van niet bestaande situaties.

In sommige gevallen zijn de grenzen van het betamelijke – om een in NRC-kringen bekende term te gebruiken –  wellicht overschreden. Maar Oscar heeft – in tegenstelling tot collega’s in het verleden, die terecht hun congé kregen –  geen verhalen geschreven over plaatsen waar hij niet is geweest of  citaten verzonnen.  

Professionele journalistiek

Keuzes  maken, doseren en selecteren, schaven en slijpen tot een goed verhaal ontstaat en tegelijkertijd instaan voor de juistheid van dat verhaal, onderscheidt de professionele journalist van de zogenaamde burgerjournalist.

Professionele journalistiek onderscheidt zich van ‘burgerjournalistiek’  (beter is te spreken van burgerdebat of burgerdiscussie) door het verifiëren  en verantwoorden van informatie. Die termen lijken in de discussie over Oscar Garschagen misplaatst, maar zijn het niet.

Het verifiëren van de berichtgeving had de buitenlandredactie veel eerder moeten doen. Oscar had zo’n onwaarschijnlijk grote productie, dat die aan de ene kant bewondering afdwong en aan de andere kant twijfels opriep.

Geen alarmbellen bij NRC

Het is achteraf, maar ik had al maanden het idee dat zo’n omvangrijke productie nooit aan alle kwaliteitseisen kon voldoen. Net zoals bij een andere zaak Trouw-redacteuren al maanden het gevoel hadden dat een collega het niet zo nauw nam met de betrouwbaarheid van zijn verhalen. Sterker nog: mijn studenten gaven na een gastcollege van de betrokken journalist al aan ‘het niet te vertrouwen’. Ik nam het toen nog voor hem op. Ten onrechte, zoals later bleek.

Waarom zijn bij NRC geen alarmbellen afgegaan? Waarom heeft een gepokt-en-gemazelde NRC buitenlandredactie de correspondent niet eerder aangesproken op zijn artikelen, in plaats zichzelf achteraf te verantwoorden tegenover de buitenwereld? Wat op zich te prijzen valt, vanwege die noodzaak tot verantwoording die hoort bij professionele journalistiek.

Wat daar ook bij hoort, is een voortdurende discussie over de grenzen van de journalistiek. Garschagen heeft gebalanceerd op de grens van het journalistiek ‘toelaatbare’  en die wellicht hier en daar overschreden. Alle reden voor een stevig debat, niet voor het ontslag van een correspondent. Het zou van visie en durf getuigen als de hoofdredactie van NRC voor dat debat het initiatief neemt.


Update vrijdag 6 oktober

NRC-ombudsman Sjoerd de Jong wijst erop dat hij wel degelijk wees op verschillen tussen de in de eerste genoemde alinea journalisten. In zijn rubriek van 27 september schreef hij:

“Hier en daar zijn dan ook al vergelijkingen getrokken met het schandaal rond Perdiep Ramesar, de Trouw-journalist die bij die krant in 2014 werd ontslagen wegens onvindbare bronnen voor zijn artikelen over een Haagse ‘sharia-wijk’. Een parallel is dat ook hij ter verdediging eerst zei (aan het latere onderzoek werkte hij niet mee) talrijke bronnen te hebben gehad, maar die niet meer precies te kunnen achterhalen.

Maar de verschillen zijn relevanter. Bij Trouw klonken al langer argwanende geluiden, bij Garschagen ontbraken die totaal. En, cruciaal: Ramesar bracht een spectaculaire ‘onthulling’ die landelijke ophef veroorzaakte. Bij Garschagen ging het om reportages die niet of nauwelijks controversieel waren en die – ook achteraf – een reële basis in de feiten hadden. Maatschappelijke schade is er dus niet, journalistieke wel.”

Al 2 reacties — discussieer mee!