In 2015 stonden onze televisieschermen, kranten, en sociale media vol met berichten over een “toevloed” van migranten die Europa binnen “stroomden”, begeleid door beelden van mensen in overvolle bootjes of van lange mensenslierten kronkelend door velden.

Deze water-woorden en beelden wekken de suggestie dat migratie een natuurkracht is, zoals water dat gaat waar het wil en alleen door de zwaartekracht wordt voortgestuwd. Deze woorden zien we nu weer, in de berichtgeving over de “migrantenkaravaan” van duizenden Hondurezen die het geweld in Honduras zijn ontvlucht en proberen om de VS te bereiken.

Migrantenstromen

Maar hoe we de dingen noemen doet ertoe. Een bericht van Reuters van 21 oktober kopte dat “duizenden in de migrantenkaravaan Mexicaanse stad binnenstromen” (“pour into Mexican city”), terwijl een Reuters-bericht van twee dagen eerder sprak over een “vloedgolf” (“surge”) van “verfomfaaide” (“bedraggled”) migranten die probeerden “een bres te slaan” (“breach”) in de Mexicaanse grens.

Intussen werd in andere nieuwskanalen het water-thema doorgezet met berichten over een migranten “storm” in het Britse Daily Mail en een “golf” in USA Today. Ook buiten Europa en Noord-Amerika vinden we dergelijke berichtgeving: de Venezolaanse Telesur heeft het over een “tweede migratiegolf”.

In Nederland schreef De Telegraaf “Grote migrantenstromen trekken naar VS” – met dikke rode letters wie nog niet begrepen had dat er in de ogen van De Telegraaf sprake is van een noodtoestand.

telegraaf

Een tegengeluid kwam van Oneworld, dat de aandacht vestigde op de dehumaniserende werking van dergelijk taalgebruik.

Hoe we de dingen noemen doet ertoe, omdat politici de taal van media overnemen, zodat een zichzelf versterkende migratie-taal ontstaat. Trump sprak over “stromen” in zijn veroordeling van de Hondurese migrantenkaravaan, terwijl Mark Rutte eerder dit jaar zei dat Europa niet klaar was voor een nieuwe “migrantenstroom”.

Ervaringen van migranten verhullen

Hoe we de dingen noemen doet er toe, omdat het minstens zoveel verhult als dat het onthult. Het wijdverbreide gebruik van water-taal en andere natuur-metaforen in publiek debat over migratie verhult de ervaringen en motivaties van migranten.

Spreken over rivieren, stromen, golven en vloedgolven maakt onzichtbaar dat duizenden mensen duizenden kilometers te voet afleggen. Ze lopen over wegen, heuvels op, grenzen over; ze zijn moe en hongerig, hun voeten doen pijn. Ze reizen vaak met kinderen, want ze zijn armoede en dodelijk bendegeweld ontvlucht en zoeken een veilige toekomst in de VS.

De Brits-Somalische vluchteling en dichter Warshan Shire schrijft indringend dat “niemand zijn kinderen in een boot zet tenzij het water veiliger is dan het land”, en ook voor de Hondurese migrantenkaravaan geldt dat niemand duizenden kilometers zou lopen als de weg niet veiliger was dan thuis.

Eén van de mensen die onderweg is is Orellana, een werkloze huishoudelijk werkster die reist met haar twee vijf jaar oude kleinzoons. Ze verklaarde dat wel op weg moest, nadat de vader van de jongens was vermoord en ze “hen niet meer kon voeden”, aangezien ze te oud was om zelf nog een baan te vinden. En dus besloot Orellana om te proberen in Texas te geraken, waar haar dochter, die drie jaar geleden is geëmigreerd, nu woont.

Bewuste keuze

Wat de water-metaforen ook aan het oog onttrekken is dat Hondurezen zoals Orellana geen willoze wezens zijn: zij kiezen bewust voor deze reis, en dat ze er voor kiezen om in zo’n grote groep te reizen zegt veel over de omstandigheden waarin ze reizen. Ze lopen in de hoop veiligheid te vinden, maar de reis van Centraal-Amerikaanse migranten via Mexico naar de VS is niet veilig. Vele duizenden begeven zich elk jaar weer op deze weg en vinden daar detentie en afpersing door politie en drugskartels, fysiek geweld, verkrachting, en de dood.

De bewaking van de Mexicaanse zuidgrens, gesteund door de VS, vormt een net waarin niet alleen migranten worden gevangen. Mexicaanse burgers met een inheems uiterlijk worden regelmatig opgepakt en gedetineerd door politie patrouilles en bij politie checkpoints, omdat onbehouwen raciaal profileren ertoe leidt dat ze voor Guatemalanen, Hondurezen, of Salvadorianen worden aangezien.

Voor vrouwen en tieners is de reis bijzonder risicovol. Vanwege de gevaren van de reis kiezen de Hondurezen ervoor in een karavaan te reizen: met hoe mensen meer ze zijn, hoe kleiner het risico dat ze worden gevangen en gedeporteerd, mishandeld door de politie, kartels en criminelen, of aangehouden bij grenscontroles.

Wie in een karavaan reist is niet afhankelijk van de diensten van smokkelaars, die vaak verbonden zijn aan de kartels en van wie migranten veel geweld te vrezen hebben. Met andere woorden, door in een karavaan te reizen eisen deze mensen het recht op om te reizen zonder grote sommen geld te bepalen aan criminele bendes.

Hindernissen

Praten over stromen verhult ook dat de reizen van migranten gevormd worden door de infrastructuur. Wegen leiden migranten bepaalde kanten op, en grenscontroles onderbreken hun beweging en doen hen afbuigen naar andere paden.

Migranten zijn geen rivier, geen natuurkracht die zichzelf een weg baant via de kortste en makkelijkste route naar de zee. De hindernissen die migranten op hun weg vinden zijn niet alleen natuurlijke obstakels zoals rivieren, woestijnen, of bergen, maar ook hindernissen die door mensen opgeworpen worden zoals wegversperringen, grenscontroleposten, en migrantendetentiecentra.

De waarheid

En ondanks dit alles blijven ze lopen, lopen, lopen, lopen. De ontberingen onderweg en de belofte van repatriëring hebben sommigen al doen terugkeren naar Honduras. Maar velen in de karavaan hebben inmiddels twee nationale grenzen overgestoken, via Guatemala naar Mexico. Hun aantal groeit, naarmate meer mensen zien dat ze samen sterk staan, en naarmate het praktisch en politiek moeilijker wordt hen de doorgang te ontzeggen.

Veel anderen blijven achter en slapen onder bruggen, hongerig en dorstig, bijna zonder onderdak of sanitair, wachtend om Mexico binnen te kunnen. En toch lopen ze, en wachten ze, en anderen voegen zich bij hen, want “de waarheid is: in Honduras is het nóg erger”.

Dit artikel is van het Engels naar het Nederlands vertaald door Saskia Bonjour (politicoloog aan de Universiteit van Amsterdam, gespecialiseerd in migratie).

Polly Pallister-Wilkins

Polly Pallister-Wilkins is politicoloog aan de Universiteit van Amsterdam, gespecialiseerd in humanitarisme, migratie, en grenzen.
Profiel-pagina
Nog geen reactie — begin de discussie!