Opvallend om uiteenlopende redenen waren de klachten tegen NRC Handelsblad: niet alleen het factchecken van een opiniestuk, maar ook de zakelijke handel en wandel van een DENK-Kamerlid en de bezwaren van Likoed Nederland tegen een artikel over de nieuwe VS-ambassadeur in Israël.

Factcheck van een opiniestuk

NRC publiceerde een opiniestuk van Thomas Spijkerboer, hoogleraar migratierecht in Amsterdam. Het artikel ging over de vraag of de Nederlandse overheid had mogen verhinderen dat Turkse ministers hier Turkse Nederlanders zouden toespreken over het referendum in Turkije. In dat referendum, aldus Spijkerboer, zou gestemd worden voor of tegen “een presidentieel systeem , waarbij de huidige president Erdogan een positie zou krijgen die veel lijkt op die van zijn Franse of Amerikaanse collega.”

Twee weken later stond in de rubriek ‘nrc.checkt’ dat deze uitspraak als onwaar beoordeeld moet worden, want “deskundigen op het gebied van politieke stelsels zeggen dat de macht van een Turkse president veel groter zou zijn”. Spijkerboer was het niet met dat oordeel ‘onwaar’ eens. Het ging hem helemaal niet om een vergelijking tussen landen, maar om het aan de kaak stellen van het Turkse staatsrechtelijke systeem. De vergelijking met andere landen was een terloopse. Die als onwaar betitelen tastte zijn reputatie als wetenschapper aan.

Toen hij vóór de publicatie van de factcheckrubriek werd gebeld, had hij helemaal niet in de gaten dat het om die vergelijking ging. Wanneer de conclusie geweest zou zijn dat die “te kort door de bocht was”, zou hij daartegen geen bezwaar hebben gehad, maar de kwalificatie ‘onwaar’ ging hem te ver. Daarom verlangde hij een rectificatie, maar daartoe was de krant niet bereid. Wel gaven de krant en zijn ombudsman toe, dat het wellicht beter zou zijn geweest om het opiniestuk vóór plaatsing aan te passen dan een zinsnede daaruit te selecteren voor de factcheckrubriek.

De Raad vond met klager dat de bewuste zinsnede bij nader inzien op twee manieren opgevat kon worden. Dus had de factcheckende journalist hierover aan de telefoon duidelijker moeten zijn en klager moeten vragen wat hij precies bedoelde. Door dat niet te doen en de zinsnede op te vatten zoals door klager niet bedoeld en dat vervolgens als onwaar te bestempelen, handelde NRC onzorgvuldig.

Deze conclusie leidde tot een vernietigende rubriek van de NRC-ombudsman over dit “bizarre vonnis”. De Raad heeft zich hier een rad voor ogen laten draaien door een hoogleraar die het in eerste instantie prima vond („goed dat dit verhelderd wordt”), maar die in tweede instantie bevreesd was om zijn reputatie vond hij.

Likoed klaagt over NRC

Veel aandacht trok ook de klacht van Likoed Nederland tegen NRC. De krant had een artikel naar aanleiding van de benoeming door Trump van een nieuwe ambassadeur in Israel. Het stuk had als kop “Rechtse Israëliers zijn dolgelukkig met Trump”. Volgens Likoed was het artikel onjuist en tendentieus. Zo had de schrijver niet mogen beweren dat Jeruzalem internationaal de status van ‘corpus separatum’ heeft. Die term houdt in dat geen enkele natie haar soevereiniteit over de stad uitoefent, waar toch internationaal erkend is dat Israël dat wél rechtmatig doet. Verder werd ten onrechte aan David Friedman (de nieuwe ambassadeur) het citaat “Liberale joden zijn erger dan nazicollaborateurs” toegeschreven. Het is een verminkt citaat dat bovendien niet klopt omdat de term ‘liberal jews’ iets geheel anders betekent dan ‘liberale joden’. Nu lijkt het er op dat alle liberaal-religieuze Joden voor nazicollaborateurs worden uitgemaakt.

Allereerst was uiteraard de ontvankelijkheidskwestie aan de orde: is Likoed rechtstreeks belanghebbende? De Raad vond van wel: het is “een organisatie die door doelstelling en feitelijk handelen opkomt voor het in het geding zijnde belang”. Bovendien staat in die doelstelling onder meer “het wijzen op fouten in de journalistieke berichtgeving”!

De Raad vond het artikel journalistiek zorgvuldig, omdat het oorspronkelijke citaat niet letterlijk werd geciteerd, maar geparafraseerd om zo de leesbaarheid te vergroten. Verder was het beter geweest de term ‘progressieve Joden’ te gebruiken, maar dat maakt het artikel nog niet onzorgvuldig. Dat geldt ook voor de term ‘corpus separatum’: wellicht had deze term beter uitgelegd of weggelaten kunnen worden, maar daarmee is nog geen sprake van een vertekend beeld of een onzorgvuldige weergave.

Te stellige en dus onjuiste kop

NRC had een serie artikelen over de zakelijke activiteiten van Selçuk Öztürk, voorzitter van DENK en Tweede Kamerlid voor die partij. Hierin meldde de krant dat een Limburgse zorginstelling onderzoek liet doen naar mogelijk laakbaar handelen van Öztürk bij een zakelijke transactie. Een van zijn bedrijven kocht een voormalig zorgcomplex voor een opmerkelijk lage prijs. Öztürk wilde op die locatie een hotel beginnen, maar had daarvoor een wijziging van het bestemmingsplan nodig. Dat regelde hij volgens de krant met Jos van Rey, toen wethouder in Roermond.

Bovendien beraadt een Utrechtse zorginstelling zich ‘op een onderzoek naar mogelijke omkoping van een medewerker door de politicus’. Hij zou een opdracht om marktonderzoek te doen voor die zorginstelling hebben verkregen door met een medewerker af te spreken dat de opbrengst van € 15.000 tussen beiden verdeeld zou worden. Öztürk weigerde vragen van de krant over zijn zakelijk verleden te beantwoorden.

De Raad was het met klager eens, dat de kop en de onderkop boven een van de artikelen (“Onderzoek integriteit Denk-voorzitter Öztürk” en “Vastgoed-deal. Twee zorginstellingen verdenken Kamerlid Öztürk van laakbaar handelen”) te stellig en daarmee onjuist waren. Voor het overige handelde NRC wel zorgvuldig: de onderzoeksjournalisten deden hun werk grondig en boden ruimschoots de gelegenheid tot wederhoor.

De ombudsman van de krant vond ook dat de kop niet klopte. Het onderzoek ging over zakelijke transacties, niet over integriteit, hoewel het een het ander met zich mee kan brengen. Te stellig vond hij de kop niet, want het artikel zelf was duidelijk en overtuigend, de kop ook. Curieus was volgens de ombudsman de overweging van de Raad dat iemand met een hoge positie (zoals een Kamerlid) recht heeft op extra zorgvuldigheid in de kop. “Maar waarom zouden juist hoge bomen recht hebben op minder wind?” De Raad zei dat overigens omdat koppen een grote rol spelen in de manier waarop andere media een zaak oppakken wanneer het om bekende Nederlanders gaat (5).

Later deed Joep Dohmen, onderzoeksjournalist van NRC, nog een verzoek tot herziening. Hij vond dat de Raad zich onvoldoende had gerealiseerd, dat niet de redacteuren maar de eindredactie de koppen maakt. De Raad stelde daar tegenover dat Dohmen bij de behandeling van de zaak (mede) verantwoordelijkheid heeft genomen voor kop en onderkop en deze keuzen ook heeft verdedigd. Het herzieningsverzoek werd afgewezen.

Facebookpagina als nieuwsbron

Is een niet afgeschermde Facebookpagina onderdeel van de publieke ruimte? Mogen journalisten putten uit wat ze daar aantreffen? Of behoort dit tot het privédomein en moet de journalist daar in beginsel wegblijven? De Raad zei in een ambtshalve uitspraak uit 2010 dat beelden en teksten weliswaar zonder veel moeite op sites te vinden zijn, maar dat ze desondanks niet gebruikt mogen worden voor een ander doel dan waarvoor ze op de website zijn gepost, namelijk om een beperkte doelgroep te informeren. Journalisten “moeten terughoudendheid betrachten bij het ongevraagd en zonder toestemming publiceren daarvan in een ander medium en voor een ander doel”.

In een klacht tegen het Noordhollands Dagblad zei de Raad in 2017 dat journalisten mogen putten uit openbare bronnen zoals een niet afgeschermd Facebookbericht. De krant berichtte over de mishandeling van een zestienjarige jongen op de kermis. Bovendien werd een dag eerder zijn portemonnee gestolen. De jongen plaatste zelf een (niet afgeschermd) bericht hierover op zijn Facebookpagina met een oproep aan alle lezers om dat bericht te delen omdat hij getuigen zocht. De krant verifieerde het gebeurde bij de politie en plaatste het bericht met daarin de volledige naam van de jongen. Zijn ouders vonden dat de krant niet over deze vervelende gebeurtenissen had mogen berichten en dat in elk geval de naam van hun zoon niet volledig vermeld had mogen worden. Zij voelden zich hierdoor niet meer veilig. De Raad vond deze handelwijze niet onzorgvuldig omdat de jongen zelf de publiciteit had gezocht.

Website voor wederhoor?

Wederhoor parkeren op de website, kan dat? Ja, want uitzending en website zijn één, zeggen de makers. En bovendien werken we multimediaal. Maar naar de uitzending kijken veel meer mensen dan naar de website. Is dat parkeren dan fair? De Raad vond van niet in een klacht van een verhuurder van studentenwoningen tegen het televisieprogramma Kassa van BNNVARA. De redactie had tips binnengekregen over kwalijke praktijken met betrekking tot de huurprijs, de servicekosten en de privacy van de bewoners. De verhuurder wilde niet voor de camera verschijnen om op de beschuldigingen te reageren. Evenmin wilde hij aanwezig zijn in de uitzending zelf. Hij gaf alleen een uitvoerige schriftelijke reactie op alle beschuldigingen die hem per mail waren voorgelegd.

In de uitzending zelf werd aan deze reactie één zin gewijd en werd de kijker verder naar de website verwezen. De Raad vond dat daardoor de uitzending niet in balans was en dat dus op dit punt onzorgvuldig was gehandeld. Aan de reactie had uitvoeriger aandacht besteed moeten worden. Verder was sprake van een zorgvuldig gemaakte uitzending. De beschuldigingen waren deugdelijk onderzocht.

Klacht over onjuiste weergave uitspraak Raad in de krant

De uitspraak van de Raad weergeven in de krant of op de website en die voorzien van een naschrift waarin je het gelijk toch weer naar je toe haalt, is dat fair? In elke conclusie van de Raad staat standaard het zinnetje dat de Raad aan de betrokken media de aanbeveling doet om de conclusie “ruimhartig te publiceren”.

Zo verscheen in De Twentsche Courant Tubantia een artikel over een conclusie van de Raad met als kop “Uitspraak klachten”. In het artikel werd aandacht besteed aan twee recente klachten tegen deze krant. Daarop stapte de klager in een van beide zaken opnieuw naar de Raad, nu met de klacht dat de conclusie niet correct in de krant is gekomen. Bovendien heeft de redactie volgens de klager een onjuist naschrift toegevoegd en is de naam van de journalist niet vermeld in de samenvatting.

De Raad vond dat de conclusie nagenoeg volledig en correct is samengevat. Het had de krant gesierd wanneer ook de naam van de journalist was vermeld, maar het achterwege laten daarvan maakt de publicatie niet onzorgvuldig. In een naschrift liet de hoofdredactie weten zich niet te kunnen vinden in de conclusie van de Raad. De klager had in eerste instantie elk contact met de krant geweigerd en daarom was wederhoor niet mogelijk. De Raad had onderscheid gemaakt tussen het raadplegen van bronnen tijdens de voorbereiding van het verhaal en het wederhoor achteraf. De krant had volgens de Raad dit onderscheid niet goed begrepen. Desondanks was van een onzorgvuldige weergave van de conclusie geen sprake omdat de kern correct in de samenvatting stond.

Lees ook deel 1 van het jaaroverzicht van de Raad voor de Journalistiek: Media kregen in 2017 vaker gelijk bij de Raad voor de Journalistiek.

Huub Evers

Lector Fontys Hogeschool Journalistiek

Huub Evers is media-ethicus en lid van de Raad voor de Journalistiek. Hij was lector bij Fontys Hogeschool Journalistiek in Tilburg.
Profiel-pagina
Nog geen reactie — begin de discussie!