Factchecken is een manier om foute beweringen te ontmaskeren. Heel goed dus dat het gebeurt. Of toch niet? Factchecks kunnen ook wel eens een onbedoeld effect hebben, meent wetenschapsjournalist Enith Vlooswijk.

‘Moeten we ons bemoeien met die rassenleerdiscussie?’

Ik had getwijfeld of ik deze vraag zou mailen naar het vaste clubje factcheckers van de Volkskrant. Bijna dagelijks stalken we elkaar met onderwerpen voor onze tweewekelijkse ‘Klopt dit wel?’-rubriek.

Moeilijk zijn die onderwerpen niet te vinden. Of je nu een kwaliteitskrant openslaat, het NOS-journaal bekijkt, of koppen snelt op NU.nl, er staat altijd de nodige onzin tussen: door gezichtsyoga lijk je drie jaar jonger, van haarverf krijg je kanker, kijken naar kunst maakt slim en ga zo maar door.

Wij van de Klopt-dit-wel-club lachen samen wat af.

Zin van onzin scheiden

Het doel van die factcheck was mij altijd wel duidelijk: waar sluwe pr-afdelingen, aandachtsgeile politici en slordige wetenschappers de burger een rad voor de ogen draaien, scheiden wij, kloeke wetenschapsjournalisten, de zin van de onzin. Natuurlijk is het vechten tegen de bierkaai – veel mensen geloven nu eenmaal graag in sprookjes – maar als wij voldoende ons best doen die onwaarheden met feiten te ontkrachten, snapt de verstandige lezer wel dat die politicus onzin uitkraamt, die pr-afdeling de boel flest en dat het onderzoek rammelt van alle kanten.

Tot plotseling de discussie losbarstte over IQ-verschillen tussen mensen van verschillende huidskleuren. Een uitspraak, ooit gedaan door Yernaz Ramautarsing, werd door Femke Halsema ter sprake gebracht in De Balie, waarna Thierry Baudet hem niet weersprak, waarop minister Ollongren…

Enfin, het was een rel en ik vroeg me dus af: moeten wij, factcheckers, hier iets mee? Het antwoord dat ik kreeg van ons clubje was helder: Maarten Keulemans was al bezig met een filmpje dat die racistische IQ-onzin eens stevig afbrandde. En terecht. Of… niet?

De vraag bleef een beetje knagen. Natuurlijk moet een uitspraak als die van Ramautarsing weersproken worden. Hij zelf schermde met ‘wetenschappelijk bewezen’, dus het lag voor de hand dat wij, ridders van de waarheid, met wetenschappelijk onderbouwde feiten in de tegenaanval zouden gaan.

Alleen wat levert zoiets op? Zouden racistisch redenerende lezers plotseling denken, gut, misschien zijn de Surinaamse achterburen toch niet minder intelligent dan wij? Of zouden allerlei lezers bevestigd worden in hun sluimerende vooroordelen: er is iets met huidskleur en IQ en wetenschappers onderzoeken dit.

Ontkennen is toegeven

Rond dezelfde tijd las ik een boekje van taalkundige Ronny Boogaart, die schrijft over de ‘paradox van Cruijff’. De voetballegende zou ooit hebben geweigerd in te gaan op de ‘zwembadaffaire’ uit 1974. Er waren geruchten over bijeenkomsten van voetballers met schaars geklede dames bij een zwembad en Cruijff zei, op zijn Cruijffiaans: ‘Ontkennen is een bepaalde vorm van toegeven.’

Wat hij bedoelde, klopt als een bus: ontkenningen hebben meestal precies het omgekeerde effect van wat de spreker beoogt. Zeg dus vooral dat je je niet hebt vermaakt met halfnaakte vrouwen bij een zwembad en het beeld van jou met die wulpse vrouwen nestelt zich voor altijd in het hoofd van de toehoorder.

Beroemdere voorbeelden: denk niet aan een roze olifant, I did not have sexual relations with that woman en I am not a crook.

Communicatiedeskundigen lijken zich bewuster van dit effect dan journalisten. Wetenschapsvoorlichter Roy Meijer van de TU Delft verzamelt voor de aardigheid de journalistieke missers op dit vlak. ‘Er is geen invasie. Europa wordt niet overspoeld door vluchtelingen’, kopte De Volkskrant bijvoorbeeld ooit. Trouw kan er ook wat van: ‘Werkende moeders: je schiet niet tekort’ en ‘AIVD geen schoothondje van VS.’ De rij voorbeelden is even lang als lachwekkend en soms een tikje zorgelijk: staat de eindredactie eigenlijk stil bij het effect van die koppen?

Terug naar onze Klopt-dit-wel-rubriek. Met de beste bedoelingen uitvoerig ingaan op de feitelijke onjuistheid van Ramaultarsings uitspraak, zou dus wel eens precies de omgekeerde uitwerking kunnen hebben. Is dat wat wij beogen? En als dat niet het geval is, moeten we het dan laten? In dat geval blijft gevaarlijke onzin onweersproken.

Achter de feiten

Er is nog een andere reden, waarom feitenchecks hun doel voorbij kunnen schieten. Het idee erachter is dat een feitelijke weerlegging de kracht van de claim automatisch teniet doen. Maar vaak schuilen achter de beweringen emoties en morele oordelen, die zich door feiten onmogelijk laten weerleggen. Vooral bij maatschappelijk gevoelige onderwerpen, zoals klimaatmaatregelen, vaccinaties, of gasboringen, functioneren de feiten vaak als wapens waarmee voor- en tegenstanders elkaar fanatiek bestrijden, zonder dat ze zich door de tegenpartij laten overtuigen.

Ramautarsings uitspraak over intelligentie en huidskleur draait helemaal niet om de academische discussie rondom IQ, of om de verschillen tussen volkeren. Wat deze FvD’er vooral wilde zeggen, is dat discriminatie op de arbeidsmarkt helemaal niet zo kwalijk is als het lijkt. Werkgevers kiezen nou eenmaal graag voor de intelligentere kandidaten! Een kolfje naar de hand van iedereen die de aantijgingen van racisme door gekleurde minderheidsgroeperingen zat is.

Of de wetenschap achter de uitspraak nu wel of niet klopt, is van ondergeschikt belang. Sterker nog, hoe meer nadruk er komt op de feitelijke kant van de zaak, des te  groter is de kans dat voorstanders van Ramautarsing op de proppen komen met rammelende onderzoeken die hun eigen gelijk bevestigen. De oorspronkelijke motivatie achter de claim raakt zo steeds verder uit het zicht.

Niet meer doen dus, die feitenchecks? Zo ver wil ik zeker niet gaan: onzin en halve waarheden smeken om een ontmaskering. Maar journalisten zouden zich vaker kunnen afvragen welk effect ze willen scoren met hun artikel en welke vorm daarvoor het meest geschikt is. Zeker wanneer het gaat om maatschappelijk gevoelige onderwerpen, is het soms zinvoller om voorbij de feiten te zoeken naar motieven en emoties achter de claims.

Dit stuk verscheen eerder op de website van Enith Vlooswijk.

Al één reactie — discussieer mee!