Nepnieuws raakt de democratie in haar hart: alleen als burgers goed geïnformeerd worden kunnen zij een mening vormen en hun politici kritisch controleren. Traditionele nieuwsmedia hebben hun gezag bij burgers echter deels verloren. Die burger krijgt steeds vaker zijn nieuws tot zich via sociale media. Die worstelen al sinds het begin van het internet met trollen en nepberichten. Ook zijn het bekende echoputten: mensen luisteren het liefst naar gelijkgestemden.

Sociale platformen als boosdoener

Facebook, Google en Twitter worden momenteel aangewezen als de grote boosdoeners en verspreiders van nepnieuws. Een aantal politici vindt dat deze platformen verantwoordelijk zijn voor de verspreiding ervan en dus ook voor een oplossing. In diverse landen zijn maatregelen aangekondigd. De grote platformen kregen een zware ondervraging tijdens een hoorzitting in het Amerikaanse parlement. De Britse regering onderzoekt of sociale platformen de status van uitgever moeten krijgen en net als andere nieuwsmedia aan bepaalde regelgeving kunnen worden onderworpen. In Nederland zou zo’n stap betekenen dat Facebook, Google en Twitter onder de mediawet gaan vallen net als televisiezenders en kranten.

De platformen zelf waren tot nu toe erg terughoudend: zij zagen zichzelf vooral als doorgeefluik van informatie en als distributiekanaal, niet als een verwerker of uitgever van nieuws. Inmiddels zijn Facebook en Google gezwicht en drukdoende om de verspreiding van nepnieuws via hun platformen in te dammen. Dat gaat echter niet zonder vallen en opstaan.

Voor we kunnen vaststellen of de aanpak van nepnieuws effectief is moeten we eerst de vraag beantwoorden wat nepnieuws eigenlijk is. Deze term blijkt een verzamelbak van heel veel verschillende verschijnselen. We identificeren er drie.

Type 1: feitelijke onwaarheden

De eerste categorie nepnieuws zijn berichten die feitelijk onjuist zijn: ze gaan bijvoorbeeld over gebeurtenissen die nooit hebben plaatsgevonden. Daarnaast kan het gaan om getrukeerde foto’s en video’s en foutief geciteerde of genoteerde informatie. Denk bijvoorbeeld aan de getrukeerde foto van Alexander Pechtold die vorig jaar tijdens de verkiezingscampagne door Geert Wilders via Twitter werd verspreid.

Het identificeren van dit soort nepnieuws kan alleen door terug te gaan naar de bron en door de verhalen, foto’s en video’s heel nauwkeurig te analyseren. Met de opkomst van nieuwe technologieën zoals kunstmatige intelligentie, wordt het achterhalen van vervalste foto’s en video’s een hele nieuwe uitdaging: op basis van stem en gezicht kun je een video maken van iemand waarin je hem alles kunt laten zeggen wat je maar wilt. Fotografieconcern Kodak werkt daarom aan een registratiesysteem voor foto’s waarmee herkomst en echtheid kunnen worden vastgelegd.

Daarnaast kunnen bronnen als de encyclopedie, het weerbericht en de landkaart uitkomst bieden om feitelijke onjuistheden te achterhalen. Naar analogie met de wetenschap: één meting is nog geen bewijs, er zullen meerdere bronnen nodig zijn om vast te kunnen stellen of iets daadwerkelijk is gebeurd.

Type 2: bediscussieerde feiten

Dit ligt lastiger bij onderwerpen waarover de wetenschap of samenleving nog geen consensus heeft bereikt. Bij het klimaatdebat duurde het decennia voor de meerderheid zich uitsprak over de menselijke invloed. Toch wordt deze vandaag de dag nog steeds door een groep bekritiseerd.

Sceptici kunnen de wetenschappelijke discussie gebruiken om verdeeldheid te zaaien. Zo hebben bepaalde lobbygroepen jarenlang twijfel gezaaid over de schadelijke effecten van roken, wat heeft bijgedragen aan een vertraging van het overheidsbeleid om roken aan te pakken (zie bv. ‘The Merchants of Doubt’).

Bij dit type nepnieuws zien we hoe belangrijk reputatie en gezag zijn bij het vaststellen van de betrouwbaarheid van nieuws. In een tijd waarin wetenschappers en media steeds meer gewantrouwd worden en burgers zichzelf overschatten is dit een steeds grijzer gebied geworden.

Type 3: discussie over de context

Nieuws kan ook ‘nep’ worden als uitspraken die letterlijk zijn gedaan uit hun context worden gehaald, vaak door ze te versimpelen. Vaak horen we politici hier na interviews over klagen. Zij herkennen zichzelf niet meer in de weergave van hun eigen woorden. Daar komt nog bij dat lezers of kijkers allemaal hun eigen interpretatie maken van wat er is gezegd. Die vele interpretaties worden vervolgens weer via sociale media verspreid. Hier ontstaat niet direct consensus.

In deze gevallen hebben we dus meer context nodig, ruimte voor wederhoor en moeten we rekening houden met verschillende interpretaties. Ook hier is pluriformiteit van media belangrijk: verschillende interpretaties vanuit verschillende opvattingen en verschillende visies op de wereld. Dat vat je niet samen met één algoritme.

Nepnieuws identificeren

We zien dus hoe complex nepnieuws is en dat er veel categorieën nieuws bestaan waarbij het waarheidsgehalte eerder een inschatting of beoordeling betreft dan een hard meetbaar feit. In veel gevallen is het niet een kwestie van waar of niet waar. Je zou ook gewoon kunnen zeggen dat objectieve journalistiek een illusie is.

Het omgaan met deze complexiteit is natuurlijk de core business van de traditionele nieuwsmedia. Nu hun inkomsten teruglopen, redacties kleiner worden en er met sociale media nieuwe nieuwsbronnen zijn bijgekomen, kunnen zij niet langer alle gepubliceerde en verspreide informatie controleren. Wat daar nu aan gedaan kan worden bekijken we in de volgende afleveringen.

Lees ook deel 2: Fact-checken: gevecht tegen de bierkaai!?

Nepnieuws
Nog geen reactie — begin de discussie!