In mei 2016 kreeg ik de eer om bij de Jaarvergadering van de Raad voor de Journalistiek een lezing te geven. Ik schreef en schrijf veel over radicalisering en extremisme, en vertelde over de wirwar van belangen in de (de)radicaliseringsindustrie. Het is een wereld met de nodige opportunisten, die er niet voor terugdeinzen om collega’s zwart te maken – al dan niet ten faveure van zichzelf.

Een fotootje van een collega die bij een lezing van een radicale imam zit, is zo gelekt. “Ik zie een hoop heeft-banden-met-journalistiek,” betoogde ik. “Het maakt iemand honderd procent verdacht, terwijl je er nul procent mee bewijst. Want wat zegt het eigenlijk, dat twee mensen elkaar kennen of in dezelfde ruimte zijn geweest? Het feit op zichzelf zegt nog niks, het is hooguit een aanleiding voor een verhaal. Maar de verdachtmaking wordt als een bewezen misstand de wereld in geslingerd.”

Hoe pijnlijk is het dat ik daar een principe stond te verdedigen, waar ik vervolgens een jaar later zelf mee de fout in ging.

Het gesloten “Marokkanen-netwerk”

Juli 2017. Twee weken nadat ze zelf ontslag nam, wordt de Amsterdamse radicaliseringsambtenaar Saadia ait-Taleb geschorst op verdenking van fraude en belangenverstrengeling. Er verschijnen artikelen in de media over het gesloten “Marokkanen-netwerk” in de Stopera, een clubje van bevriende Marokkaanse Nederlanders die elkaar lucratieve klussen zouden toeschuiven.

De gemeenschappelijke deler? Ze zijn allemaal op de een of andere manier te linken aan voormalig PvdA-stadsdeelvoorzitter Fatima Elatik. Zelf deed ik ook een duit in het zakje, door hijgerig een screenshot uit een gemeentelijke folder te Twitteren: “Weten jullie trouwens wie de directe collega was van Saadia? Mounir Dadi, de echtgenoot van Fatima Elatik.”

De tweet werd meer dan 300 keer gedeeld. Het was heeft-banden-met-journalistiek bij uitstek. En wat had ik er eigenlijk mee bewezen?

Sfeer van cliëntelisme

Andere media gingen nog verder. Een krant publiceerde een prikbord, waar er onder de noemer: “Het netwerk van Saad’ en Faat” allemaal lijntjes werden getrokken. Er verschenen verhalen waarin Elatik werd neergezet als de grote genius achter het netwerk, met Saadia als haar rechterhand. Dat Elatik niet eens in dienst was van de gemeente, vormde geen bezwaar voor de weergave.

De berichtgeving ademde een sfeer van cliëntelisme uit, wat nog eens werd versterkt door de verdenking die er tegen Saadia lag. En ja, de hoofdpersonen kenden elkaar inderdaad allemaal. Bovendien bleek de Amsterdamse afdeling Radicalisering & Polarisatie niet naar behoren te functioneren.

Ik sprak zelf ook behoorlijk wat boze bronnen die klaarstonden om uit de school te klappen. Ze vonden Saadia incompetent, hielden haar er persoonlijk voor verantwoordelijk dat zijzelf niet meer door de gemeente Amsterdam werden ingehuurd, en een deel vermoedde dat Elatik hier een hand in had gehad.

Een terrorismeonderzoeker vertelde me dat hij bedenkingen had bij de berichtgeving: “Saadia is een uitvoerder, geen topambtenaar. Ze heeft niet eens de bevoegdheid om facturen goed te keuren, laat staan dat zij mensen kan aannemen.”

Grijze Campagne

September 2017. Vlak voordat wijlen burgemeester Eberhard van der Laan (PvdA) zijn werk moest neerleggen wegens ziekte, hoorde ik voor het eerst over de Grijze Campagne. Het was een geheim antiradicaliseringsproject van Van der Laan waar niemand van mocht weten, en waar Saadia en Mounir in het geheim aan werkten.

Over de Grijze Campagne is inmiddels een hoop geschreven. Het was een journalistieke scoop waarmee ik het NOS Journaal haalde, en zelfs mocht aanschuiven in Pauw. Het had alle ingrediënten: een eigenwijze burgemeester, ambtelijk gekonkel in de Stopera, en het wierp ook nog eens de vraag op wat vicepremier Kajsa Ollongren (D66) hiervan wist (waarschijnlijk niks).

Maar wat in alle berichten en bij mijn optreden minder prominent naar voren kwam, is dat het verhaal van de Grijze Campagne een ander licht scheen op dat “gesloten Marokkanennetwerk”. Saadia bleek inderdaad slechts een uitvoerende kracht, en geen “topambtenaar”. Niemand werd aangesteld zonder expliciete goedkeuring van de burgemeester, of na verschillende sollicitatiegesprekken met haar superieuren. Evenmin kon ze vanuit haar positie facturen goedkeuren.

Rekeningen vereffenen

De gesprekken die ik voor het verhaal van de Grijze Campagne voerde, sloegen het beeld van Saadia als alleenheerser binnen de Stopera aan diggelen. De boze bronnen die ik eerder had gesproken, bleken er vaak persoonlijk belang bij te hebben om zo uit de school te klappen. Sommigen dat ze op opdrachten uit het stadhuis aasden, anderen omdat ze Saadia ongeschikt vonden, en weer anderen omdat ze nog een persoonlijke rekening met Saadia (en soms ook met Elatik of de gemeente Amsterdam in het algemeen) te vereffenen hadden. Maar direct bewijs hadden ze niet.

Een voorbeeld. Nadat jongerenimam Yassin Elforkani in 2014 in de media kritiek uitte op de aanpak van de gemeente Amsterdam (die niet hard genoeg zou ingrijpen), wilde Van der Laan hem niet meer inhuren. Saadia mocht het slechte nieuws brengen.

Zo kwam het niet terug in de media. Na het strafontslag van Saadia kwam er in verschillende profielen terug dat bronnen hadden verteld dat Elforkani “door Saadia” aan de kant was geschoven. En dat hij nooit meer was uitgenodigd voor bijeenkomsten die “door Saadia’s afdeling” waren georganiseerd. Het leek net alsof haar beslissing was geweest, terwijl zij enkel de boodschapper was.

Alles “om niet”

Saadia bleek eveneens geen enkele hand te hebben gehad in de aanstelling van Elatiks man Mounir Dadi. Hij was in 2013 met alle problematiek rond Syriëgangers door mensen hogerop in de Stopera benaderd om voor de gemeente Amsterdam te werken. Omdat hij beroepsmatig al ervaring had opgedaan met radicalisering in Kopenhagen en Birmingham, was zijn aanstelling een logische keuze.

En Elatik? Die was inderdaad bij veel antiradicaliseringsbijeenkomsten geweest, als aanwezige, als trainer en als dagvoorzitter. Maar zij had dit altijd gedaan op persoonlijk en nadrukkelijk verzoek van Van der Laan. En, niet onbelangrijk, ze had het ook nog eens altijd “om niet” gedaan en er geen cent mee verdiend.

Eerherstel bleef uit

November 2017. Hoewel Nederland smulde van de rel van de Grijze Campagne, bleef eerherstel uit. “Zeer stellige verhalen op basis van documenten en anonieme bronnen,” schreef een collega-journalist in de krant. Saillant detail: diezelfde collega had twee maanden eerder juist zelf op basis van enkel anonieme bronnen een nogal stellig verhaal over het “koninkrijkje” van Saadia geschreven, met Elatik als “regisseur op de achtergrond.”

Het medium dat eerder het prikbord bracht met alle lijntjes, suggereerde later meerdere malen in de krant dat de verhalen rond de Grijze Campagne een spin waren van “team-Saadia”.

Geen kickbackconstructies

Augustus 2018. Terugkijkend, hebben we als journalisten daadwerkelijk een “gesloten Marokkanennetwerk” aan het licht gebracht? Na ruim anderhalf jaar onderzoek door Bureau Integriteit, de politie en het OM is van de verdenking tegen Saadia nog maar een fractie over. Er zijn drie facturen waarvan het OM vermoedt dat Saïd J. er geen of te weinig werkzaamheden voor heeft verricht. Saadia zou er volgens het OM op z’n minst van hebben geweten.

Maar er zijn geen kickbackconstructies gevonden, geen smsjes met: “Hé, ik heb deze opdracht voor je geregeld, zullen we vanavond uit eten gaan om het te vieren?” En Elatik is al helemaal nooit in beeld geweest als het vermeende brein erachter.

Heeft-banden-met-journalistiek

Ik moest hieraan terugdenken toen De Telegraaf onlangs een verhaal bracht over twee door de gemeente Rotterdam ingehuurde radicaliseringsexperts. “Salafisten in stadhuis” kopte de krant. Een aantal anonieme bronnen die uit het netwerk van sleutelfiguren waren gezet, uitte in het artikel hun zorgen over de achtergrond van de twee: Ahmed Harika en Alia Azzouzi.

Maar uit het artikel werd niet duidelijk waarom de twee radicaliseringsexperts salafist zouden zijn, en evenmin was helder waarom ze hun werk niet goed zouden doen. Het was een klassiek voorbeeld van heeft-banden-met-journalistiek: honderd procent verdachtmaking, nauwelijks bewijs, en dat alles op basis van anonieme bronnen die boos waren dat ze niet meer als sleutelfiguur werkten.

Essentiële informatie

Wie Alia Azzouzi opzoekt, ziet dat zij een hippe koffietent heeft, dat ze met een gebloemde hoofddoek een selfie nam voor het Witte Huis, en dat zij vorig jaar nog de H.H. Horstingprijs ontving voor haar verbindende initiatieven in Rotterdam. Daarmee lijkt ze nou niet echt het prototype van een van-de-samenleving-afgekeerde-salafistische-orthodoxe.

De Telegraaf rekende Ahmed Harika aan dat hij advieswerk had verricht voor stichting Waqf die een ‘salafistenschool’ in Rotterdam had willen openen. Maar uit de beantwoording van raadsvragen bleek dat hij juist essentiële informatie over de school aan de gemeente had gegeven, waarna de komst van de school is tegengehouden.

Desalniettemin werd wel het beeld neergezet dat zij zouden opereren als een verlengstuk van mensen die ze kennen, waar ze wel eens mee in een ruimte hebben gezeten, of waarvoor ze werkzaamheden hebben verricht. Opnieuw ademde de berichtgeving een sfeer van cliëntelisme uit.

Creatief banden leggen

Als deze twee radicaliseringsexperts fouten hebben gemaakt of aantoonbaar met dubbele agenda’s hebben gewerkt, dan mag én moet dat worden benoemd. Maar zolang geen enkel concreet voorbeeld van slecht of dubieus functioneren kan worden gegeven, is het niet gerechtvaardigd om hen met naam en toenaam in de krant te slingeren, suggererend dat het hier om intriganten gaat.

Wanneer ik een beetje creatief naar mezelf kijk vanuit de heeft-banden-met-journalistiek, dan kan ik mezelf ook linken aan Dino Soerel, zelfmoordterrorist Lotfi S., en neonazi-kopstukken. Terwijl het niet eens in me zou opkomen dat ik om wat voor reden dan ook hun belangen zou dienen. Het is te makkelijk om op basis van een verdachtmaking ervan uit te gaan dat een ander niet onafhankelijk zou opereren.

Dat betekent niet dat we niet waakzaam moeten zijn. Het betekent ook niet dat we ons geen zorgen mogen maken over orthodoxe invloeden. Maar we moeten af van de heeft-banden-met-journalistiek. Het is hooguit het begin van een onderzoeksverhaal. Laten we speuren naar feiten en misstanden, in plaats van verdachtmakingen de wereld in helpen. Reken mensen af op wat ze daadwerkelijk dóén, in plaats van met een soort guilty-by-association-structuur te suggereren wat ze mogelijk zouden kunnen zijn.

Banden met Elatik?

Toen ik onlangs mijn excuses maakte voor mijn hijgerige tweet en erop reflecteerde, appte een collega: ‘Knap, die zelfreflectietweets. Dat durf ik echt niet. Maar goed dat iemand het doet.’

Maar waarom zouden we het niet doen? Ik heb geprobeerd het beeld recht te trekken met mijn verhaal over de Grijze Campagne, en ik bied hierbij nogmaals mijn excuses aan: ik zat met mijn tweet fout en ik ga hem verwijderen. Maar in m’n eentje kan ik niet voor eerherstel zorgen. Ik hoop dat collega’s zich ook geroepen voelen om iets te doen aan de beeldvorming die zij zelf hebben gecreëerd.

Een van de boze bronnen die ik vorig jaar sprak, stuurde me twee maanden terug een venijnig bericht. Ze was boos dat ik Fatima Elatik niet in mijn stukken had aangepakt. Ze vermoedde dat dit kwam omdat ik promoveer bij hoogleraar Edwin Bakker. Die is immers hoofd kennis en onderzoek bij de Politieacademie, en had Elatik niet ook voor de politie gewerkt? “Ik snap je beperkingen wel hoor, jij moet ook promoveren.”

U begrijpt, ook ik behoor na deze constatering tot de vermeende kongsi van Elatik. Misschien vind ik mezelf binnenkort wel terug in een prikbordfoto.

Nikki Sterkenburg

Nikki Sterkenburg (1984) is journalist bij Elsevier Weekblad en schrijft veel over radicalisering en extremisme. Daarnaast promoveert ze …
Profiel-pagina
Nog geen reactie — begin de discussie!